Haagse rechter biedt burger uitzicht op nieuwe invloed

Wat je verder van klimaatverandering mag denken, de civiele rechter in Den Haag heeft de burger gisteren een nieuw perspectief geboden op het corrigeren van politiek beleid. Met het bevel aan de staat om het milieubeleid zó aan te passen dat het aan internationale (en eigen) normen voldoet, betreedt de rechtspraak nieuw terrein. Hoe lang die excursie zal duren moet afgewacht worden. Dit spectaculaire vonnis is nog niet onherroepelijk – op hoger beroep door de staat kan gerekend worden. Maar ook als het gerechtshof er anders over zou denken, is dit vonnis vernieuwend. Zeker op het terrein van de scheiding der machten.

Expliciet stelt het vonnis dat de rechtspraak voor evenwicht moet zorgen tussen die machten. En dus geen absolute plicht tot afzijdigheid heeft. Dat past bij de opvatting van de vorige president van de Hoge Raad, Geert Corstens, over de trias politica. Hij ziet de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht als een zelf corrigerend netwerk van partners met eigen bevoegdheden. De politiek heeft volgens hem niet het primaat; de rechter corrigeert op eigen kompas, waarna de politiek zich herpakt en de wet aanpast.

Met name de VVD verzet zich daartegen, getuige het nogal onberaden commentaar van het Kamerlid Dijkstra. Na dit vonnis riep hij op „geen geld meer te verspillen aan rechtszaken”. Tenzij Dijkstra de begroting van Justitie bedoelde, gaat hij daar niet over. Toegang tot de rechter kan de burger in een rechtsstaat niet ontzegd worden. Ook de staat zal zich willen verdedigen in rechtszaken.

Formeel omarmde de Haagse rechtbank terughoudendheid in politieke kwesties. Behalve dan als de burger om rechtsbescherming tegen bepaald beleid vraagt en er een rechtmatigheidsoordeel wordt gevraagd. Dan mag de rechter in het beleid treden, mits de staat een zorgplicht heeft, aansprakelijk is voor eventuele schade en erkent dat de geëiste maatregelen inderdaad genomen kunnen worden. Zonder al te grote gevolgen voor derden. Dat was hier het geval, meent de rechter. De staat moet wel voldoende beleidsvrijheid hebben om binnen de opgelegde maatregel eigen keuzes te maken.

Als het hof in hoger beroep hier ook voor tekent, dan opent dat perspectieven voor burgers die gaswinning willen temperen, dijken willen verhogen of kernwapens willen verwijderen. De rechter besliste in deze zaak overigens in één moeite door ook het milieudebat. Althans, de opwarming van de aarde en de gevolgen staan volgens de rechter vast. Ook geen geringe stap. Nooit eerder betrad een rechter zo gedetailleerd een beleidsterrein waarover politiek de meningen zó verschillen en een consistente koers internationaal uitbleef. Dat is moedig, riskant, vernieuwend en controversieel.