SaudiLeaks: blik op Riads geldmachine

Met oliedollars koop je vrienden. De gelekte documenten leggen het pijnlijk bloot. De Saoediërs zijn nerveus over wat er nog meer kan opduiken.

Zitkamer in het paleis van prins Al Waleed bin Talal al-Saud, investeerder en lid van de koninklijke familie. Onder: de laterekoning Abdullah in zijn boerderij in 2002. De ambtsberichten geven een beeld van de decadentie van het koningshuis.
Zitkamer in het paleis van prins Al Waleed bin Talal al-Saud, investeerder en lid van de koninklijke familie. Onder: de laterekoning Abdullah in zijn boerderij in 2002. De ambtsberichten geven een beeld van de decadentie van het koningshuis. Foto’s Daryl Visscher/Hollandse Hoogte

De Libanese politicus Samir Geagea klopt in 2012 aan bij de Saoedische ambassade in Beiroet. Zijn partij dreigt failliet te gaan en hij heeft geld nodig voor zijn beveiliging. De ambassadeur stuurt een vertrouwelijke brief naar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Riad, waarin hij adviseert om Geagea financieel te ondersteunen. Hij ziet de christelijke politicus als een machtige pion in het conflict met de shi’itische beweging Hezbollah en Syrië. „Bovenal toont hij zich bereid om alles te doen wat het koninkrijk van hem vraagt”, aldus de brief.

Het is een van de vele details uit de 61.000 Saoedische documenten die de klokkenluiderssite WikiLeaks dit weekend heeft gepubliceerd. Het zou gaan om geheime correspondentie van Saoedische ambassades, interne memo’s van het ministerie van Buitenlandse Zaken en andere overheidsdocumenten, die een zeldzaam inkijkje geven in de machinaties van een van ’s werelds schimmigste regimes. Wat blijkt: Saoedi-Arabië is de suikeroom van het Midden-Oosten, die diplomatie bedrijft met de creditcard.

De authenticiteit van de documenten is niet bevestigd. WikiLeaks wil de herkomst niet onthullen, maar verwijst naar het feit dat er in mei is ingebroken op de servers van de Saoedische ministeries van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Defensie. De cyberaanval is opgeëist door een groep die zichzelf het Jemenitische Cyberleger noemt en handelde uit wraak voor de Saoedische luchtoorlog in Jemen.

SaudiLeaks, zoals de documenten zijn gedoopt, heeft nog geen grote onthullingen opgeleverd. Maar WikiLeaks belooft de komende weken nog eens 400.000 ambtsberichten te publiceren. De Saoedische regering is zeer ongerust. Terwijl internationale media en Arabische internetgebruikers het archief doorspitten op interessante feiten, waarschuwt de Saoedische regering haar burgers om de „vijanden van de staat” niet te helpen door de „vervalste” documenten te delen of te publiceren.

Loyaliteit kopen

Uit de documenten blijkt dat het koninkrijk zijn olierijkdom aanwendt om bevriende regimes te ondersteunen, loyaliteit te kopen van politici in binnen- en buitenland, en kritische media te laten zwijgen. Veel stukken stammen uit de turbulente periode na de Arabische Lente, toen Saoedi-Arabië met veel geld en repressie de oude orde in de regio overeind probeerde te houden.

Zo hebben de Saoediërs overwogen 10 miljard dollar te betalen om de Egyptische president Hosni Mubarak, jarenlang een trouwe bondgenoot, uit de gevangenis te krijgen na de revolutie van 2011. Volgens een memo was de Moslimbroederschap bereid hem vrij te laten, in ruil voor een vette cheque. Riad wees het aanbod af. „Zelfs als we betalen zal de Moslimbroederschap niets kunnen doen om Mubarak vrij te krijgen.”

Veel documenten staan in het teken van de machtsstrijd met aartsrivaal Iran. Saoedische diplomaten lijken geobsedeerd door het ‘Iraanse gevaar’. Zo hadden ze plannen voor een anti-Iraanse satellietzender, die vanuit Bahrein nieuws in het Farsi moest gaan uitzenden. En op de ambassade in Teheran suggereerden ze manieren om de „frustratie van Iraanse burgers en hun grote wens voor een ander regime” naar buiten te brengen via Facebook en Twitter.

Ook deed de Saoedische regering verwoede pogingen de Iraakse regering, een bondgenoot van Iran, te ondermijnen. Sunnitische stamleiders en politici kregen geld en reisden geregeld naar Riad om „informatie en ideeën uit te wisselen”. Sommige politici werden zelfs beloond met duizenden visa voor de hadj, de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka. Die visa zijn erg gewild, want officieel krijgt elk land er maar een beperkt aantal van toegewezen. Ook onderhoudt het koninkrijk nauwe banden met voormalige leiders van Saddam Husseins Ba’athpartij, die financiële steun en politiek asiel krijgen.

Prostitutie van de elite

Uit de documenten blijkt dat Saoedi-Arabië veel geld en moeite steekt in het beïnvloeden van binnenlandse en buitenlandse media. Zo hebben de Saoediërs honderdduizenden abonnementen afgesloten op kranten in Syrië, Libanon, Koeweit, Jordanië en Mauretanië om zich te verzekeren van positieve pers. Ook tv-zenders worden gefêteerd, zoals nieuwszender MTV in Libanon, die 5 miljoen dollar kreeg op voorwaarde dat ze met een plan kwamen hoe hun berichtgeving het best de Saoedische belangen kon dienen.

Een mooi voorbeeld is het interview met de Saoedische dissident Saad al-Faqih dat de Egyptische zender ONTV in 2011 uitzond. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Riad was not amused en vroeg de ambassade in Egypte om uit te zoeken hoe ONTV kon worden „gecoöpteerd”. De eigenaar van de zender, de Egyptische miljardair Naguib Sawiris, vreesde de Saoedische toorn en beval zijn directeur „Faqih nooit meer uit te nodigen”. En hij vroeg of de Saoedische ambassadeur „te gast wilde zijn”.

Hoewel dit soort details op sociale media gretig worden gedeeld, zijn weinigen echt verbaasd. De onthullingen bevestigen slechts het heersende beeld. „De mate waarin de elite in Egypte zichzelf prostitueert voor Saoedisch geld is tegelijk pijnlijk en niet verrassend”, concludeerde schrijver Iyad al-Baghdadi op Twitter.

Toch moet de impact niet worden onderschat, betoogt de Amerikaanse Midden-Oostenexpert Marc Lynch in The Washington Post. „Want ze raken aan de twee belangrijkste zaken die op dit moment spelen in het Midden-Oosten: de regionale proxyoorlogen tussen Saoedi-Arabië en Iran, en de felle pogingen van Arabische regimes om de onverbiddelijk groeiende publieke sfeer te controleren en de verworvenheden van de opstanden in 2011 ongedaan te maken.”

In dit opzicht zijn de documenten een pijnlijke ontmaskering, zeker voor een regime dat zo veel moeite doet om zaken geheim te houden. Het is één ding om te weten dat Saoedi-Arabië een machtsstrijd uitvecht met Iran, het is iets anders om in officiële documenten te lezen hoe dat in zijn werk gaat. Het zal de polarisatie en achterdocht in de regio alleen maar versterken.