Holland Festival: muzikale hoogtepunten

Het festival is afgelopen, na 45 producties in 100 voorstellingen met 69.000 bezoekers. Tijd om de balans op te maken van Ruth Mackenzies eerste HF-editie.

Uit The Book of Sand van Michel van der Aa: liederen als interactieve app
Uit The Book of Sand van Michel van der Aa: liederen als interactieve app

Het openingsweekend van de eerste editie van het Holland Festival onder artistiek directeur Ruth Mackenzie was veelzeggend. In Carré deinde een zaal vol Turkse Nederlandsers mee op muziek van Kardes Türküler en Candan Ercetin. Luisteraars die geen Turks spraken, schikten zich in een spoedcursus ‘zo voelt het minderheid te zijn’ en ervoeren de muziek en (uitstekende) sfeer zonder notie van de inhoud. Voor de thuisblijver was er een Club Night die je op de pc de huiskamer in kon streamen: goedbedoeld, maar ineffectief. De bekoring van een club is immers het tegenovergestelde van een avondje thuis.

Digitale initiatieven verrieden dit jaar de handtekening van Mackenzie, tot voor kort interim-directeur van het digitaal kunstplatform The Space. Zij omarmt digitale middelen als sleutels naar een nieuw publiek, maar niet alle sloten sprongen open. De openingsvoorstelling M.U.R.S. van het Spaanse spektakelgezelschap La Fura dels Baus was een miskleun. Het idee was interessant: een interactieve theaterinstallatie waarbij de smartphone van de bezoeker via een app een prominente rol inneemt. Maar bij tientallen bezoekers haperde de techniek, waardoor de bedoelde interactiviteit een frustrerende ervaring werd. En ook als de app niet vastliep, was de theatrale beleving mager: rommelig, clichématig en uiteindelijk vooral vervelend.

Dat het ook anders kan toonde de prachtige digitale en interactieve liedtriptiek van Michel van der Aa: The Book of Sand. Wie die app, gratis verkrijgbaar, bekijkt ziet wat een enorme mogelijkheden digitale toepassingen inderdaad hebben voor de ‘podium’-kunsten – waarmee nog niks gezegd is over de enigmatische filmische en muzikale schoonheid van het werk.

Opwindend leek vooraf ook de opera The End, met hoofdrol voor de Japanse hologrampopster Hatsune Miku. Goed dat het festival dit cultuurfenomeen importeerde: tonen wat elders smaakmakend is, hoort immers ook tot het gedroomde takenpakket. Maar de „sloom bewegende Miku slaagde er vooral in het publiek te vervelen met monotoon gemurmel”, schreef deze krant. De muziek bleef eendimensionaal en het hologram wekte meer koele vervreemding op dan warme fascinatie.

Ook Der Untergang der Nibelungen van het Berlijnse Gorki Theater demonstreerde de evenwichtsoefening waar het festival zich voor gesteld ziet: vernieuwing brengt artistieke risico’s met zich mee. Zo was het wijs iets te programmeren van dit spannende gezelschap, maar de keus voor deze tergende productie was ongelukkig. Het Berlijnse strijkerssolistenensemble Kaleidoskop riep eenzelfde gevoel op: tegenover het weinig beklijvende Baroque Revisited stond het geweldige ligconcert-in-duisternis Now I Lay Me Down.

Voorspelbaar maar wel voorzien van kwaliteitsgarantie waren de bekende festivalnamen: Ivo van Hove (Kings of War) en Guy Cassiers (Passions Humaines) boden waar ze goed in zijn, Répons van Boulez was een hoogtepunt. Toneelfurie Angélica Liddell is een ‘safe bet’ voor wat festivalopwinding en Robert Wilson blijft een hit, al verdeelde hij de meningen met Becketts Krapp’s Last Tape. Hoogstaand én spannend (een zeldzame mix) was La Imaginacion del Futuro van het Chileens collectief La Re-sentida.

Het subfestivalthema – China – leidde twee keer tot een schot in de roos. Arnoud Noordegraafs As Big As The Sky in samenwerking met Ai Weiwei was een originele, overtuigende combinatie van film, toneel en opera. Guo Wenjings Si Fan was een liefdevolle ode aan de Chinese opera, waarbij de vooraf getoonde documentaire van Frank Scheffer (Het innerlijke landschap) grote verdiepende meerwaarde had én toonde dat voor ontroering soms gewoon het registreren van het onverwacht menselijke volstaat.