Het volgende leven van Nokia

Nokia lijfde voor 15,6 miljard het Franse Alcatel-Lucent in. Misschien gaat het zelfs weer telefoons maken.

Michel Combes, de (inmiddels vertrokken) bestuursvoorzitter van Alcatel-Lucent (links) en Nokia-baas Rajeev Suri kondigden in april in Parijs een fusie van hun bedrijven aan.
Michel Combes, de (inmiddels vertrokken) bestuursvoorzitter van Alcatel-Lucent (links) en Nokia-baas Rajeev Suri kondigden in april in Parijs een fusie van hun bedrijven aan. Foto Chesnot/Getty Images

Een honderdvijftigjarig jubileum, dat zou voor elk bedrijf reden zijn om groots feest te vieren. Nokia houdt het bij een filmpje van drieënhalve minuut: Nokia, The Movie. En het is onduidelijk of het goed afloopt.

Begonnen in 1865 als een handel in houtpulp en rubberproducten, specialiseerde het Finse bedrijf zich in kabels, netwerken en elektronica. Nokia is bij het grote publiek bekend als telefoonproducent. Het was daarin marktleider van 1998 tot 2012. Daarna drukten Apple en met name Google en Samsung naar de marge geduwd. Nokia deed er te lang over zijn telefoons aan te passen aan het tijdperk van de apps.

Redding moest komen van samenwerking met de Amerikaanse softwaremaker Microsoft, die door Apple en Google eveneens op achterstand gezet was.

Stephen Elop, voormalig divisieleider bij Microsoft, zou Nokia gaan redden en werd topman. Het werd een drama. De wederopstanding van Nokia bleef uit en Windows op telefoons is nog altijd een zeldzaamheid.

Microsoft nam in 2013 Nokia’s smartphonetak in zijn geheel over en ontsloeg vorig jaar het gros van de 32.000 werknemers. Het Nokia-merk verdween. Nu er is niets meer van Nokia’s glorieuze consumententak over. Zelfs Stephen Elop, die Microsofts hardwaredivisie ging leiden, kreeg afgelopen week te horen dat hij zijn biezen kan pakken. Waarop technologieblog The Verge zich weinig complimenteus afvroeg: „Welk bedrijf gaat Stephen Elop nu weer om zeep helpen?”

De afgelopen jaren daalde de omzet van Nokia met driekwart: van 51 miljard euro in 2007 tot 12,7 miljard in 2014. In Finland dreunt de val van Nokia nog na, zegt de Finse econoom Yrki Alli-Yrkö. „In 2004 was Nokia een reusachtig bedrijf, goed voor 4 procent van het bruto binnenlands product. In 2013 was dat maar 0,3 procent. Onze economie zit nog altijd in een recessie. Dat komt door tegenvallende export, met name van papierproducten en de maakindustrie.”

Dat laatste is deels te wijten aan Nokia, dat stopte met de productie van smartphones. Ali-Yrrkö: „Voor Finland is de naam Nokia ook minder relevant nu het merk geen consumentenartikelen meer maakt. Of het moet de tablet zijn, gemaakt door het Taiwanees/Chinees bedrijf Foxconn, waarop het Nokia-merk staat.”

Gematigd optimisme

Ali-Yrkkö hoopt dat Nokia vanaf 2016 weer telefoons onder eigen naam gaat produceren. Of beter: laat produceren, door Aziatische bedrijven. „Dat mag dan weer, volgens de afspraken die met Microsoft gemaakt zijn.” Het levert waarschijnlijk weinig Finse banen op, maar wel naamsbekendheid.

Zoals de voice-over in Nokia The Movie het uitlegt: „De wereld verandert, dus Nokia ook”. Anno 2015 bestaat Nokia voornamelijk uit een netwerktak, die voortkomt uit een joint venture met Siemens. Nokia nam Siemens’ deel in 2013 over voor 1,7 miljard euro.

Een ander onderdeel, de digitale kaarten van Nokia Here, past er niet meer zo goed bij. Here is een restant van Navteq, het kaartenbedrijf dat in 2008 werd overgenomen om de smartphonetak te versterken.

Here staat nu te koop – er is interesse van Amerikaanse techbedrijven en van Europese autofabrikanten. De opbrengst bedraagt vermoedelijk rond 4 miljard euro. Die komt goed van pas om de overname van Alcatel-Lucent (15,6 miljard euro) te financieren.

Yrki Ali-Yrrkö is weer gematigd optimistisch over de toekomst van Nokia. „Je ziet het aantal banen nu weer voorzichtig toenemen, met een paar honderd mensen”, zegt hij. Een vernieuwd Nokia zal de Finse economie niet uit het slop kunnen halen, denkt hij. „Nokia zal niet opeens weer 20.000 mensen in dienst hebben in Finland.”

Herstel van de Finse economie zou moeten komen van een groot aantal kleinere bedrijven en dienstverleners, niet van één reusachtig bedrijf.