In Noord zijn ze nog blij met toeristen

Amsterdammers hebben genoeg van de vele toeristen, blijkt telkens. Maar dat is vooral in het centrum. In de buitenwijken zijn ze er blij mee.

Bewoners van Noord en West ervaren toerisme verschillend.
Bewoners van Noord en West ervaren toerisme verschillend. Foto Boaz Timmermans

Graag en veel praten we over de drukte in de stad. Zijn er te veel toeristen? Moet de bierfiets weg? En van wie is de stad eigenlijk?

Niet zelden worden bewoners en bezoekers in de discussie tegenover elkaar gezet: alsof het twee homogene groepen zijn. Maar dé bewoner bestaat niet (en dé bezoeker natuurlijk evenmin), blijkt opnieuw uit onderzoek van een projectgroep van de hogeschool InHolland van de opleiding vrijetijdsmanagement. Mensen uit Noord, waar het toerisme net opkomt, denken bijvoorbeeld positiever over toeristen dan mensen uit West, waar al langer veel toeristen komen.

Dat het drukker wordt in de stad, blijkt uit talloze cijfers. Het aantal bezoekers stijgt jaarlijks met 45.000 (en het aantal bewoners met 10.000). Het aantal hotelovernachtingen neemt toe, het aantal evenementen, het aantal cruisebezoekers, et cetera. Vorig jaar bezochten 17,6 miljoen mensen de stad. En al die bezoekers gaven zo’n 5,7 miljard euro per jaar uit.

Wat vinden bewoners van Noord en West van die toeristen? Student-onderzoekers Roos Gerritsma en Jacques Vork lieten 250 Amsterdammers, vooral woonachtig rond IJ-oevers en Westerpark, een enquête invullen en ze hielden diepte-interviews. De resultaten zijn niet representatief voor de hele stad, maar geven wel inzicht in hoe divers toerisme wordt ervaren.

Eerst wat relativering: zo negatief is Amsterdam helemaal niet over al die toeristen. Ruim 65 procent van de ondervraagden is trots dat mensen hun buurt en het centrum bezoeken; slechts een kleine 10 procent is negatief. Ook uit eerder onderzoek bleek dat 73 procent drukte in de binnenstad vooral gezellig vindt.

Noord is gunstiger gestemd dan West. Bijna 60 procent van de ondervraagden in Noord is positief over toeristen in eigen buurt; in West is dit slechts eenderde. Daar storen ze zich meer aan geluidsoverlast en drukte en hebben ze meer overlast van AirBnB-gebruikers. In Noord hebben ze weer vaker geluidsoverlast door evenementen.

Ook opvallend: ondervraagden zijn positiever over toerisme in hun eigen buurt dan in de binnenstad. Grootste ergernis in het centrum is de drukte, daarna geluidsoverlast en dan vervuiling. Ondervraagden ergeren zich het meest aan het Centraal Station, daarna aan winkelstraten en dan aan parken en pleinen. Eenderde mijdt toeristen in het centrum het liefst. 28 procent is wel betrokken, en wijst hun bijvoorbeeld de weg. In de eigen buurt is dit respectievelijk 20 en 45 procent.

En: 50-plussers lijken negatiever gestemd over toerisme, evenals mensen met een huurhuis. Opvallend – verwacht werd juist dat mensen met een koophuis negatiever zouden zijn.

Om de irritatie van bewoners te meten, maken onderzoekers vaak gebruik van de zogenoemde ‘irritatie-index’ van Doxey. Die kent vier niveaus. Eén: enthousiasme over toeristen. Twee: als het toerisme zich verder ontwikkelt, ontstaat een formelere en commerciëlere relatie tussen bewoners en toeristen. Dan komen de ergernissen (drie), en tot slot (vier) worden die zo extreem dat toeristen van alles de schuld krijgen. Noord zit tussen fase één en twee, West neigt naar fase drie. Een stad als Berlijn, waar bewoners antirolkoffercampagnes zijn begonnen, zit op niveau vier.

Voor passende maatregelen is meer onderzoek nodig naar hoe bewoners en toeristen drukte ervaren, vindt de gemeente. Zo blijkt dat Amsterdammers en toeristen op de fiets zich aan elkaar ergeren. Fietsende toeristen zijn gevaarlijk, vinden Amsterdammers. Maar toeristen vinden Amsterdammers op de fiets weer onbeschoft.