Splitsingswet energie is niet in strijd met Europese regels

Er is stroom, en er zijn kabels waar die stroom doorheen gaat. De wet die voorschrijft dat energiebedrijven niet aan allebei mogen verdienen, is niet in strijd met Europese regelgeving, bepaalde de Hoge Raad vanochtend. De ‘splitsingswet’ houdt dus stand.

Dat betekent dat de gedwongen opsplitsing van energiebedrijven Eneco en Delta, die een zaak tegen de staat aanspanden, een stap dichterbij komt. Delta heeft netwerkbeheerder Delta Netwerkgroep, Eneco heeft Stedin. Essent, dat ook meedoet in de zaak, is al gesplitst. De bedrijven menen dat de wet in strijd is met het Europees recht op vrij kapitaalverkeer.

De wet, voluit Wet onafhankelijk netbeheer, is in 2006 aangenomen. Vanaf 2008 moesten energiebedrijven zich daadwerkelijk opbreken in een netwerkbedrijf dat voor de kabels en leidingen zorgt en in handen van de overheid is, en een commercieel energiebedrijf. Nuon en Essent deden dat en werden uiteindelijk verkocht aan buitenlandse bedrijven. Eneco en Delta weigerden. Zij menen dat de wet de concurrentiepositie aantast. Buitenlandse energiebedrijven, die ook in Nederland stroom leveren, mogen immers wel verdienen aan netwerkbeheer.

Een gedwongen splitsing kan de financiële positie van de twee bedrijven aantasten. Aan netwerkbeheer valt prima te verdienen en de inkomsten zijn voorspelbaar. Het is onduidelijk of een gesplitst Delta zelfstandig kan blijven bestaan.

Al heel wat rechters hebben zich over de zaak gebogen. In 2010 gaf het gerechtshof de energiebedrijven gelijk. De staat ging in cassatie. De Hoge Raad volgt nu een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Eneco en Delta hebben ook nog een beroep gedaan op het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Voor dat deel verwijst de Hoge Raad weer terug naar het hof.