Opinie

De ideale samenleving volgens het CDA: samen lachen om Wim Kan

Lageropgeleiden blijven niet meer stil in een hoekje zitten. Ze denken dat ze nu ook iets mogen zeggen. Dat is een misvatting, vindt Ilja Leonard Pfeijffer.

Ze hebben bij het CDA een probleem geconstateerd. Er is een groeiende kloof tussen hoog- en laagopgeleide burgers. Vanaf de Cito-toets scheiden hun wegen om elkaar verder zelden te kruisen. Dit leidt tot een fragmentatie van de maatschappij, zo wordt geconcludeerd in een deze week verschenen rapport van de partij.

Hoe problematisch die kloof en die fragmentatie volgens het CDA zijn, wordt duidelijk gemaakt aan de hand van een voorbeeld. ‘Wim Kan was de laatste cabaretier om wie heel Nederland moest lachen.’ Zo iemand wordt heden ten dage node gemist. Geer en Goor zijn voor hoogopgeleiden te plat, Hans Teeuwen is voor lager opgeleiden te kwetsend. „Als je niet met elkaar kunt lachen, is er echt een heel serieus probleem”, zegt wetenschapper Giselinde Kuipers.

Daar moest ik als hogeropgeleide smakelijk om lachen. Een politieke partij met heimwee naar Wim Kan, daar had zelfs Wim Kan wel raad mee geweten, hoewel hij geen enkele school heeft afgemaakt. De wereld spat met de snelheid van licht van onze schermen, maar de ideale samenleving volgens het CDA is één avond per jaar met een schaal oliebollen op schoot bij gebrek aan keuze naar het ene televisienet kijken waar een man op leeftijd zich een handjevol oubollige grapjes permitteert over Joop den Uyl. ‘Ja, lieve mensen, het was me het jaartje wel.’

In de heimwee naar die van existentiële verveling doordesemde mufheid, die we met het klimmen der jaren door het falen van ons geheugen gaan verwarren met een knus gevoel, ligt voor het CDA de oplossing besloten voor alle problemen in onze samenleving.

Het Nederlandse cabaret heeft zich de afgelopen decennia vrijgevochten van de verstikkende traditie van Wim Kan en Toon Hermans en zich dankzij de vernieuwingen van Freek de Jonge, Theo Maassen, Hans Teeuwen en Micha Wertheim ontwikkeld van een onbeduidende vorm van amusement tot een serieuze kunstvorm, maar voor het CDA is die maatschappelijk ontwrichtend. Laat dat nou net de bedoeling zijn. Om de lol daarvan te snappen moet je hoog zijn opgeleid.

Het probleem is niet zozeer dat er een kloof gaapt tussen Hans Teeuwen en Geer en Goor als wel dat Geer en Goor bestaan. Het alarmerende van de tweedeling tussen de hoger- en lageropgeleiden is niet dat die aanwezig is, maar dat er bij de lager opgeleiden de misvatting heeft postgevat dat zij ook iets mogen zeggen.

Je vraagt je af hoe het CDA het probleem concreet wil oplossen. Wim Kan is dood. Maar misschien bestaat er een alternatief. Want als je op zoek gaat naar een cabaretier die de brille van Teeuwen en de populariteit van Geer en Goor mist en om wie uiteindelijk niemand echt kan lachen, kom je onvermijdelijk uit bij Youp van ’t Hek.