Slecht onderwijs? Hier? We bewijzen ze juist een dienst

De Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge waarschuwt ouders van een zeer zwakke basisschool. Volgens de directeur is het onderwijs er op orde. „Hij kan mij wegzetten als een malloot.”

Schoolleider Abdulqadir Jarmohamed van basisschool De Verbinding (links) in Rotterdam is boos op de wethouder. Die vindt het onderwijs zo slecht, dat hij ouders adviseert hun kind er weg te halen.
Schoolleider Abdulqadir Jarmohamed van basisschool De Verbinding (links) in Rotterdam is boos op de wethouder. Die vindt het onderwijs zo slecht, dat hij ouders adviseert hun kind er weg te halen. Foto’s Merlin Daleman

De directeur is druk bezig met onderwijszaken, zegt de vrouw in lange rok die de deur opent. Maar na lang aandringen is Abdulqadir Jarmohamed, directeur van basisschool De Verbinding, bereid om te vertellen wat hij vindt van de actie van de Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA).

De Jonge deed iets onconventioneels: hij schreef alle ouders van de kinderen op De Verbinding een brief. Daarin vraagt hij de ouders te overwegen hun kind op een andere school te plaatsen. De school is volgens het oordeel van de inspectie zeer zwak, schrijft de wethouder. Daarnaast heeft de school te weinig leerlingen om op lange termijn te kunnen voortbestaan.

Niet goed uitgelegd

De Verbinding, in de wijk Zevenkamp, is in 2012 opgericht door Jarmohamed. Hij runde eerder een islamitische school, maar die moest sluiten omdat de kwaliteit van het onderwijs onder de maat was en er financiële problemen waren. Vorig jaar oordeelde de inspectie dat ook op De Verbinding het onderwijs niet deugt. Onder meer omdat leraren de lesstof niet goed uitlegden, omdat er te weinig werd gedaan aan taalachterstanden van de kinderen en omdat in veel groepen de leerlingen niet actief meededen met de les. Ook ontbrak het aan een kwaliteitsplan.

In juli zal de inspectie de school opnieuw beoordelen. Zo gaat dat; onderwijsinstellingen die het predicaat zwak of zeer zwak ontvangen, krijgen twee jaar de tijd om op te krabbelen. Maar dat verandert per 1 augustus. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) heeft de zogenoemde verbetertermijn teruggebracht van twee naar één jaar.

Maar dat duurt wethouder De Jonge nog te lang. „Ik vind goed onderwijs te belangrijk om te wachten. Ik voel me genoodzaakt te kiezen voor de ouders. Vrijheid van onderwijs is prachtig, maar het is geen vrijbrief voor slecht onderwijs.” Hij zou „het liefst de financiering stoppen zodat de school moet sluiten. Maar dat kan een gemeente niet besluiten, dat is aan het ministerie.” De staatssecretaris kan de bekostiging stopzetten. Dat is wel eens gebeurd. Denk aan de evangelische basisschool Timon en de scholengemeenschap Ibn Ghaldoun – beide in Rotterdam.

Bij de laatste school schreef de toenmalige onderwijswethouder, Leonard Geluk, ook een brief aan de ouders met het advies de kinderen naar een andere school te brengen. De school stapte hierop naar de rechter en won; Geluk had geen negatief advies mogen geven. In hoger beroep kreeg hij toch gelijk.

Terug naar De Verbinding. Directeur Abdulqadir Jarmohamed klinkt even gedreven als wethouder De Jonge, maar vertelt in hemdsmouwen een ander verhaal. De helft van zijn 54 leerlingen hoort eigenlijk in het speciaal onderwijs thuis, zegt hij. Niet allemaal spreken ze even goed Nederlands, sommigen komen uit zwakke gezinnen. Met deze kinderen, zegt hij, haalt hij prima resultaten. „We bewijzen het Rotterdamse onderwijs dus juist een dienst.” En toen zijn vorige school werd gesloten, was hijzelf al lang weg, zegt hij.

Nog geen ouder heeft bij hem geklaagd na de brief van de wethouder. „Ze hebben eerder iets van: wat is dat voor een vreemde man?”

Jarmohamed stimuleert de kinderen op zijn school het beste uit zichzelf te halen, vertelt hij. Ze leren zelfkennis, zelfregie en zelfreflectie. De leraren zijn getraind in „deugdentaal”. Kinderen worden „met positieve feedback een stapje verder geholpen”. Met de rode stift zet hij op een whiteboard zijn woorden schematisch kracht bij. Het probleem is volgens hem dat de inspectie kijkt naar wat er op papier staat. En omdat de school nog maar kort bestaat en hij zo druk is met het onderwijs, bleef de administratie achter. Jarmohamed: „Wat is belangrijker, de ontwikkeling van de kinderen of de beleidsstukken? Ik ben zo brutaal om het onderwijs voorrang te geven.”

Maar niet alleen de kwaliteit van onderwijs en administratie is een probleem. De Verbinding heeft ook te weinig leerlingen – bij de oprichting van een school moet het bestuur aannamelijk maken dat er vraag is naar het type onderwijs én dat de leerlingennorm binnen vijf jaar behaald kan worden. Dat betekent voor De Verbinding dat er over twee jaar 303 leerlingen in de klassen moeten zitten.

Sympathie voor de wethouder

Voor de oprichting van een school is niet heel veel nodig. Dat wil Dekker veranderen. Hij denkt aan een kwaliteitstoets. Hoe deze er precies uit moet zien, is nog onduidelijk. Ook wil hij dat bestuurders van een zeer zwakke school niet zomaar elders een school kunnen starten. Hij heeft sympathie voor de brief van De Jonge. „Want kinderen die slecht onderwijs krijgen, lopen al snel een achterstand op die ze vrijwel niet meer in kunnen halen.”

Abdulqadir Jarmohamed maakt zich niet druk. „Iedereen heeft vrijheid van meningsuiting. Ook meneer de Jonge. Dus hij kan mij wegzetten als een malloot. Dat is de wijze waarop in dit land politiek wordt bedreven. Maar ook meneer De Jonge moet zich aan de wet houden. De papieren waar de inspectie zo graag naar kijkt, zullen we op tijd in orde hebben.”