De man die 24 strikes achter elkaar gooide

Voor zover bekend is het op de Nederlandse bowlingbanen slechts één persoon ooit gelukt. Op een woensdagavond in 2011 gooide Erik Wolters in het Gelderse Zetten vierentwintig keer op rij alle pins om: een dubbele perfect game. Barmeisje Kelly en haar schnitzel speelden een sleutelrol in deze prestatie.

Erik Wolters op een bowlingbaan van party- sport- en vergadercentrum De Wanmolen, in het Gelderse Zetten, waar hij twee perfect games achter elkaar wist te gooien. Foto Andreas Terlaak
Erik Wolters op een bowlingbaan van party- sport- en vergadercentrum De Wanmolen, in het Gelderse Zetten, waar hij twee perfect games achter elkaar wist te gooien. Foto Andreas Terlaak

‘Bowlen is een sport”, zegt Erik Wolters (28), terwijl hij bij de ingang van bowlingcentrum De Wanmolen in het Gelderse Zetten een sigaret rookt. „Het is alleen geen sport waar je van afvalt.”

Zojuist heeft hij op baan 1 van De Wanmolen, tevens een party- sport- en vergadercentrum, laten zien hoe het eigenlijk moet, bowlen. Terwijl harde muziek klinkt en de banen naast hem vol met gillende kinderen staan, houdt Erik geconcentreerd een bal voor zijn borst. Zijn rechterhand draagt het gewicht van de bal, zijn linkerhand rust op de bovenkant. De bal balanceert op zijn duim en de kootjes van zijn middel- en ringvinger. Zijn vingers zijn afgetapet, zijn voeten staan naast elkaar, zijn knieën licht gebogen.

Dan daalt zijn blik, die al een paar seconden strak gericht is op de tien pins, naar beneden richting de arrows, de pijlen op de baan. Met onverwachte elegantie – Erik is een stevige kerel – komt zijn lichaam in beweging. Hij neemt zijn eerste stap op de approach. Bij zijn tweede pas houdt hij een beetje in, de bal nog hoog voor zijn borst houdend. Dan komt er opeens tempo. Stap drie en vier, de backswing wordt ingezet. Stap vijf, de arm swingt weer terug naar voren en Erik draait zijn hand iets naar buiten. Terwijl zijn rechtervoet achter zijn linkerenkel glijdt, landt de bal geruisloos op de baan.

De bal zoeft met een gigantische stuwkracht over het dunne olielaagje. Hij draait een beetje naar rechts, richting de goot. Maar halverwege de baan, daar waar het oliepatroon ophoudt, krijgt de bal meer grip op de baan. De lichte draai die Erik een paar seconden eerder aan de bal meegaf, zet zich nu om in een draai naar links: de hook. De bal lijkt te versnellen en koerst af op de pocket, de ruimte tussen de voorste pin en de rij die daar achter staat. Terwijl Erik langzaam opveert bevestigt het geluid van tien pins die alle kanten opvliegen dat wat hij eigenlijk al wist toen de bal zijn hand verliet. Strike.

pin

Bowlen is een zoektocht naar perfectie. Die is nog niet bereikt met één strike. Iedere keer als Erik De Wanmolen binnenloopt, schiet het even door zijn hoofd. „Zou het vanavond misschien weer gebeuren?” Een perfect game, twaalf strikes op een rij. De magische driehonderd punten. Vorig jaar gebeurde dat 95 keer op de Nederlandse bowlingbanen, zo blijkt uit statistieken (pdf) van de bowlingfederatie.

Maar er is nog een overtreffende trap van de perfect game: een dubbele perfect game. En voor zover bekend is dat maar één keer in de Nederlandse bowlinggeschiedenis voorgekomen. Erik („Ik rook trouwens zelden hoor”) neemt nog een trekje van een sigaret. „Het was een woensdagavond. Vijf oktober 2011.”

pin

Volgens zijn trainer kwam die avond alles samen. De investering van de eigenaar van De Wanmolen, die Erik al een paar jaar iedere dag gratis liet bowlen. De tientallen uren aan bowlingfilmpjes op YouTube, die Erik minutieus had bestudeerd. De duizenden games die Erik had gespeeld, waarbij hij in de loop van de jaren enkele belangrijke stappen had genomen. Zijn techniek was verbeterd en „mentaal liet hij”, aldus zijn trainer, „zijn koppie niet meer hangen” als het even tegenzat.

Maar wat Erik zich als eerste herinnert van die avond is Kelly. Het meisje dat achter de bar van De Wanmolen werkte, had hem bij haar thuis uitgenodigd om te komen eten. Schnitzel met gebakken aardappelen. Biertje erbij. Het smaakte goed.

En er was nog iets opvallends: de bowlingbal. Een paar maanden eerder had Erik een nieuwe bal gekocht, een Track 715T. Een zwarte-geel-groen-oranje bal van 15 pond. Kosten: zo’n 150 euro. En daar kwamen nog vijf tientjes bij voor het werk van de ballenboorder: een nieuwe bowlingbal heeft namelijk nog geen gaten. Toen hij hem kocht had Erik hoge verwachtingen van de 715T, maar nu lag de bal al een tijdje in de garage te verstoffen. De bal hookte op het einde van de baan niet zo sterk als Erik had verwacht. Die avond – en hij weet niet precies waarom – besloot hij de bal weer eens te proberen.

Bij zijn eerste paar frames – een serie van twee worpen – voelt het „nog niet lekker”. Tegen het einde van zijn eerste game – een serie van tien frames – begint hij met het gooien van strikes. „Het striken begon”, in de woorden van Erik.

Dat zet door in de volgende game. Hij blijft strike na strike gooien. Vanaf de achtste durft hij niet meer op het beeldscherm met alle kruisjes te kijken. Op dit punt was het veel vaker misgegaan, de gedachte aan de mogelijkheid van een perfect game brengt zenuwen. „Je moet op zo’n moment een knop omzetten. Denken dat iedere strike je eerste is, niet bijzonders.”

De strike op het tiende frame levert hem, zoals de regels nu eenmaal voorschrijven, twee extra beurten op. Bij de elfde strike zoemt het door het bowlingcentrum dat er misschien wel iets bijzonders staat te gebeuren. Om hem heen stoppen mensen met bowlen. Een van de aanwezige bowlers pakt zijn telefoon om de laatste worp te filmen. Erik probeert zijn gedachten uit te schakelen. Zonder succes, zijn handen trillen. Dan neemt hij zijn stappen. Een, twee – even inhouden – en dan tempo. „Toen de bal mijn hand verliet wist ik het wel”, zegt hij later, maar op de video is te zien hoe hij gespannen naar de pins blijft kijken. Pas als de laatste is omgevallen balt hij zijn vuisten. De armen gaan de lucht in. High fives volgen. Zijn trainer geeft hem een klapje op zijn wang. „Hé Erik, hoe gaat-ie nou? Driehonderd gegooid. Gaat ie goed?”, vraagt de cameraman. Erik geeft geen antwoord en lacht alleen maar.

Wat daarna gebeurt is uniek in de Nederlandse bowlinggeschiedenis. Erik:

„Ik zat nog vol energie van die driehonderd en begin lacherig aan de volgende game. Hoewel ik een beetje aan het ouwehoeren was bleven de strikes komen. Zes, zeven op een rij. Om me heen hoorde ik mensen praten en lachen. Ik probeer er niet naar te luisteren, maar ongemerkt hoor je het toch. ‘Hij zal het toch niet nog een keer doen?’ Iets waar je natuurlijk alleen maar van kan dromen. Het zal toch wel niet lukken, dacht ik. Maar het bleef lekker gaan.”

In De Wanmolen stijgt de spanning opnieuw. Iedereen wordt stil. Na strike elf grijpt de cameraman weer naar zijn telefoon en filmt de eigenaar van het bowlingcentrum. „Hij gooit hem hoor, kijk maar”, zegt hij. De camera zwiept iets te laat terug naar de baan, waardoor je de eerste stappen van Erik mist.

„Die bal gooide ik met zo veel spanning. Je hebt van die strikes dat het billenknijpen is. Dat alles perfect is, maar dat toch die ene vervelende pin in de hoek blijft staan. Maar toen ik de bal losliet wist is het vrij zeker: dit wordt hem.”

Terwijl de bal nog onderweg is en Erik wegloopt van de approach doet hij al bijna een dansje. Het geluid van de rondvliegende pins wordt overstemd door het gejoel. Op de bowlingbaan in Zetten heerst ongeloof. Een feest barst los.

Vierentwintig strikes op een rij. Dat is misschien te vergelijken met een tennisser die zoveel aces op rij maakt. Of een voetballer die een drievoudige hattrick scoort. Een golfer die hole-in-one’s aaneenrijgt.

De prestatie van Erik werd door de Nederlandse Bowling Federatie (NBF) erkend als ‘bijzonder sportresultaat’ waarvoor hij een oorkonde kreeg. Er zijn twee andere bowlers geweest die ooit twee perfect games op een dag gooiden, maar nooit opeenvolgend.

In de bowlingwereld wordt wel genuanceerder tegen de dubbele driehonderd van Erik aangekeken. Al langer klinkt er gemor over de hoge scores die bij sommige bowlingverenigingen worden gehaald, doordat er gekozen wordt voor oliepatronen die het bowlen makkelijker maken. Zodra deze spelers deelnemen aan landelijke competities of toernooien blijken ze toch iets minder goed te zijn.

Maar juist omdat die omstandigheden altijd anders zijn, vindt Erik bowlen zo mooi. Het lijkt zo simpel: vanaf 18 meter met een bal richting tien kegels werpen. Maar de oliepatronen, de temperatuur, de luchtvochtigheid, de bal, je eigen gemoedstoestand – het heeft allemaal invloed op het spel.

Inmiddels bowlt Erik niet meer zo fanatiek als een paar jaar geleden. Er is werk dat tijd kost. Had er meer ingezeten? Had hij een plek in het Nederlandse bowlingteam kunnen halen? En wat als bowling zo groot was als in Amerika? Met sponsoren en toernooien en miljoenen aan prijzengeld. Daar waar bowlers sterrenstatus kunnen bereiken?

Buiten bij De Wanmolen rookt Erik zwijgend zijn sigaret. Een antwoord op de vragen heeft hij niet.

Ook op de avond van 5 oktober 2011 bleef hij nuchter. Hij stuurde Kelly nog een sms’je („Bedankt voor de schnitzel.”) en ging daarna naar huis om de volgende dag om 05.30 uur richting zijn werk te gaan, in het magazijn van een scheepswerf. Daar aangekomen vertelt hij wel aan zijn collega's wat er die avond daarvoor is gebeurd. Die reageren zoals eigenlijk iedereen reageert op bowlingverhalen. „Je vertelt het ze, maar ze snappen het niet helemaal. Ze vinden het wel leuk. Maar ze zijn niet echt van: wow.”

Bowlinglingo

Strike: In een worp alle tien pins omgooien. Heb je er twee worpen voor nodig dan is het een spare.

Pin: Beter bekend als kegel. Op het einde van de baan (18,3 meter) staan er tien. Een pin is 38,1 centimeter hoog en weegt tussen de 1.530 en 1.640 gram.

Arrow: De pijlen op de baan waarop gemikt kan worden.

Approach: De aanloopzone.

Backswing: De beweging waarmee de speler een bowlingbal gooit. Eerst gaat de arm naar achter, dan terug naar voren.

Oliepatroon: Het patroon waarin de oliemachine de olie op de baan heeft aangebracht. Het gaat maar om een heel klein beetje olie – een borrelglaasje per baan – maar is van grote invloed op de manier waarop de bal rolt.

Hook: Een bal die na een rechte glijlijn scherp afbuigt.

Frame: Een serie van 2 worpen.

Game: Een serie van 10 frames.