Echt gelijkwaardig is huwelijk van Ahold en Delhaize niet

Het samengaan van Ahold en Delhaize zou op termijn een half miljard euro aan kosten besparen.

Bestuurders die elkaar bij de voornaam noemen – „dank je, Dick”, „Mats, het was een plezier met je te werken”, „mijn collega en vriend Frans” – en die het voortdurend over „gelijkwaardigheid” hebben. Ahold en Delhaize deden er gistermiddag tijdens de persconferentie in Brussel álles aan om te laten zien wat voor „fusie van gelijken” zij aangaan, zoals ’s ochtends bekend was gemaakt.

Het Nederlandse Ahold (omzet: 32,8 miljard euro) is anderhalf keer groter dan het Belgische Delhaize (omzet: 21,4 miljard euro), dus een écht gelijkwaardige fusie is het niet – en kan het niet zijn.

Maar toch. In het nieuwe managementteam zijn de posten eerlijk verdeeld: drie poppetjes van Ahold, drie van Delhaize. De naam van de nieuwe onderneming luidt Ahold Delhaize. Het hoofdkantoor komt in Nederland, het Europese hoofdkantoor zetelt in Brussel.

Ook de gekozen financiële constructie voor de fusie moet bijdragen aan het beeld van een innige vriendschap: er komt geen geld aan te pas. Ahold betaalt in aandelen: 4,75 aandelen Ahold voor ieder aandeel Delhaize. „Als Ahold een deel in cash had betaald, zou je meer het idee van een overname krijgen”, zegt Fernand de Boer, analist bij Petercam.

Boekhoudschandaal

Volgens hem is de gekozen constructie zowel voor Ahold als voor Delhaize logisch. De Boer noemt „het verleden van Ahold” – het enorme boekhoudschandaal dat in 2003 aan het licht kwam en bijna het einde van het supermarktconcern inluidde – de oorzaak voor de „drang naar een gezonde balans”.

Ook Delhaize zou die drang kennen. „Toen Delhaize Hannaford in de VS in 1999 overnam, heeft het zich flink in de schulden gestoken. Daar heeft het, toen het later in moeilijker vaarwater kwam, de gevolgen van ondervonden.”

Op deze manier houdt het nieuwe supermarktbedrijf genoeg geld in kas om „dingen te kunnen doen”, zegt De Boer. Hij bedoelt: om te investeren in verdere groei. „Dat is lastiger als je bent overgeleverd aan banken en financiers.”

Een voordeel van de goede band die de Ahold- en Delhaize-bestuurders tijdens de onderhandelingen lijken te hebben opgebouwd, is dat ze vermoedelijk beter in staat zijn samenwerkingsvoordelen te behalen, zegt analist Patrick Roquas van Rabobank.

Kostenbesparingen

Naar eigen zeggen kan Ahold Delhaize vanaf het derde jaar na de afronding van de transactie (voorzien voor halverwege 2016), jaarlijks 500 miljoen euro aan kostenbesparingen binnenhalen. „Een conservatieve schatting”, stelt Roquas. Ook De Boer denkt dat de fusie meer kan opleveren. „Ik snap dat de bestuurders dat niet uitspreken: hoe hoger zij inzetten, hoe meer zij zich moeten bewijzen.”

De analist is positief verrast over de uitspraak van Delhaize-topman Frans Muller, dat de synergievoordelen naar de nettowinst vloeien. „Normaal verwacht je dat een bedrijf besparingen teruggeeft aan de consument, bijvoorbeeld door de prijzen te verlagen, om zijn marktaandeel verder uit te breiden.”

Om de voordelen binnen te halen moet Ahold Delhaize naar eigen zeggen eenmalig 350 miljoen euro aan kosten maken. Of daarin ook de afvloeiing voor boventallig personeel zit, werd bij de persconferentie niet duidelijk.

Natuurlijk kijken we naar de – beperkte – overlap die we hebben, zei Dick Boer, de baas van de nieuwe combinatie. In de VS vullen Ahold en Delhaize elkaar goed aan, maar met dertig supermarkten in België is Albert Heijn een directe concurrent van Delhaize. Boer: „Het is te vroeg om te zeggen wat we daarmee doen.”

Volgens Frans Muller, die straks verantwoordelijk is voor de integratie, horen in de pot van 350 miljoen euro „allerlei dingen” thuis. „Als je de kosten van de organisatie en IT-systemen wilt harmoniseren, kost dat geld. Als je je logistieke operatie zo efficiënt mogelijk wilt inrichten, moet je mogelijk lopende contracten afkopen. En we moeten natuurlijk consultants betalen om te zorgen dat de integratie goed verloopt.”