In iedereen schuilt een kleine dictator

De Chinees Song Dong laat in het Groninger Museum het huis van zijn jeugd zien (5,8m2). Eén etage van het museum toont alle spullen die zijn moeder dwangmatig verzamelde. Een kunstwerk dat bijna uit elkaar spat.

Song Dong, Eating the World
Song Dong, Eating the World

De Chinese kunstenaar Song Dong heeft minstens één groot, alom erkend meesterwerk gemaakt. Alleen om te begrijpen hoe geweldig en rijk dit Waste Not is, moet je eerst meer grip krijgen op zijn oeuvre. En dat niet alleen: het is ook handig om je, onder Songs hoede, te verdiepen in een aantal aspecten van hedendaagse Chinese kunst en maatschappij – die Song je overigens met plezier aanreikt. Dat begint bij My First Home, het eerste werk op zijn expositie in het Groninger Museum, een waarheidsgetrouwe kopie van Songs eerste eigen ‘huis’: een ‘doos’ zo klein (5,8 vierkante meter) dat Song de kopie heeft uitgevoerd als transportkist die hij overal mee naartoe kan nemen. Op locatie richt hij de ‘kist’ vervolgens in met de oorspronkelijke spullen die zijn moeder voor hem had bewaard – het originele ‘huis’ is inmiddels afgebroken. Daarmee zitten we al meteen stevig in de hedendaagse Chinese cultuur en kunst: in My First Home zie je hoe moeilijk het is voor een jonge Chinees om je ‘eigen’ plek te verwerven, hoe krachtig de band is met familie en met tradities. Tegelijk confronteert het werk je met de worsteling met het enorme tempo waarin China de afgelopen jaren is veranderd en waarbij bijna terloops een groot deel van de Chinese geschiedenis en architectuur is weggevaagd.

Dat is de grootste kracht van Songs werk: hoewel dat op het eerste gezicht ‘typisch Chinees’ is, verbindt hij grote maatschappelijke thema’s zo met zijn eigen leven en zijn kunst dat ze universeel worden. En juist die ‘exotische’ oorsprong houdt je als westerse toeschouwer scherp: Song wrijft je subtiel in dat je niet al te veel van je eigen vooroordelen moet uitgaan. Neem de levensechte beelden van politieagenten die hij door de tentoonstelling heeft neergezet. Ze zijn strak, in uniform, staan met hun handen op de rug en kijken je vorsend aan. Natuurlijk denk je meteen dat ze staan voor de macht en de controle die de Chinese overheid nog steeds op grote schaal uitoefent. Tot je leest dat al deze mannen kopieën zijn van Song zelf. Meteen kantelt de zaak: Song laat heel slim zien dat hier, in dit werk, op deze tentoonstelling hij de dienst uitmaakt – en dat er misschien in iedereen wel een kleine dagelijkse dictator schuilt.

Die dubbelzinnigheid duikt ook op in het subtiele Touching my Father. Daarin zien we hoe Song zijn vader ‘aanraakt’ door een video-opname van zijn eigen hand op hem te projecteren – waarin niet alleen die worsteling terugkomt met zelfstandigheid en het respect voor ouders, maar ook de afstand die ontstond tussen Song en zijn vader, doordat die laatste, eind jaren zestig, om zijn politieke opvattingen naar een ‘heropvoedingsschool’ in Hubei werd verbannen. Hij bleef jaren weg, waardoor de zoon het de eerste jaren van zijn leven bijna helemaal zonder vader moest stellen en die in zijn hoofd langzaam mythische proporties begon aan te nemen. Blijkbaar kon je de wereld niet zomaar beheersen.

Misschien verklaart dat wel (deels) de vele werken waarop op een of andere wijze water wordt gebruikt. Song schrijft met water, tekent met water, doet performances in water – en al snel begrijp je dat hij al dat water mede gebruikt omdat het snel verdampt, zonder sporen achter te laten. Maar juist door daar dan kunstwerken mee te maken krijg je een mooie paradox (iets tonen wat eigenlijk verdwijnt) die Song gretig uitbuit – en dat sluit ook nog eens mooi aan bij de filosofie van het taoïsme, waarin de nadruk wordt gelegd op veranderlijkheid. Maar hoe ga je, als Chinese kunstenaar, om met die veranderlijkheid in beeldende kunstwerken die bijna automatisch stollen, achterblijven, sporen achterlaten, ruimte innemen?

Al die overwegingen, dilemma’s, verhalen komen perfect bij elkaar in Waste Not – en nog veel meer. Om die reden is ook de opbouw van de Groninger tentoonstelling mooi: op de eerste verdieping ‘de rest’ van Songs oeuvre, boven het magnum opus – al kan dat ook komen omdat Waste Not simpelweg heel veel ruimte nodig heeft. Dat is ook meteen de eerste klap die het werk uitdeelt: het is niet alleen zo enorm groot dat het (bijna) de hele bovenverdieping van het Groninger Museum inneemt, alle voorwerpen, alle objecten (het moeten er vele, vele duizenden zijn) zijn allemaal verzameld door één vrouw, Songs moeder.

Op het eerste gezicht lijkt Waste Not nog het meest op een gigantische rommelmarktkraam waar alle waar, die vaak de moeite van het verkopen niet waard lijkt, door de verkoper aandachtig, liefdevol is gerubriceerd en uitgestald. Alles ligt en staat netjes in groepen bij elkaar: thermosflessen, handschoenen, petten, tandenborstels, bh-vullingen, verpakkingsdozen, sokken, schalen, platenspelers, geodriehoeken, plantenpotten, knuffeldieren en ga zo maar door. Helderheid. Beheersing.

Toch is die beheersing deels schijn. Waste Not ontstond namelijk doordat Songs moeder, Zhao Xiang Yuan, in een crisis belandde toen zijn vader in 2002 onverwacht overleed. Plotseling was ze haar anker in het leven kwijt. En het enige wat ze kon bedenken om weer houvast te vinden in het leven was het verzamelen van spullen, heel veel spullen. Ze gooide zelden nog iets weg, vanaf dat moment, en probeerde ook haar kinderen daarin mee te slepen, wat dan weer als voordeel had dat, bijvoorbeeld, het interieur van Song Dongs eerste eigen woning voor een groot deel behouden bleef. Maar haar verzamelwoede werd zo groot dat die niet meer te beheersen was – het huis slibde dicht, er was niet meer te leven, er moest een oplossing komen. En dus nam Song een simpel besluit: hij maakte er een kunstwerk van.

Daarmee laat hij zien wat de kracht van kunst kan zijn: wat in principe niet meer is dan een volkomen uit de hand gelopen verzamelwoede is ineens een installatie, een kunstwerk, dat bijna van rijkdom uit elkaar spat. Het zit er allemaal in: het toe-eigenen door Marcel Duchamp (alleen dan op véél grotere schaal), de geschiedenis van een gewone Chinese familie, de mondiale worsteling met overconsumptie, de diepmenselijke poging een verleden te beheersen dat je door de vingers blijft glippen – en waarbij zelfs het geloof geen verlossing meer biedt. Maar, en dat is het mooie: wel de kunst, misschien, heel misschien wel de kunst.

Sinds 2005, het jaar dat Song het werk bedacht en samen met zijn moeder voor het eerst ordende, reist Waste Not over de wereld, van museum naar museum. Vaak reist moeder Zhao mee, om het geheel hoogstpersoonlijk, samen met haar zoon, in te richten. En sindsdien schijnt het een stuk beter met haar te gaan. Zo bekeken is Waste Not uiteindelijk vooral een prachtige metafoor voor de huidige wereld en de rol die kunst daarin kan spelen: hoogstpersoonlijke ordening, verdieping, schoonheid, misschien zelfs verlossing. Al is het maar voor één mens. Gaat dat zien.