Europa wordt steeds een beetje Nederlandser

Nederland krijgt er twee topposities bij in het ambtenarenapparaat van de Europese Commissie. Die zijn niet meer automatisch voor grote landen, kwaliteit is nu doorslaggevend.

Alexander Italianer, de nieuwe secretaris-generaal van de Europese Commissie.
Alexander Italianer, de nieuwe secretaris-generaal van de Europese Commissie.

Maakt Nederland de dienst uit in Europa? Daar begint het op te lijken. ‘We’ hadden al Jeroen Dijsselbloem (voorzitter Eurogroep) en Frans Timmermans (tweede man Europese Commissie). Gisteren werd bekend dat er nóg twee Nederlanders diep in de Commissie zijn doorgedrongen.

Alexander Italianer was al belangrijk, als directeur-generaal (DG) Mededinging, maar wordt het nu écht: als secretaris-generaal wordt hij de baas van alle 30.000 Commissieambtenaren in Brussel. Maarten Verwey was plaatsvervangend DG Economische & Financiële Zaken, maar krijgt nu een eigen, nieuw directoraat onder zich, dat ‘probleemlanden’ moet helpen hervormen.

„Dat Nederland nu goed scoort, is een goed teken”, zegt Adriaan Schout, hoofd EU-studies van Instituut Clingendael. „Posities zijn niet meer automatisch voorbehouden aan grote landen, de Commissie lijkt nu vooral naar kwaliteit te kijken.”

Geen punt voor Dijsselbloem

Maar is dit niet ongunstig voor Jeroen Dijsselbloem? Hij wil graag voorzitter blijven van de Eurogroep van ministers van Financiën, maar ondervindt zware concurrentie van de Spanjaarden, die (terecht) vinden dat ze onderbedeeld zijn met topfuncties in Brussel. Eurocommissaris Kristalina Georgieva (Personeelszaken) zei gisteren dat je geen „appels met peren” moet vergelijken. De race om de Eurogroep, zegt ook Schout, is hogere politiek. „Benoemingen op ambtelijk niveau verstoren dat niet.”

Toch was de Nederlandse opmars gisteren, naast de Griekse crisis, het gesprek van de dag in Brussel. In totaal vervullen nu zes Nederlanders topfuncties bij de Commissie. Naast Timmermans, Italianer en Verwey gaat het nog om Robert-Jan Smits (DG Onderzoek & Innovatie) en nog twee plaatsvervangende DG’s - en dat is uitzonderlijk.

Maar opmerkelijk is het ook weer niet helemaal. „Italianer is gewoon een ijzersterke kandidaat”, zegt Schout. Hij bouwde „een dijk van een reputatie” op sinds 2006, eerst als verantwoordelijke voor het stroomlijnen van ambtelijke processen, later bij Mededinging. Schout: „Zijn succes blijkt uit internationale studies naar de kwaliteit van wetgeving. Daarin scoorde de Commissie slecht. Tegenwoordig geldt zij als de beste beleidsmachine ter wereld.”

Voor Timmermans is Italianer een zegen. De rechterhand van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker gaat over Betere Regelgeving en Fundamentele Rechten, maar kreeg er allerlei lastige klussen bij van zijn baas, zoals TTIP, het door tegenslagen geplaagde handelsverdrag tussen EU en VS. Het probleem: als eerste vicevoorzitter heeft Timmermans geen eigen directoraat-generaal. Met Italianer versterkt hij zijn basis.

Overbodige wetten voorkomen

De Commissie benadrukt met deze benoeming ook opnieuw dat het verbeteren van regelgeving een speerpunt is. „Dat is ook belangrijk om de Britten binnenboord te houden”, zegt Schout. „Die zijn erg kritisch op mogelijk overbodige EU-wetten.”

Verwey geldt als een groot talent. Hij was recentelijk een van de drijvende krachten achter Junckers investeringsfonds, een ambitieus plan om de Europese economieën weer aan te zwengelen met extra investeringen (315 miljard euro). En hij speelde ook een cruciale rol tijdens de eurocrisis. In 2010 opperde hij dat de EU acuut een noodfonds nodig had - en dat kwam er ook. Verwey zat toen ‘laag’ in de pikorde: hij was een Nederlandse ambtenaar, een buitenstaander in de Brusselse bubbel. Maar volgens voormalig ‘begrotingstsaar’ Olli Rehn redde Verwey met zijn idee de euro. „Dat deed hij zeker”, zou de Fin later tegen de Volkskrant zeggen.