De werkelijkheid sijpelde de film binnen

Sam de Jong (28) groeide op in Amsterdam-Noord, waar zijn filmdebuut Prins zich afspeelt. Ook amateurs uit de buurt acteren mee. Daardoor werd de film een lappendeken van structuren en stijlen.

Beeld uit de film Prins.
Beeld uit de film Prins.

Er rijdt een knalpaarse Lamborghini Diablo door de straten van Amsterdam-Noord. En alle deuren in de straat zijn knalblauw. Bovendien is het verdacht zomers, alsof die lege straten en blokkendoosarchitectuur die meestal symbool staan voor de troosteloosheid van de buitenwijk, opeens decor zijn van een sprookje.

Een sprookje is Prins misschien niet helemaal, het debuut van filmmaker Sam de Jong (1986). Daarvoor zitten er te veel scherpe randjes aan het eclectische en humoristische coming-of-ageverhaal over de vijftienjarige Ayoub die van het mooiste meisje uit de wijk droomt. De grauwe wereld aan de overkant van het IJ wordt bevolkt door gevaarlijke gekken, onder wie Freddy Tratlehner, alias Vjèze Fur van De Jeugd van Tegenwoordig. Maar Ayoub en zijn vriendjes zijn de echte jeugd van tegenwoordig. En voor hen heeft De Jong een ‘happy end’ in gedachten. Zo sprookjesachtig is Prins dan weer wel.

„Ik wilde mezelf pushen naar een nieuwe manier van filmmaken”, vertelt hij na een drukke week vol sneak previews en voorpremières. „Fris, muzikaal, verzadigd van ideeën. En ik wilde een film maken die zowel de jongeren uit de film als mijn moeder aan zou spreken. Volgens mij is dat wel gelukt, al weet ik niet zeker of Ayoub en zijn vriendjes erheen zullen gaan.”

Zanottischoenen

„Aan het thema kunnen ze wel iets hebben. De moraal is best wel anti-materialistisch: er zijn geen externe factoren nodig om gelukkig te zijn. Je identiteit wordt niet door je spullen bepaald. Zodra Ayoub dat doorheeft, zodra hij zijn Zanotti-schoenen opgeeft, krijgt hij het meisje. Zeggen dat je die schoenen niet wilt, vind ik best stoer.”

Sam de Jong kent de wereld die hij filmt. Hij groeide op aan de rand van Amsterdam-Noord, en „was als puber zelf ook alleen maar geïnteresseerd in Prada en meisjes. Zeg maar de primaire dingen in het leven.” Maar hij kent ook de andere kant, want elke dag moest hij over het IJ naar zijn middelbare school in Amsterdam-Zuid. „Die zoektocht naar identiteit is voor een deel natuurlijk ook mijn eigen verhaal. Waarover Ayoub en zijn vrienden het hebben, dat was één op één mijn leven. Ik ben nu 28, dus ik ben er nu niet meer zo mee bezig, maar leef nog wel in de jeugdcultuur. Ik weet niet of ik over tien jaar nog films maak over jonge mensen. Misschien wel, Bresson deed dat ook. Het leuke van die leeftijd is dat alles nog nieuw is. Alles komt nog heftig binnen.”

Niet dogmatisch

Met de Franse filmmaker Robert Bresson is de naam van een van zijn helden gevallen. Andere voorbeelden zijn Italiaan Pier Paolo Pasolini, Werner Herzog, Harmony Korine en Bruno Dumont. „Filmmakers die grenzen opzoeken, losgeweekt van de wereld, en die heel erg vanuit hun eigen persoonlijkheid iets weten te vertellen.”

Toen hij besloot filmmaker te worden, is Sam de Jong systematisch door de filmgeschiedenis gegaan: „Ik verwerk niet bewust allerlei invloeden in mijn film, ik heb juist willen kijken hoe ik het op mijn eigen manier kan doen, zonder dogmatisch te zijn. Iemand als Bresson snap ik echt. Maar als ik zo films zou maken, dan klopt dat niet met mijn karakter.”

Film was voor De Jong geen vreemde wereld. „De beste vriend van mijn vader is documentairemaker Joop van Wijk, dus door de gesprekken die die twee hadden was ik altijd wel geïnspireerd.” Maar pas tijdens een tussenjaar na de middelbare school wist hij het zeker, hij moest filmmaker worden. „Aanvankelijk wilde ik documentaires maken met mensen in ontwikkelingslanden, heel idealistisch.”

Initiatierite

Op de Filmacademie ontmoette hij Morgan Knibbe, wiens vluchtelingenfilm Those Who Feel the Fire Burning onlangs in première ging. Samen reisden ze naar de Griekse havenstad Patras voor de eerste research. „We waren net zo oud als die jongens die daar rondhingen. Dat was mijn filmische initiatierite. Ik vind het heel tof dat Morgan daarmee door is gegaan. Ik wil zelf nog steeds documentaires gaan maken, maar ik vind bij documentaires de verhouding tussen filmmaker en zijn personages soms best ingewikkeld. Je smeedt een vertrouwensband, maar uiteindelijk is het toch eenrichtingsverkeer. Je vertelt elkaar intimiteiten, maar alleen degene voor de camera vertelt het publiekelijk. Bij fictie zijn de afspraken duidelijker.”

Al sijpelde de werkelijkheid ook op alle niveaus zijn film Prins binnen. „We waren met zoveel verschillende mensen op de set: acteurs, amateurs. En iedereen had andere ideeën. Peter Douma (die de penoserige Ronnie speelt) werkt overdag in de haven, dus die wilde steeds op tijd weg omdat hij de volgende ochtend om vijf uur op moest. Met hem sprak ik tijdens de lunch echt niet over acteren. En zo was de hele shoot een clash van culturen die overeenkomt met de lappendeken van structuren en stijlen die in de film zit. Het was alsof je de hele tijd research doet naar de mensen in de film die je tegelijkertijd aan het draaien bent. Ik hou van die frictie tussen echte mensen en hun rollen. Zo veranker ik mijn film ondanks z’n stilering toch in rauw realisme.”