Nog steeds relevant

Een remake maken is alleen zinvol als je een nieuwe visie op het materiaal hebt. En dat heeft de Franse regisseur Benoît Jacquot zeker. Zijn bewerking van Octave Mirbeaus Dagboek van een kamermeisje (1900) is al de derde verfilming van het boek, maar zijn versie is eigen genoeg om de strijd aan te kunnen met die van Buñuel en Renoir. Mirbeau gaf een stem aan het kamermeisje Célestine, 115 jaar geleden een revolutionaire daad. Jacquot doet in zijn cameravoering iets soortgelijks: we zien de wereld door haar ogen. Ook laat hij de wat hautaine Célestine, krachtig gespeeld door Léa Seydoux, in terzijdes zinnetjes uitspreken waaruit blijkt hoe zij echt denkt over de decadente bourgeoisfamilie Lanlaire. Die zinnetjes staan in sterk contrast met haar serviele gedrag, een extreme dienstbaarheid die wel moet leiden tot opgekropte gevoelens van machteloosheid en frustratie.

De scènes waarin Madame Lanlaire de gehoorzaamheid van Célestine test, behoren tot de pijnlijkste uit de film. Keer op keer moet Célestine de trappen op om allerlei naaigerei te halen. Buiten adem blijft ze gedienstig glimlachen. Ondertussen krijgt zij ook nog te maken met het wantrouwen van de keukenmeid en stalknecht Joseph die al jaren bij de Lanlaires in dienst zijn.

Als zij meer vertrouwd raakt met de viriele Joseph, ontpopt hij zich tot een fanatieke antisemiet. En precies hier zit de kracht van Jacquots sterke remake. Zonder veel te hoeven wijzigen, laat hij zien dat er in 115 jaar weinig veranderd is in de maatschappij. Moderne slavernij is aan de orde van de dag, ook op het in rechtse ogen pure en onbedorven Franse dorp, racisme en antisemitisme zijn overal, de kloof tussen arm en rijk neemt weer toe – zie Piketty – en wie onder ligt, schopt zelf hard naar beneden. Deze sombere boodschap wordt door Jacquot gevangen in een delicate stijl, maar die verzacht de pijn niet. Integendeel.