Gemeente kiest voor geld: tuin moet wijken

Een gemeenschapstuin voor probleemgezinnen op Zuid dreigt te verdwijnen voor een parkeerterrein. Of zegt er nog iemand ‘ho, stop’?

Nu nog een paradijsje in het stadgewoel, moet de Carnissetuin straks wijken voor auto’s. Vrijwilliger Annelies Groen (onderste foto) over de betekenis van de tuin. „Hier heb ik rust en eigenwaarde teruggevonden.”
Nu nog een paradijsje in het stadgewoel, moet de Carnissetuin straks wijken voor auto’s. Vrijwilliger Annelies Groen (onderste foto) over de betekenis van de tuin. „Hier heb ik rust en eigenwaarde teruggevonden.” Foto's Rien Zilvold

Een paradijsje, niet?, zegt een buurtbewoner, wijzend naar de Carnissetuin, op steenworp afstand van Zuidplein. Directeur Arjan van Kralingen van het naastgelegen Hoornbeeck-college (mbo) is het er volledig mee eens: Elke keer als ik uit het raam kijk, zie ik hoe prachtig die Carnissetuin is en met wat voor liefde er door vrijwilligers aan wordt gewerkt.”

Tegen wil en dank, stelt hij, zal zijn school het einde van de tuin inluiden. Want doorgaan met achttienhonderd leerlingen in een gebouw dat ooit voor zevenhonderdvijftig studenten werd ontworpen, is ondoenlijk. „We hebben het stuk grond van de Carnissetuin toegewezen gekregen van de gemeente. In de onderhandelingen zijn alle andere opties voor uitbreiding, helaas, stukgelopen.”

Landleven in de stad

De Carnissetuin is een begrip in de wijk Carnisse en omliggende buurten. Generaties bewoners hebben er een volkstuin gehad. En nu het door Creatief Beheer (motto ‘landleven in de stad’) sinds enkele jaren als gemeenschapstuin is door ontwikkeld, heeft het zijn bestemming gevonden als bloeiend broeinest van lokale tuinbouw, biodiversiteit, buurtlunches, milieueducatie en spelende peuters. Zevenentwintig multiprobleemgezinnen volgen er een cursus ‘tuin coaching’. Daarin leren ze, door te werken in de tuin, opnieuw gezamenlijk iets te ondernemen en onderling vertrouwen op te bouwen.

Wroeten in de aarde helpt die gezinnen, volgens arts en Creatief Beheer-oprichter Rini Biemans, beter dan de officiële hulpverleningstrajecten. „Uit alle onderzoeken blijkt dat beweging en ontmoeting meer gezondheidswinst en meer arbeidsmarktperspectief opleveren dan praten met een hulpverlener.”

Liefkozend noemt Biemans de Carnissetuin dan ook een ‘healing garden’, niet alleen voor de vrijwilligers en probleemgezinnen die er actief zijn, maar ook voor de overheidsfinanciën.

Bestuurlijke ironie

Volgens professor Loorbach, directeur van DRIFT, ‘Onderzoeksinstituut voor Transities’, is het mogelijke verdwijnen van de Carnissetuin ten bate van schoolgebouw en parkeerterrein een staaltje bestuurlijke ironie. „Als er nou één plek is waar de bejubelde participatiemaatschappij aan het ontkiemen is, is het op plekken als de Carnissetuin. Diverse moeilijk bereikbare groepen krijgen daar de ruimte zich te ontplooien. Hun eigen stukje grond te bewerken. Zelf initiatief te nemen.” Ondertussen zit de overheid in een volledige spagaat. Loorbach: „De ene ambtenaar werkt zich uit de naad om meer cohesie en betrokkenheid in een prachtwijk te stimuleren. De ander zit één afdeling verderop, is gebonden aan een financiële taakstelling en wil die gronddeal met het Hoornbeeck-college ondanks alles afsluiten.”

Het lijkt erop dat de Sector Vastgoed binnen de gemeente Rotterdam inderdaad voor het geld kiest. De grondverkoop aan het Hoornbeeck-college staat al voor een flink bedrag in de boeken. Woordvoerder Frank Vermeulen doet geen moeite het deelbelang te ontkennen: „Dat wij eigen afwegingen maken die niet altijd parallel lopen met wat andere onderdelen binnen de gemeente nastreven, is duidelijk.”

Hij drukt het nog sterker uit: „Dat is een open deur.” Gevolg? De huurovereenkomst wordt simpelweg opgezegd en de Carnissetuin verdwijnt.

Schroom

Andere partijen voelen schroom de ‘healing garden’ de nek om te draaien, het Hoornbeeck-college voorop. „We gaan ons sterk maken voor een nieuwe plek”, zegt Van Kralingen. „Zodat de sociale en educatieve functies van de tuin behouden blijven.”

Medevrijwilliger Annelies Groen durft te beweren dat de tuin haar leven heeft gered: „Hier heb ik rust en eigenwaarde teruggevonden. Kan ik iets betekenen voor de buurt. Alleen al door het toegangspad vrij te houden, draag ik eraan bij dat kinderen hier komen spelen, ravotten, gillen.”