Door hem kijk je anders naar je eigen hoofdstad

De Japanse kunstenaar Taturo Atzu bouwde een trap met honderdzesenvijftig treden aan de buitenzijde van de Oude Kerk in Amsterdam. Met iedere wiebelige stap die je zet wordt het uitzicht spectaculairder. Hij hoopt dat je in verwarring raakt.

De Japanse kunstenaar Taturo Atzu bij zijn kunstwerk in Amsterdam. ‘The Garden Which is the Nearest To God’ is een plateau van 300 vierkante meter dat een panoramisch uitzicht biedt over de stad. Foto ROGER CREMERS
De Japanse kunstenaar Taturo Atzu bij zijn kunstwerk in Amsterdam. ‘The Garden Which is the Nearest To God’ is een plateau van 300 vierkante meter dat een panoramisch uitzicht biedt over de stad. Foto ROGER CREMERS

H

onderdzesenvijftig treden telt de trap die de Japanse kunstenaar Taturo Atzu (Nagoya, 1960) aan de buitenzijde van de Oude Kerk in Amsterdam heeft gebouwd. Verbazingwekkend snel klim je langs de eeuwenoude gevel de hoogte in, via een stellage van steigers en loopbruggen die langs de gotische ramen en over het zadeldak van een van de zijbeuken leidt. Met iedere wiebelige stap wordt het uitzicht spectaculairder. De grachtenpanden op de Wallen verdwijnen in de diepte. Opeens zie je de stad vanuit het perspectief van de duiven.

‘The Garden Which is the Nearest To God’, zoals Atzu zijn tijdelijke ingreep genoemd heeft, bestaat uit een plateau van zo’n 300 vierkante meter dat een fenomenaal panoramisch uitzicht biedt. Aan de ene zijde van het dakterras kun je loungen in een zitkuil die rond de klokkentoren is gebouwd, aan de andere kant staat een vierkant wit huisje waar je kunt neerploffen in Atzu’s interpretatie van een doorsnee Hollandse woonkamer. De kunstenaar zit er in een studentikoos interieur dat zo uit een Ikea-showroom afkomstig lijkt. „Maar de bank is van Leen Bakker”, haast hij zich te zeggen.

Een trompetblazende engel

Op de zwarte salontafel voor hem staat een gouden beeld dat het sleutelstuk van Atzu’s expositie vormt. Het duurt even voordat je doorhebt dat deze trompetblazende engel geen meegebracht decorstuk is, maar de windvaan van de kerk. Normaal gesproken zie je die als miniatuur tegen de wolken afsteken, nu steekt hij op ooghoogte uit het kliklaminaat. Atzu hoopt dat mensen erdoor in verwarring raken en dat ze met een nieuwe blik naar hun eigen stad zullen kijken. „Ik haal iets wat normaal gesproken buiten staat naar binnen. Het publieke wordt privé.”

Het is een strategie die hij eerder toepaste in andere wereldsteden. In New York bouwde hij in 2012 een penthouse rondom een dertig meter hoog standbeeld van Columbus, in Helsinki richtte hij vorige zomer een hotelkamer in rond een stadsfontein. En op de Manifesta in St. Petersburg zette hij afgelopen jaar een huisje op palen onder een van de immense kroonluchters van de Hermitage. Zo laat hij het publiek op een andere manier kijken naar de omgeving die ze al zo goed denken te kennen. „Ik laat kunstwerken en monumenten zien zoals je ze nooit eerder gezien hebt”, zegt Atzu. „Ik wil mensen stimuleren om actiever en vrijer te kijken.”

Bij ieder project een andere naam

Dat de Japanse kunstenaar ondanks die wereldwijde successen nog weinig naamsbekendheid heeft, komt doordat hij zich bij ieder project weer anders noemt. In New York en St. Petersburg werkte hij onder het pseudoniem Tatzu Nishi, maar hij exposeerde ook als Tazu Rous of Tazro Niscino.

Atzu: „In Japan is het heel gebruikelijk dat je bij belangrijke veranderingen in je leven je naam verandert. De samoerai kregen ook bij iedere levensfase een nieuwe naam. Ik begon ermee toen ik studeerde aan de kunstacademie in Münster. Mijn Duitse professor vond het een slecht idee. Ik begreep toen dat het een taboe was in de kunstwereld. Tegenwoordig zijn kunstenaars merken geworden, maar een bekende naam zegt niets over de kwaliteit van het kunstwerk. Ik begin mijn carrière steeds opnieuw, als een jonge kunstenaar. Dit is mijn eerste show als Taturo Atzu.”

Over de rand van het dakterras kijken we naar de wirwar aan straatjes in de diepte. Atzu vertelt dat hij een paar dagen heeft rondgelopen door de buurt en zich erg verbaasd heeft. „Het is een vreemde, fascinerende plek, met die oude kerk die omringd wordt door hoeren en urinoirs. Toen ik door die smalle, donkere steegjes liep, bedacht ik me dat ik een ruimte wilde maken die groots en open was: het grootste dakterras in de verre omtrek.” Zelf woont hij tegenwoordig in Berlijn. „Dat is zo dichtbij en toch is de architectuur hier zo anders. Het opvallendst vind ik dat de ramen in Nederland zo groot zijn. Ik denk dat dat komt omdat jullie zo ruimdenkend zijn.”