Een varaan? Een hagedis? Nee, er ligt een steur in de tuin

De Europese steur is al een halve eeuw uit Nederland verdwenen, maar onlangs lag er een in een Deventer tuin.

Foto Carla de Witte

Op 10 juni lag er in een achtertuin in Deventer zomaar een wonderlijk schepsel. Het leek wel een prehistorisch monstertje, een halve meter lang. Grote ogen, een puntige bek, lange rijen met knobbelige schubben. Het beest ademde zwakjes, maar bewoog verder niet. Een varaan? Een grote hagedis? Bewoonster Carla belde haar vriend, een bioloog. Die zag de foto’s en zei: het is een steur. Een vis. Doe hem in een emmer water! Maar het arme beest was intussen overleden.

Op diezelfde dag gebeurde er iets bijzonders, 50 kilometer verderop. Wereldnatuurfonds, ARK Natuurontwikkeling en Sportvisserij Nederland lieten 53 jonge steuren los in de Rijn, vlakbij Nijmegen. Deze steuren, afkomstig uit Frankrijk, werden uitgezet als onderdeel van een internationaal herstelproject. Dat moet de Europese steur terugbrengen in onze wateren.

De Europese steur is onze grootste inheemse vissoort. Hij kan wel 3 meter lang worden en ruim 300 kilo zwaar. Maar de soort is al ruim een halve eeuw uit ons land verdwenen. Nu gaat het weer beter met onze wateren. En sluisbeheer houdt weer rekening met trekkende vissen, zoals zalm en steur. Die brengen hun jeugd door in zoetwater, maar leven als volwassen vis in zee. Vanzelf terugkeren naar plekken waar de soort is verdwenen, dat doen deze vissen niet. Want de volwassen dieren leggen hun eieren precies waar ze zelf zijn opgegroeid.

Daarom zetten natuurbeschermers nu jonge visjes uit, in allerlei bovenlopen in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Als die visjes daar een paar jaar leven voordat ze naar zee trekken, dan komen ze wellicht terug om te paaien. Bij de Atlantische zalm lijkt dat nu een beetje te werken. En de 47 steuren die al in 2012 in Nederland zijn uitgezet, zijn keurig naar zee gegaan. Op 10 juni was het tijd voor een tweede ronde.

En diezelfde dag lag er dus een jonge steur in een Deventer tuin. Kan zo’n vis in één dag 50 kilometer zwemmen? En hoe kwam hij dan in die tuin terecht, ver van enig open water?

Bram Houben van ARK Natuurontwikkeling vindt het een interessant verhaal. „Bizar, en wel heel toevallig.” Maar zodra hij de foto’s ziet, weet hij wat er aan de hand is. Dit is geen steur uit het project. „Het is een Russische steur, een andere soort”, zegt Houben. „Die worden gekweekt en verkocht in tuincentra, voor in de vijver.” Een reiger of een aalscholver zal het dier hebben gevangen, vermoedt hij, en het vanuit de lucht hebben laten vallen omdat het te groot was.

En nu? „Op de barbecue leggen”, raadt Houben aan. „Steur smaakt lekker, een beetje vleesachtig.” Grijp je kans, wil hij maar zeggen. Want inhéémse steuren opeten, dat is natuurlijk uit den boze.