Maar het klimaat profiteert pas als heel Europa meedoet

Is het haalbaar om, zoals de Haagse rechtbank eist, het klimaatbeleid in Nederland fors aan te scherpen? Een reductie van 25 procent in 2020 (in vergelijking met de situatie in 1990) is bijna de helft meer dan de 17 procent waar Nederland nu op lijkt af te stevenen. Gelet op de korte tijd, vijf jaar, waarbinnen dit doel bereikt moet zijn, is het de vraag of dat realistisch is.

Marjan Minnesma van Urgenda, de actieorganisatie die samen met zo’n negenhonderd particulieren de klagende partij was in de rechtszaak, wil het eigenlijk niet over de cijfers hebben. Volgens haar is de kern van de uitspraak dat de rechter klimaatverandering een ernstig probleem noemt en vindt dat de Staat er niet in slaagt om zijn burgers daartegen voldoende te beschermen.

Volgens Minnesma heeft de Staat zich in zijn verweer bij de rechter geprobeerd te verschuilen achter internationale onderhandelingen, Europese verplichtingen en gegoochel met cijfers. Maar, concludeert Minnesma, de Staat heeft daarmee bij de rechter geen gehoor gevonden. Dus niet langer getreuzeld, alle huizen isoleren, elektrisch gaan rijden, enzovoort. Volgens Urgenda is het haalbaar om de Nederlandse energievoorziening voor 2030 volledig duurzaam te maken.

De staat kan ‘een eind komen’

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is een van de instellingen die de cijfers levert achter het Nederlandse klimaatbeleid. Pieter Boot, hoofd van de afdeling klimaat, denkt dat Nederland „een heel eind” kan komen om aan de eis van de rechter te voldoen. Als het energieakkoord, waar alle belanghebbende partijen in september 2013 hun handtekening onder hebben gezet, volledig wordt uitgevoerd, heb je volgens hem al bijna de helft van dat verschil te pakken. De andere helft zou misschien moeilijker worden, maar nog steeds „technisch niet onmogelijk”.

Daarbij maakt het wel uit of het Europese beleid wordt meegeteld, ook al is dat voor Minnesma minder relevant. Bijna de helft van alle broeikasgassen die in Nederland worden uitgestoten, valt onder het zogeheten emissiehandelssysteem (ETS), en dat is Brussels beleid. Energieopwekking, raffinaderijen en grote industriële bedrijven doen allemaal mee aan het ETS. De bedrijven weten precies hoeveel broeikasgassen ze mogen uitstoten. Overschotten kunnen worden doorverkocht aan Europese bedrijven die tekortkomen. Een reductie van het ene bedrijf kan leiden tot extra uitstoot van het andere. Voor het klimaat levert dat dus weinig op.

Welke maatregelen zijn er?

Als Nederland opnieuw een stevige kolentaks zou invoeren, die werd geschrapt in het energieakkoord, zou dat de vervuilende kolencentrales, ook de nieuwere, kunnen raken, aldus Robert Koelemeijer, een van de klimaatwetenschappers van het PBL. Door de manier waarop het ETS werkt zou dat in Nederland een reductie opleveren. Maar als Nederland vervolgens zijn stroom in Duitsland koopt en daar de bruinkolencentrales wat harder worden gezet, helpt dat het klimaat niets.

Datzelfde geldt voor het verkeer. Nieuwe auto’s zijn onder druk van Brussel steeds zuiniger geworden. Maar Europa heeft afgesproken dat autofabrikanten gemiddeld een bepaalde norm moeten halen; ze mogen nog steeds zware, veel kooldioxide uitstotende auto’s produceren, als die norm voor het totale wagenpark maar wordt gehaald. Als Nederland de verkoop van zuinige auto’s stimuleert, gaan de energieslurpers gewoon naar de buurlanden. Ook daar schiet het klimaat niets mee op.

Nederland zou ook zijn veestapel drastisch kunnen verminderen. Vlees eten is slecht voor het klimaat. Koeien produceren veel methaan en dat is een zeer krachtig broeikasgas. Maar als Nederlanders niet tegelijkertijd veel vaker vegetarisch gaan eten, wordt het vlees uit het buitenland geïmporteerd en gaat het klimaat er alleen maar op achteruit, omdat de Nederlandse landbouw al relatief klimaatefficiënt is.

Wij volgen nu het EU-minimum

Er zijn terreinen waar zeker nog veel te winnen valt, zoals bij de ook door Minnesma genoemde isolatie van woningen. Maar het is bijna uitgesloten daarmee binnen vijf jaar het gewenste effect te bereiken. Woningbouwcorporaties willen maar al te graag, maar ze worden regelmatig tegengehouden door bewoners die extra kosten vrezen – 70 procent van hen moet instemmen, anders gaat het niet door.

Tot ruim een decennium geleden behoorde Nederland tot de koplopers op het gebied van het klimaat- en milieubeleid. Tegenwoordig wacht Nederland meestal op een uitspraak van Brussel en doet het wat minimaal vereist wordt – en zelfs dat wordt amper gehaald.

De rechter noemt Duitsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk als voorbeelden van landen die hun eigen beleid voeren en daarin verder gaan dan wat Europa eist. Dat laatste hoeft de regering niet te doen van de rechter. Zolang Nederland zich maar houdt aan de doelen waarvan het zelf zegt dat die gehaald moeten worden om de bevolking te beschermen tegen gevaarlijke klimaatverandering.