Saoediërs hielden Wilders nauwgezet in de gaten

Na elke anti-islamitische actie van PVV-leider Wilders tracht de Nederlandse ambassade in Riad de schade beperken.

Gisteravond waren de omstreden Mohammed-cartoons van de PVV eindelijk op televisie te zien. De spotprenten, die begin mei tot ophef leidden op een bijeenkomst in Garland (Texas) met Geert Wilders als een van de sprekers, trokken relatief veel kijkers naar Zendtijd voor Politieke Partijen. Maar Nederland is er niet in rep en roer door geraakt.

Toch kunnen Nederlandse diplomaten in de Saoedische hoofdstad Riad zich weer opmaken voor lastige gesprekken. Toen Wilders vorig jaar stickers uitdeelde met de Saoedische vlag en de tekst ‘Mohammed is een boef’ leidde dat tot een feitelijke handelsboycot door Saoedi-Arabië.

Wilders kwam geregeld voor in de rapportages van de Saoedische ambassade in Den Haag. Soms verzocht het Saoedische ministerie uitdrukkelijk om verslag te doen van zijn acties: bijvoorbeeld in 2012, toen de Saoediërs ter ore kwam dat hij een anti-islamitisch boek ging uitbrengen in de VS. Een verslag – kennelijk het antwoord op dit verzoek – beschrijft Wilders’ ideeën en acties, maar vermeldt ook dat hij in Nederland controversieel is om zijn banden met Israël en zijn „extremistische” standpunten.

In 2010 wilden de Saoediërs al een rechtszaak aanspannen tegen Wilders. Dat blijkt uit een nota van de Organization of the Islamic Conference (OIC). De afzender meldt dat in een eerder stadium toestemming is verkregen van de toenmalige Saoedische kroonprins om een aanklacht in te dienen wegens het vertonen van Wilders’ film Fitna in het Britse Hogerhuis. De nota verwijst naar een nota van het Saoedische hoofd inlichtingen, die de „bevriende Nederlandse inlichtingendiensten” zou hebben geïnformeerd over het Saoedische standpunt en de mogelijke negatieve consequenties van Wilders’ „ongeoorloofde agressie”. Er valt niet op te maken wat het vervolg is geweest.

De Nederlandse ambassade in Riad trachtte steeds de schade te beperken. Zoals ineen ontmoeting in april 2012 tussen ambassadeur Ron Strikker en een hoge Saoedische ambtenaar. Strikker herhaalt het regeringsstandpunt dat de uitspraken van Wilders niet de visie van de overheid vertegenwoordigen, maar dat de grondwet zowel de vrijheid van meningsuiting als de godsdienstvrijheid beschermt.

Zijn gesprekspartner veegt Strikkers ‘vrijheid van meningsuiting’-argument van tafel, omdat Wilders’ uitspraken volgens hem leiden tot haat en onbegrip, en de verhoudingen tussen religies en volken bemoeilijken. Zijn land doet juist veel moeite om religieuze dialoog en begrip te bevorderen. Hij geeft de Nederlandse regering advies: ze zou er goed aan doen haar standpunt tegen Wilders’ uitspraken meer publiekelijk uit te dragen, „ook aan Nederlandse moslims die het slachtoffer zijn van dit soort acties”.