En ook ’s nachts deinde het Kralingse Bos

Juni 1970: Rotterdam schrijft muziekgeschiedenis. Het Kralingse Bos is een hippieparadijs. Op bezoek bij Berry Visser, organisator van het Holland Popfestival.

Foto Rien Zilvold

Zijn hele leven lang heeft Berry Visser (68) tot dusver in Delft gewoond, op een korte periode in Rotterdam na. In de eerste helft van 1970 trekt hij in bij Georges Knap, diens vrouw Toos en hun kinderen in hun huis in Ommoord. Berry, dan een 23-jarige hippie met een eigen vestzaktheatertje en de discotheek Polly Magoo in zijn geboorteplaats, heeft met de dertien jaar oudere Georges, een vertegenwoordiger, een woest plan opgevat.

Met vijftigduizend gulden subsidie van de gemeente Rotterdam en een sponsorbedrag van Coca-Cola willen ze de 25-jarige herdenking van de bevrijding luister bijzetten met een popfestival. Even ervoor hebben ze elkaar voor het eerst ontmoet. Berry denkt bij het zien van de man in grijs pak en lange jas nog met iemand van de narcoticabrigade te doen te hebben. Ook het hele idee om juist in Rotterdam een openluchtconcert te houden, lijkt hem niks. „Nooit in Rotterdam, dat is de meest a-culturele stad van Nederland. De laatste plek waar je aan denkt voor je een festival.”

Desondanks weet Georges – „een bijtertje” – hem mee te tronen naar de bouwput van de Van Brienenoordbrug. „Een rotgeintje. Om me in de mood te brengen voor wat er daarna zou komen”, weet Berry achteraf. Die tweede locatie waar hij mee naar toe wordt genomen, is het Kralingse Bos. Aha, constateert ook Berry na een wandelingetje ter plekke. „Het was natuurlijk evident. Ik zeg: dit is het, Georges.”

Zeven maanden hebben ze vanaf dat moment de tijd om hun Holland Popfestival van de grond te tillen. In Ommoord belt Berry dag en nacht met bandmanagers in Amerika en Engeland en talloze officiële instanties. Hij is zichzelf, maar voor Nederlandse begrippen ook een hele business aan het uitvinden. Afgezien van wat jazzoptredens en rockshows in hallen (De Beatles in Blokker) en zalen (The Stones in Scheveningen) is er op zo’n grote schaal nooit eerder iets op muziekgebied in ons land georganiseerd.

En Berry heeft het geweten. Wanneer hij ergens in de zomer van datzelfde jaar de deur van zijn logeeradres in de brave buitenwijk definitief achter zich dichttrekt, heeft hij een miljoen gulden aan schulden aan zijn broek en tegelijkertijd ook Rotterdamse geschiedenis geschreven. Met die van Georges zal Berry’s naam voortaan voor altijd en eeuwig verbonden blijven aan de historische happening waartoe ‘Kralingen’ uitgroeide.

Santana, Pink Floyd en The Byrds

Geen Rotterdammer van die flowerpower-generatie die over dat roemruchte, driedaagse openluchtconcert niet uit eigen ervaring de mooiste herinneringen kan ophalen of er anderszins het fijne over weet. Bands als Santana, Pink Floyd, The Byrds en Mungo Jerry traden er op voor een massa van naar schatting 80.000 tot 130.000 jongeren. Die mochten zich in bos, ligweide en plas, zonder tussenkomst van de politie, behalve aan de muziek ook aan ‘stuff’, peace, making love, naaktloperij, artistieke statements en wild kamperen overgeven.

„Als je over het terrein liep in de nacht, tussen de tentjes en langs de vele groepjes die zich enkel met een lapje plastic tegen het druipende bos beschermden, zag je ze soms liggen: onder invloed van een drug op weg naar sprookjesland”, schreef NRC-verslaggeefster Emmy van Overeem in haar op de 29ste gepubliceerde reportage. „Of zittend rondom het flakkerend vuur, wazig kijkend, in gepeins verzonken. Overdag, als de zon scheen, was het festival blij en gezellig. Het bloot hier en daar leek spontaan en natuurlijk, te samen met de buitenissige kleren behorend tot de zeden van deze jeugdcultuur. Een kelner op het terras van de Plasmolens zei: ’s Nachts deint het bos. Toch heeft de NVSH maar een paar duizend condooms en pillen verkocht.”

Visser en Knap hadden de Rotterdamse hoofdinspecteur Koster tevoren de Woodstock-film laten zien, en die had er zijn eigen inschikkelijke aanpak op gebaseerd. Er liepen zelfs geen geüniformeerde agenten over het terrein, en de weinige arrestaties die uiteindelijk werden verricht betroffen het dealen in het openbaar. „Bij ons kwam het Nederlandse gedoogbeleid voor het eerst tot bloei”, zou Visser er terugblikkend over zeggen. Maar die trots kwam dus pas later, want meteen na het eind van het festival was er toch vooral de financiële kater.

Nadat op maandagmorgen 28 juni, na de extreem verlate slotact van Pink Floyd, de laatste marihuanadampen waren opgetrokken, viel er eigenlijk maar één wanklank te noteren, zij het een heel forse. Een aanzienlijk deel van het publiek bleek zich zonder betaling van de 35 gulden entree toegang tot ‘Kralingen’ te hebben verschaft, en onder anderen Visser en Knap moesten er persoonlijk voor opdraaien.

Dat zakelijke fiasco heeft de beginnende concertorganisator Visser nog flink wat extra organisatietalent en juridisch gedoe gekost. Maar het vormde van de weeromstuit ook de opmaat tot het imperium van het door hem opgerichte Mojo Concerts. Met hun illustere Delftse boekingsagentschap haalden Berry Visser en Leon Ramakers in de jaren die volgden de ene na de andere internationale act naar Nederland. Popmuziek zou snel lucratieve business worden, en het Holland Popfestival had er, ondanks alles, het pad voor geëffend.

One-man-band

Berry Visser was in september 2013 ‘uiteraard’ nog present bij de plechtige onthulling van het gedenkteken dat aan de Plaszoom herinnert aan ‘Kralingen’. Maar met de instandhouding van de ‘legende’ heeft hij verder niets van doen. Dat is de hartstocht van zijn oude maat Georges, die in de kelder onder zijn Kralingse galerie een compleet archief erover opbouwde. Sinds hij zich in 1993 „voor een bedrag van een toenmalige hoofdprijs in de Staatsloterij” ook terugtrok uit de directie van Mojo is hij ook niet meer als concert- en festivalorganisator (Pandora’s Musix Box, Ein Abend in Wien) actief.

„Als je voor de dertigste keer Van Morrison of Randy Newman naar Amsterdam hebt gehaald, weet je het verder ook wel. Ik heb daar echt mijn overdosis van gehad”, zegt Berry Visser nu. Ik bewaar de beste herinneringen aan dat slotoptreden van Pink Floyd met de uitvoering van Ummagumma in Kralingen, aan het concert van Marlene Dietrich in Carré, aan Bowie in Ahoy’ en aan het Pink-concert van Prince in de Galgenwaard in Utrecht. Maar genoeg was genoeg. Ik moest voor mezelf nog zo veel.”

Na Mojo is Berry Visser, zou je kunnen zeggen, zijn eigen one-man-band begonnen. Had hij zich op zijn boekingskantoor twintig jaar lang ingespannen om ánderen op het podium te krijgen, nu was het ogenblik aangebroken om er zelf op te gaan staan. Hij stak zijn fortuin in een verbouwing van zijn enorme Delftse pakhuis annex woning tot een privétheater, zoals er waarschijnlijk geen ander ter wereld bestaat. Het interieur laat zich het best omschrijven als dat van een barok, achttiende-eeuws stadspaleis. Op alle verdiepingen bevinden zich salons die van boven tot onder in een hyper-eclectische stijl zijn ingericht. De makers van het tv-programma Tussen Kunst & Kitsch zouden er met gemak járen zoet zijn om alle duizenden schilderijen, spiegels, Louis V-meubelen, poppen en snuisterijeren tegen het licht te houden.

Het gehele huis was in 1996 onderdeel van zijn spectaculaire voorstelling Baby Blue, die in totaal 800 bezoekers trok en hem 200.000 gulden uit eigen zak kostte. Tegenwoordig fungeert de woning als het exclusieve boudoir van Madame De Berry, Berry Vissers alter ego. Sinds een paar jaar verkleedt hij zich als performer graag als een tijdgenote van Marie-Antoinette, compleet met zo’n enorme pruik, de adellijke Franse hofkledij en vele dikke lagen pancake; „alleen de tieten hoefde ik er niet bij”.

Madame De Berry ontvangt gedurende een aantal maanden per jaar bezoek van 25 betalende gasten per avond, die ze dan meeneemt op een theatrale reis met haar spaceship naar Jupiter. Het verloop van zo’n drie uur durende avond is na afloop onmogelijk na te vertellen, alleen al doordat je mond dan nog wel een halve nacht van verwondering blijft open hangen. Maar een psychedelische trip is het zeker. Zó ver ligt de hippietijd van de grote man achter Holland Popfestival 70 dus nog steeds niet achter hem.