Negen rechters bepalen de toekomst van Amerika

Het Hooggerechtshof oordeelt dezer dagen over zaken waar Amerika al decennialang over twist, zoals het homohuwelijk en de doodstraf. De uitspraken bepalen hoe de samenleving eruit komt te zien.

De negen rechters van het Hooggerechtshof bij de beëdiging van Elena Kagan (bovenste rij, rechts), de jongste rechter, in 2010. Vooraan in het midden voorzitter John Roberts.
De negen rechters van het Hooggerechtshof bij de beëdiging van Elena Kagan (bovenste rij, rechts), de jongste rechter, in 2010. Vooraan in het midden voorzitter John Roberts. Foto Supreme Court of the United States/Beeldbewerking NRC

Wat gaat Anthony Kennedy doen? Deze 78-jarige rechter is regelmatig de swing vote, als de negen rechters van het Hooggerechtshof in Washington met 5 tegen 4 een uitspraak doen. Gistermiddag begon het hof aan een serie van zeven uitspraken, waarvan er vooral twee bepalend zijn voor hoe de Amerikaanse samenleving er voortaan uitziet. Die gaan over het homohuwelijk en de doodstraf.

Gisteren kwam de eerste uitspraak in de serie van zeven: het Hooggerechtshof hield Obamacare overeind. De eisers in deze zaak stelden dat vier woorden in een bepaling over een zorgtoeslag in de door Republikeinen gehate zorgverzekeringswet ongrondwettig waren, maar het hof vindt dat in meerderheid niet.

Het meest verstrekkende oordeel, dat over het homohuwelijk, komt vandaag of begin volgende week. In de zaak Obergefell versus Hodges – degene die de wet aanvecht tegen degene die de wet verdedigt – beoordeelt het Supreme Court twee vragen: of de grondwet het toelaat dat staten het homohuwelijk verbieden, en of staten kunnen weigeren het huwelijk van elders getrouwde homostellen te erkennen. De stem van rechter Anthony Kennedy geeft waarschijnlijk de doorslag. Er zijn vijf conservatieve en vier progressieve rechters, maar Kennedy stemde in ethische kwesties al verschillende malen mee met de progressieve vleugel. Hij roemt de stabiliteit die het huwelijk geeft en hij heeft als rechter veel voor homorechten gedaan.

Ze toetsen wetten aan de grondwet

Als Kennedy, zoals algemeen wordt verwacht, in het grootste westerse land ter wereld de weg vrijmaakt voor legalisering van het homohuwelijk, resoneert dat tot buiten de landsgrenzen. Ieder woord van rechter Kennedy wordt dus door betrokkenen over de hele wereld op een goudschaaltje gewogen. Heeft de rechter niet in drie eerdere uitspraken die met homorechten te maken hadden al progressief gestemd?

En was het niet heel veelzeggend dat hij tijdens hoorzittingen over de zaak in april nauwelijks vragen stelde toen het ging over de vraag of staten elders gesloten homohuwelijken moeten erkennen? Die kwestie verliest immers haar betekenis als het hof het homohuwelijk landelijk legaliseert.

Hoe het oordeel ook uitvalt, Obergefell vs. Hodges maakt grote kans een van de mijlpalen te worden die het Hooggerechtshof in de Amerikaanse geschiedenis heeft geslagen. Een zaak als Roe vs. Wade uit 1954, waarmee abortus legaal werd, of Brown versus Board of Education, waarin de gescheiden scholen voor zwart en blank ongrondwettig werden verklaard – en rassenscheiding onmogelijk werd.

Het Amerikaanse Hooggerechtshof lijkt op een orakel. Het velt een definitief oordeel over zaken waar diep verdeeld Amerika soms al decennialang over twist. Het bestaat uit negen rechters, voor het leven benoemd, die jaarlijks in zo’n honderd zaken lokale of landelijke wetten aan de uiterst beknopte grondwet uit 1789 toetsen. Negen rechters die nooit laten weten wannéér een uitspraak precies komt. Hoorzittingen zijn openbaar, maar beraadslagingen niet – alleen een geluidsopname wordt naderhand gepubliceerd. In een zone rond het gebouw van het Hooggerechtshof bij het Capitool mag niet worden gedemonstreerd; daarbuiten was het de afgelopen tijd een kermis.

Met die mix van oppermacht, grote kennis, juridisch jargon en dat snufje mysterie is het geen wonder dat er een hele internetgemeenschap van wichelaars en uitleggers is ontstaan die het uiteindelijke spreken van de rechters duiden.

Zullen de vijf min of meer conservatieve rechters, zoals meestal, de grondwet naar de letter interpreteren en een streep halen door een wet die zij zien als inbreuk op de vrijheid van het individu? Zullen progressieve rechters meer naar de in de grondwet vervatte waarden oordelen? Komt er een unaniem besluit of stemmen er rechters met hun ideologische tegenhangers mee? Grijpt het hof steviger in in de politiek of betracht het juist terughoudendheid?

Mag het executiegif blijven?

Vandaag of begin volgende week komt ook de uitspraak over de doodstraf, die eveneens verstrekkende gevolgen kan hebben. In die zaak, Glossip vs. Gloss, draait het om de vraag of het middel midazolam nog langer gebruikt mag worden bij executies per injectie. Executiegifstoffen worden in de Verenigde Staten steeds schaarser, omdat farmaceuten er niet meer mee in verband gebracht willen worden en de Europese Unie ze niet langer naar de VS exporteert. Een aantal door Oklahoma ter dood veroordeelden stelt dat het middel ongrondwettig is omdat het, zoals bleek uit een aantal rampzalig verlopen executies in die staat, de veroordeelde niet geheel bewusteloos maakt en het dus in strijd is met de grondwettelijke bepaling dat een executie niet nodeloos wreed mag zijn. Als het hof de gevangenen gelijk geeft, wordt het voltrekken van de doodstraf in Amerika nog moeilijker dan nu, maar niet onmogelijk. Vooruitlopend op de uitspraak legaliseerde de staat Utah bijvoorbeeld alvast weer het vuurpeloton.

Het voltrekken van de doodstraf is in de VS sinds een jaar of vijf duidelijk op zijn retour. En zowel de steun voor de doodstraf als de weerstand tegen het homohuwelijk neemt er snel af; het kan goed zijn dat het hof met zijn uitspraken deze tijdgeest volgt en bestendigt. Het huidige hof neigt het laatste jaar naar links, volgens de Supreme Court Database, die alle uitspraken rangschikt op politieke kleur. De onder George W. Bush benoemde voorzitter, rechter John Roberts, pleitte bij zijn aantreden voor „juridische terughoudendheid” van het hof. Ook hij lijkt in de afgelopen jaren op te zijn geschoven van conservatief naar het midden. Dat bleek gisteren opnieuw, toen hij in de zaak over Obamacare met de progressieven meeging. Dat hij dat juist op dit beladen onderwerp deed, leidde onder Republikeinen tot veel verontwaardiging.

Obama vindt het maar lastig

Obama’s verhouding met het Supreme Court is geregeld stekelig. Vorige week liet de president zich nog ontvallen dat het hof de zaak over zijn zorgverzekeringswet niet had moeten aannemen. In 2012, bij een andere zaak over Obamacare, zei hij zelfs dat hij erop vertrouwde dat het hof de wet in stand zou houden. Het hof heeft Obama nu twee keer zijn zin gegeven, maar vorig jaar leed hij in een Obamacarezaak een gevoelige nederlaag: de rechters oordeelden dat familiebedrijven op religieuze gronden kunnen weigeren een verzekering met anticonceptie aan te bieden.

Het Hooggerechtshof dwingt met zijn uitspraken alle regeringslagen hun wetgeving aan te passen. Alle andere gerechtshoven moeten de uitspraken inpassen in hun oordelen. Maar hoe finaal ook, het oordeel van de rechters betekent doorgaans niet het einde van juridische gevechten en ideologische strijd.

Nog geen uur na de uitspraak over Obamacare beloofde presidentskandidaat Jeb Bush al dat de Republikeinen andere manieren zullen vinden om de wet aan te vallen. En ruim veertig jaar na het legaliseren van abortus in Roe versus Wade probeert de antiabortusbeweging nog altijd via de rechter de toegang tot abortus zo veel mogelijk te beperken.