Quasipoëtisch gezwatel

‘Water ... valt neer in de stad. Luister ...naar wat dat water ons te zeggen heeft.” Luisteren leert dat het water zwijgt, maar Humberto Tan nooit. Hij leutert deze verbale pap in Nature non-stop op kleutertje-luistertoon de zaal in. Het is een irritante tendens in de natuurdocumentaire: niks uitleggen, de beelden geen verhaal laten vertellen, maar met quasipoëtisch gezwatel een incoherente plaatjesbrij aan elkaar lijmen. Mooi zijn ze wel , de plaatjes van Nature. Geen hippe visuele truc ontbreekt: slow motion, time lapse, extreme close-up. Alles is ook bekend: krokodil versus gnoe, gorilla’s in de mist. Maar waarom ze zo achter elkaar zijn gemonteerd? Omdat de beelden leuk bij elkaar kleuren? Omdat er nog wat restjes van andere natuurfilms op de vloer van de montageruimte lagen?

Vragen, vragen: het wordt pas helder aan het eind, als Nature abrupt verzoekt geld over te maken naar het Wereld Natuur Fonds. Huh? Dit was geen educatie maar reclame! Dan mag het: kijkers hypnotiseren met wezenloze beelden en slogans. Maar voor een reclamespotje is het nogal aan de lange kant, vind je ook niet, Humberto Tan? „Het leven ... draait hier een simpel ritme. Zorgeloze dagen onder een blauwe hemel ...”

En dat anderhalf uur lang: Nature is een lobotomie.