Opinie

Verstouwen

Nog maar een week en twee dagen tot de tourstart. Voor wie het ontgaan mocht zijn, het gebeurt in Utrecht. Een fanatieke vrijetijdsfietser beklaagde zich bij mij dat hijzelf nauwelijks meer aan fietsen toekwam in de aanloop naar de proloog. Wielercafés, een paar centimeter dikke bijlagen van tijdschriften, tv-documentaires over de geschiedenis van de Tour, ontelbare internetpagina’s met de laatste wederwaardigheden over de favorieten, outsiders en knechten. Prognoses. Nu weer de dreiging van de politievakbond om van de Tour een pressiemiddel te maken. En dat alles naast een volle baan! Houdt het dan nooit op?

Ik zei hem dat hij zich niet moest aanstellen. Gedwongen fysieke rust verricht vaak wonderen. Na de Tour zou hij weer kunnen opbouwen naar een onvoorzien niveau. De dijbeenbreuk van twee jaar terug had op termijn toch ook voortreffelijk uitgepakt?

Maar, ik geef het toe, de wielerliefhebber heeft heel wat aan informatie te verstouwen in deze periode. Het lijkt op een aardverschuiving in het gebergte na noodweer. Gek genoeg was het een niet-wielerliefhebster die me er gisteren op attent maakte dat La Dernière Echappée op TV5 begonnen was. Ik schakelde meteen in.

De film is een gedramatiseerde weergave van Laurent Fignon’s laatste weken. Hopeloos aangevreten door de kanker verkiest hij de rol van analyticus voor de Franse televisie boven een chemokuur tijdens de Tour van 2010. Het feit klopt, maar wat een beroerde film. De kwalificatie melodrama is nog veel te veel eer. Laurent Fignon was op het laatst cynisch, ranzig, wanhopig, radeloos, maar bij momenten ongemeen helder en schitterend meedogenloos. Ik vind maar een slap aftreksel van hem terug.

En toch zit ik met vochtige ogen voor het televisie. Misschien is het wel goed zo, misschien moet je een groot kampioen niet fullscreen tot op het gebeente afpellen.

Ongeveer een maand geleden had ik een Franse journalist van L’Équipe over de vloer. We kwamen over Fignon te spreken. Fignon had hem ooit toevertrouwd dat de wielersport hem op intellectueel vlak vermoordde. Hij haatte het bekrompen en opportunistische milieutje waarin hij leefde zozeer dat hij er bom op kon gooien. Op de fiets, tussen start en finish, was hij soms gelukkig.

In dezelfde kamer waar de journalist zat, heeft Laurent Fignon gezeten. Ik nam hem wel eens mee naar huis na een nachtelijk post-tourcriterium. We bliezen stoom af, en geholpen door een aanzienlijke hoeveelheid drank kwamen we telkens tot dezelfde conclusie: wielrennen heeft alles te maken met escapisme.

Begin 2013 bezocht ik met mijn eega de urnenmuur op Père Lachaise. Net als ik was zij erg op hem gesteld. Intussen drinken zij samen thee in een andere dimensie. Of het over wielrennen gaat weet ik niet.