Hiermee gaat Ahold dus samen

Het Belgische Delhaize en het Nederlandse Ahold gaan fuseren. Wat voor bedrijf is Delhaize? „Jullie Nederlanders zijn geobsedeerd door prijs, wij hechten aan kwaliteit.”

Beeld NRC Studio
Beeld NRC Studio

Een Belg meldt zich aan de hemelpoort en antwoordt op Petrus’ vraag welke plek hij wenst: „Op een hoek graag.” „Onmogelijk”, zegt Petrus. „De hoeken zijn gereserveerd voor de familie Delhaize.”

Bedrijfshistoricus Emmanuel Collet kan er nog altijd smakelijk om lachen. Het is een belegen grap die elke Belg kent. „Wij zijn hier allemaal opgegroeid met Delhaize du coin – een Delhaize op elke hoek.”

‘De Hollanders pakken ons kroonjuweel af’, is bij veel Belgen het overheersende gevoel, nu Ahold het bijna 150 jaar oude Belgische supermarktbedrijf Delhaize overneemt. Ook al wordt er gesproken over een „fusie van gelijken”.

Toen Ahold in 2011 de eerste AH-winkel in Vlaanderen opende, bleef het nog bij spottende observaties over ‘die rare rookworsten, dubbelvla, voorgesneden wortels en ontbijtdingen zoals gekleurde hagelslag’. De in Vlaanderen werkende Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard noemde in de Belgische media Albert Heijn „een plaag”, „een bedrijf dat alles representeert waarvoor ik op de vlucht sloeg: betutteling, uniformisering, zuinigheid”.

Maar de spot heeft nu plaatsgemaakt voor ernst: gaat Ahold er met onze nationale trots vandoor? Het is een gevoeligheid waar Ahold rekening mee moet houden, waarschuwen retailexperts in België.

„In elke Belg zit Delhaize-DNA”, zegt Collet, die in zijn boek Delhaize, De Leeuw; Kruideniers sinds 1867 de geschiedenis van het Belgische concern beschrijft. „Zoals de Belg de weg kent naar de kerk of het voetbalstadion, zo loopt hij blindelings naar de Delhaize.”

De eerste, de grootste, de beste

Vanaf metrostation Beekkant in de Brusselse gemeente Molenbeek leidt een inmiddels door onkruid overwoekerd treinspoor naar de toegangspoort van het oer-hoofdkantoor waar de familie Delhaize in 1880 begon aan de uitbouw van het kruideniersbedrijf. ‘Handel drijven in koloniale waren, wijnen en likeuren’ was het streven toen ze dertien jaar ervoor hun eerste kleine winkels waren begonnen. Maar met de vestiging in Molenbeek toonde de familie haar ware ambitie: de eerste, de grootste en de beste worden.

België is op dat moment een industriële grootmacht en Molenbeek wordt „het Belgische Manchester genoemd”. Delhaize De Leeuw wordt de officiële naam, met als slogan ‘Eendracht maakt macht’ – niet toevallig ook de nationale lijfspreuk van België. Collet: „Die keuze was bewust, België was toen internationaal een topmerk.”

En ook: een winkel vol verfijning

Tussen 1883 en 1914, het begin van de Eerste Wereldoorlog, opent de keten ruim 500 filialen, en in elke winkel zijn de Delhaize-geboden heilig: ‘Wees onbuigzaam als het over discipline gaat’ en ‘Duld van niemand verslapping’. In 1957 heeft het concern de primeur met de opening in Brussel van de eerste ‘Amerikaanse’ zelfbedieningswinkel op het Europese continent. De groei in de decennia daarna is onstuimig, met nu 3.402 winkels in zeven landen en een totaalomzet van 21,4 miljard euro.

„Het succes van Delhaize wordt bepaald door de gastronomische liefde die bij iedere werknemer zit ingebakken”, zegt retailexpert Gino Van Ossel van de Vlaamse Vlerick Business School. ‘Verfijning’ was en is volgens hem het motto van Delhaize. „Dat zie je al als je het oude gebouw in Molenbeek betreedt: je wordt opgewacht door mooie, stijlvolle dames die allemaal dezelfde bourgondische passie voor voeding delen.” Zónder die passie heb je er niets te zoeken, zegt Van Ossel. „Delhaize stuurde als eerste supermarktconcern werknemers naar alle uithoeken van de wereld om er op zoek te gaan naar de beste kazen en wijnen.”

Hoofddirectie en distributie zijn nu elders aan de Brusselse rand gevestigd. Maar in Molenbeek, waar nog altijd 70 procent van Delhaizes wijnen wordt gebotteld, tref je volgens Van Ossel „de aristocratische ziel” van het bedrijf aan. „Een verouderd, bescheiden gebouw.”

Dat je in een Delhaizewinkel een levende kreeft kan kopen, staat misschien haaks op dat beeld, geeft Van Ossel toe. „Maar vergeet niet dat wij Belgen nu eenmaal een andere eetcultuur dan Nederlanders hebben. Jullie zijn geobsedeerd door de prijs, wij hechten aan kwaliteit. België is een katholiek land, onze zonden worden vergeven.”

Zwarte periode: Bende van Nijvel

Delhaize is het verhaal van een familie, blijkt uit het Delhaize-boek waarin bedrijfshistoricus Collet ook het drama beschrijft dat Delhaize trof: de aanslagen op de supermarkten door de Bende van Nijvel tussen 1983 en 1985. Het begon met de aanslag in Beersel, waar de filiaaldirecteur werd afgemaakt voor de ogen van klanten en personeel.

In de winkels in Overijse en Eigenbrakel werden acht mensen vermoord. In totaal maakte de bende 17 slachtoffers. De daders werden nooit gepakt, de Bende van Nijvel is nog altijd een mysterie.

Op hoog niveau werd in die bange dagen besloten dat kaderleden naar de winkels werden gestuurd, om samen met het lokale personeel de winkel te bewaken, van opening tot sluiting. „Het is een trauma dat Delhaize als een familie heeft verwerkt”, zeggen mensen die het bedrijf goed kennen.

Maar het familiale karakter van de inmiddels multinationaal operende supermarktreus is de laatste dertig jaar verbleekt „door desinteresse onder de nazaten”, schrijven Vlaamse kranten. Hun belang is nog slechts 20 procent. Retailexpert Van Ossel hoopt dat Ahold het Delhaize-DNA met rust zal laten. Samenwerking op holdingniveau – Ahold en Delhaize Groep – heeft volgens hem nog wel voordelen. „Maar laat de verschillende culturen van de winkels alsjeblieft bestaan”, zegt Van Ossel. „Anders stevent het af op een culture clash. Neem alleen al het gebruik van wc-papier. In een AH heb je nog een enorme omzet in wc-papier met één laag. Een Belg gaat niet voor minder dan drie lagen. Dat zegt alles.”