De Staat moet ervoor zorgen dat we niet verzuipen

De Staat doet niet genoeg om CO2-uitstoot te verminderen. Dat concludeerde de rechter gisteren en klimaatactiegroep Urgenda kreeg gelijk. Een onverwachte én vergaande uitspraak. Hoe houdbaar is hij?

Foto BAS CZERWINSKI/ANP, fotobewerking NRC.NEXT

De klimaatuitspraak van de rechtbank in Den Haag werd gisteren met gejuich ontvangen. Er klonken oerkreten en gesnik. Er waren gebalde vuisten. En na afloop kregen directeur Marjan Minnesma van Urgenda en haar twee advocaten een staande ovatie van sympathisanten. „Ik schoot vol toen ik de uitspraak hoorde”, vertelt Minnesma. „Deze rechter deed precies wat wij wilden. Hij is een held.”

De emoties zijn goed te begrijpen. Want hoe zeer de actievoerders ook overtuigd waren dat ze voor een rechtvaardige zaak vochten, dat ze de eerste slag zo glansrijk zouden winnen, hadden velen niet verwacht. Nog nooit had een rechter, waar ook ter wereld, de overheid gemaand op te schieten met het nemen van maatregelen om de klimaatverandering te stoppen of in elk geval te beperken, door de emissies van broeikasgassen sterk te reduceren. Sterker nog: in tientallen processen hierover in de Verenigde Staten oordeelden de rechters steevast dat het niet aan hen was zich uit te spreken over klimaatbeleid, maar aan de politiek.

Dit is een spectaculair vonnis

Hoogleraren in Nederland spreken dan ook van een „opvallend” en zelfs „spectaculair” vonnis. „Ik ben aangenaam verrast”, zegt Jonathan Verschuuren, hoogleraar klimaatrecht aan de Universiteit van Tilburg. „Deze uitspraak zal discussie losmaken. Door deze uitspraak zal de politiek iets moeten doen.”

De rechter in Den Haag doet in zijn vonnis veel moeite om uit te leggen dat Nederland „geen volledige scheiding der staatsmachten” kent, zodat een rechter wel degelijk het handelen van de politiek kan „en soms zelfs moet” beoordelen.

Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden, kan dat wel billijken. „We werken in Nederland met een systeem van checks and balances waarin de rechterlijke, wettelijke en uitvoerende machten elkaar de maat mogen nemen.”

Ook Maurits Barendrecht, hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg, stelt vast dat rechters niet alleen kijken of „de regeltjes” goed zijn toegepast, maar ook „een stevige komma kunnen plaatsen” in politieke debatten. „Met een beroep op grondrechten vallen veel belangen een juridisch kleurtje te geven.” Er zullen ongetwijfeld politici en juristen zijn, stelt Barendrecht, die vinden dat de rechter „terug in zijn hok” moet. Hij hoort daar niet bij. „Het is juist heel gezond dat een rechter dit soort uitspraken doet.”

Neemt niet weg dat de uitspraak hier en daar een wat onconventionele indruk maakt. Want waarom zou je een land op de vingers tikken dat in juridische zin eigenlijk niks fout heeft gedaan?

„Nederland heeft alle regels nageleefd. En alle eerdere doelstellingen zijn gehaald”, zegt hoogleraar Verschuuren. Volgens hem trok de rechter zijn conclusie dat Nederland onzorgvuldig handelde jegens Urgenda op basis van „softe argumenten”, namelijk vooral „politieke uitspraken” en „algemene opvattingen” van bijvoorbeeld regeringsleiders die hebben gezegd te streven naar beperking van de opwarming van de aarde met maximaal twee graden. „De rechter houdt de politiek aan z’n eigen uitspraken, en concludeert dat de reductie niet hard genoeg gaat. Daarin gaat hij heel ver.”

Moet de Staat het alléén opknappen?

Enkele „zwakke punten” in de uitspraak zijn er volgens de hoogleraren wel te vinden. De rechter stelt vast dat de overheid een „cruciale rol in de transitie naar een duurzame samenleving” speelt. Maar staat de Staat daarin alleen? „De rechter stelt dat de Staat een zorgplicht heeft want dat de overheid als enige de reductie kan halen. Dat is een gekke redenering”, stelt hoogleraar Wim Voermans. „De Staat zit niet als enige aan de knoppen. Een transitie kost tijd. Het kan tegenzitten. En bij innovatie is een overheid afhankelijk van anderen.” En als je in het jaar 2050 de helft minder broeikasgassen wil uitstoten dan in 1990, moet je misschien nu al beginnen. „Maar”, zegt hoogleraar Verschuuren, „de politiek kan er ook voor kiezen om het klimaatbeleid pas na de economische crisis op te schalen.”

En nog iets. Dat een klein land als Nederland zeker niet als enige de klimaatcrisis heeft veroorzaakt, en ook niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die toekomstige generaties lijden, ontslaat de Staat volgens de rechter niet van de plicht om haast te maken. Maar, zegt Verschuuren: „Wie zegt dat die schade daadwerkelijk optreedt?”

En wat is trouwens het causaal verband tussen die schade en Nederland? Als straks Nederland de door de rechter verplichte reductie niet haalt, valt dat alleen Nederland aan te rekenen? Hoogleraar Voermans: „België en het Ruhrgebied dragen ook bij aan de uitstoot. Als die niks doen, dan haalt Nederland die doelstelling niet.”

Lees ook: Maar het klimaat profiteert pas als heel Europa meedoet