Janine Jansen begint haar eigen festival licht en luchtig

Licht en luchtig, met diverterende, verstrooiende muziek begon violiste Janine Jansen haar eigen Kamermuziekfestival met 46 concerten en 54 musici op tal van locaties in Utrecht.

Erg leuk was de Nederlandse première van het Divertimento voor nonet (1937) van de hier onbekende Tsjech Isa Krejci. Vijf korte deeltjes waarin de Franse vooroorlogse avant-garde en neo-classicisme in muziek werd samengevat. Gevarieerde muziek in de sfeer van Stravinsky, Milhaud en Ravel, veelal speels, springerig en spetterend. Een echte festivalontdekking.

Altviolist Julian Rachlin moest wegens ziekte het festival afzeggen, met allerlei omzettingen als gevolg. Zo speelde Amihai Grosz mee in het Pianokwartet nr 2 van Dvorák, dat een af en toe nogal tamme vertolking kreeg. Wat ook niet hielp is de akoestiek van de Grote Zaal van TivoliVredenburg waarin bij een kleine bezetting de subtiele, zachte en tedere passages van de strijkers te weinig klankprofiel krijgen. Zwaarte en diepgang, die daar toch ook nodig zijn, gaan daar deels verloren.

Geen problemen waren er in het fameuze Octet van Schubert, het skelet van een lange, achtdelige symfonie. De alerte Janine Jansen, die eerder in het openingsstuk nauwelijks iets had te doen, presideerde hier met haar spel, haar houding en vooral met haar ogen over een stevige en prachtig klinkende uitvoering.

De grote ster op het festival was Andreas Ottensamer, de eerste klarinettist van de Berliner Philharmoniker met zijn gedreven intense klank. Hier ervoer men kamermuziek waarachtig op topniveau.