Die lelijke winkel die verdwijnt. Die is dus óók mooi

De Javastraat in Amsterdam verandert van een ‘allochtone’ straat in een hipsterparadijs. Twee kunstenaars legden de veranderende symbolen vast.

Beelden uit de tentoonstelling van Ruiter Janssen en Sjoerd ter Borg

Dit stukje gaat over de Javastraat in Amsterdam, maar het zou net zo goed over de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam of de Kanaalstraat in Utrecht kunnen gaan. Of over iedere straat waar het straatbeeld gedomineerd werd door etnische supermarkten, belwinkels, en dönerzaakjes.

Zo’n rommelige straat in een vooroorlogse arbeidersbuurt waar nu de gentrificatie om zich heen grijpt: waar jonge hoogopgeleide types naar koffietentjes, taartenwinkels, boekhandeltjes en conceptstores trekken – of andersom, dat is niet altijd helemaal duidelijk. Feit is dat die straten de laatste jaren rap aan het veranderen zijn.

Maar bijzonder voor de Javastraat is dat er vanavond een ‘winkel’ opent waarvan de buurt zich al een tijdje afvraagt wat het is. ‘Qunst’, staat er op het raam. Op de bijbehorende Facebookpagina lijkt het te gaan om een winkel die ‘kunst en quinoa’ combineert. Er is een ‘curator’, en een opening met ‘gin & tonics’. HELP! ALWEER EEN HIPSTERHOTSPOT!

Zou je denken. Maar dat is het niet. Of wel, maar dan anders.

Dit is meta. Dit is een project dat zowel een zuiver voorbeeld van gentrificatie is als een kritische reactie daarop.

Canon van symbolen

Het zit zo. Achter Qunst schuilen twee ontwerpers die met hun visuele instinct in de Javastraat een soort canon van symbolen ontdekten. Symbolen waar je als voorbijganger nauwelijks acht op slaat. Is het u weleens opgevallen dat al die toko’s en etnische supermarkten bevoorraad worden door witte bestelbusjes? Dat alle dönertentjes, nagelstudio’s en belwinkels dezelfde ledborden gebruiken met de knipperende lampjes ‘open’ of ‘döner kabab’ of ‘nails’ of ‘simlock vrij maken’? En zelfs de luifels boven de groentekratten op de stoep lijken allemaal eender. Gestreept, vaak hangen ze een beetje scheef.

Dat kun je armoedig noemen. Maar je kunt er ook de charme van inzien. Die twee ontwerpers, Ruiter Janssen en Sjoerd ter Borg (beiden 28), hebben oog voor de esthetiek van die symbolen, of eigenlijk voor de schoonheid van vergankelijkheid. Want ze realiseren zich dat die ledbordjes, bestelbusjes en luifels er over een tijdje misschien wel niet meer zijn, als de laatste belwinkel zijn sleutels overdraagt aan een galerie annex haarstudio.

Janssen en Ter Borg, die ook politicoloog is, deden al eerder onderzoek naar de stedelijke ruimte. Ze snappen natuurlijk best dat ze zelf ook aangezien worden voor hipsters (zo’n beetje het ergste waarvoor je iemand tegenwoordig kunt uitmaken), maar ze dragen het als een binnenstebuiten gekeerde jas. Kijk: dit is wat hier gebeurt. Zo werkt gentrificatie. Het is nog niet zo lang geleden dat er hete tranen werden gehuild omdat Jamin en Kreymborg uit de Javastraat vertrokken, straks moet de Marokkaanse visboer plaatsmaken voor een sla-restaurant. En dan missen we hém!

In hun tijdelijke winkel verkopen de ontwerpers dus helemaal geen quinoa en kunst. Wel posters van wat zij noemen ‘Straatmonumenten’, indexen van vergankelijke symbolen in de Javastraat. En ze vragen ook de ondernemers in de straat (ze huizen bijvoorbeeld naast slagerij Het Lange Mes) om hun posters te verkopen.

Die posters doen iets met de toeschouwer. Zoals dat gaat: je ziet het pas als je het ziet. Fiets na het lezen van deze pagina nog eens door de Javastraat/Nieuwe Binnenweg/Kanaalstraat. Wat is er dan eigenlijk mooier? Die gestileerde gevel van ‘koffieboetiek’ Hartje Oost met z’n voorspelbare Friso Kramerstoeltjes op het terras, of die naamloze winkel van Sinkel ernaast (‘satelliet producten – huishoudelijke artikelen’), met z’n ledbord, z’n blauw-wit gestreepte luifel en die willekeurige verzameling plastic spullen op de stoep. Het is een kwestie van smaak. U hoeft het antwoord niet te geven.

Het wordt altijd een keer retro

Maar één voorspelling kunnen we hier wel doen. Wat verdwijnt, komt terug. De kapperspaal, de apothekerskast, de Vespacar, het slagershakblok, de letterborden van oude bioscopen: ze zijn teruggekeerd bij de gratie van hun geruisloze verdwijning. In een setting waar ze in hun vorige leven nooit van hadden durven dromen, bij dure salons en traiteurs.

Zo zal het ook het ledbord, de luifel en de witte bestelbus vergaan. De moderne tijd zal ze verdringen en een paar decennia later zal de moderne tijd ze niet alleen terugbrengen maar ook opwaarderen. Over vijftien jaar eten we allemaal kebab onder een gestreepte luifel in het schijnsel van een ledbord. ‘Welcome’!