Toffe jongen, die Holleeder

In jouw schoenen zou ik hetzelfde doen, vleit Freddy Heineken zijn ontvoerder Willem Holleeder. Dat geeft de teneur van Kidnapping Freddy Heineken aardig weer. Goed, ontvoeren is een misdaad, maar wat moet je anders als jonge ondernemer in 1983? Crisistijd, en dan arresteert de politie je ook nog omdat je vieze punkers, junks en kraaktuig uit je pandjes rost.

Journalist Peter R. de Vries trok in februari wijselijk zijn handen af van Kidnapping Freddy Heineken, de film die zijn revanche moest worden op Maarten Treurniet. Diens film De Heineken Ontvoering zette De Vries in 2011 weg als half jatwerk, half onzin. De Amerikaanse versie naar De Vries’ bestseller De Ontvoering van Alfred Heineken zou een true crime-drama worden met echt filmsterren: Anthony Hopkins, Sam Worthington van Avatar.

De kidnappers zullen ditmaal tevreden zijn: ze zijn toffe jongens vol bravoure. Maar wat een vreselijk saaie film is Kidnapping Freddy Heineken geworden. Met dank aan De Vries blijf hij dichtbij de feiten, maar verzuimt daar focus, betekenis of een moraal aan te geven. De ontvoerders zijn amorfe non-valeurs en Anthony Hopkins is een minder interessante Heineken dan Rutger Hauer.

De Zweed Daniel Alfredson is een middelmatig tv-regisseur die scènes aaneenrijgt zonder een motief of sfeer te vinden. Het bescheiden budget schemert in de actie door. Wat resteert, is een kleurloos verhaal dat verzuimt duidelijk te maken waarom dit verhaal 32 jaar na dato nog interessant zou zijn.