Excuses Hennis aan nabestaanden weggestuurde moslims Srebrenica

ANP / Bart Maat

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) heeft namens Nederland excuses aangeboden aan de nabestaanden van drie Bosnische mannen die in 1995 omkwamen nadat ze gedwongen waren van de militaire basis bij Srebrenica te vertrekken. “De Staat betreurt het dat de heer Mustafic en de heren Nuhanovic de compound hebben moeten verlaten”, schrijft de minister in een verklaring. De nabestaanden hebben ook een schadevergoeding ontvangen. De hoogte daarvan wordt geheim gehouden.

Nederlandse Dutchbat-militairen waren in 1995 namens de VN verantwoordelijk voor het beschermen van de moslimenclave Srebrenica in een door Serven gedomineerd gedeelte van Bosnië. Op 11 juli 1995, over twee weken twintig jaar geleden, werd de enclave onder de voet gelopen door Bosnisch-Servische militairen. De elektricien van Dutchbat, Rizo Mustafic, en de vader en broer van de tolk van Dutchbat, Hasan Nuhanovic, waren onder de zeker 7.000 moslimmannen die werden vermoord. Zij hadden een schuilplaats gezocht bij de Nederlandse VN-militairen, maar die hadden hen weggestuurd.

Excuses van Staat opmerkelijk

Nabestaanden hadden in 2006 een rechtszaak tegen de Nederlandse Staat aangespannen en in 2012 stelde het gerechtshof in Den Haag dat de Staat inderdaad aansprakelijk is voor de dood van de drie. Een eerste ‘bod’ van 20.000 euro per slachtoffer, wezen de nabestaanden af.

Nederland is zelden bereid om excuses aan te bieden voor drama’s uit het verleden, juist uit angst voor schadeclaims. Vorig jaar heeft minister Hennis met de Bosnische nabestaanden gesproken en daarin haar excuses aangeboden. Nu ook een overeenkomst is bereikt over de schadevergoeding, zijn deze excuses wereldkundig gemaakt.