Cabaretiers uiten steeds meer kritiek op hun vakprijzen

Gedoe met de jury, onduidelijke citeria: verschillende cabaretiers zoals Micha Wertheim en Daniël Arends weigeren de nominatie voor de Poelifinario dit jaar. Oud-winnaars en blije genomineerden over een cabaretprijs onder vuur.

Lebbis met zijn Poelifinarioprijsspiegel.
Lebbis met zijn Poelifinarioprijsspiegel. Foto Roger Cremers

Moet het cabaret op zoek naar een nieuwe cabaretprijs? Nu zowel Daniël Arends als Micha Wertheim de nominatie voor de Poelifinario heeft geweigerd, zou je kunnen stellen dat de nationale cabaretprijs onder vuur ligt. Wertheim en Arends doen hun nominatie af als „niet eervol”. De andere drie genomineerden, vrouwenduo De Bloeiende Maagden, Plien & Bianca en André Manuel hebben hun nominatie voor het meeste belangwekkende cabaretprogramma van het jaar wel aanvaard. Uitreiking van de prijs wordt georganiseerd door de VSCD, de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties.

In een satirisch stuk op zijn site richt Wertheim, die nog nooit een prijs won, zich op de handelwijze van de jury’s tot nu toe. De ene jury kwam niet kijken, de andere gaf cabaretiers een standje en las winnaars de les, een volgende jury stelde dat bijna alle programma’s dat jaar van te laag niveau waren. En Wertheim citeert smalend uit het rapport van de jury van 2012, waarin wordt beweerd dat er minder vrouwelijke dan mannelijke cabaretiers zijn omdat „vrouwen het zich niet kunnen permitteren om zich al te kritisch over de grote zaken van het leven uit te laten, want een vrouw geeft het leven en daar moet ze zorg voor dragen.” En dan was er in 2013 ook nog een hoog oplopende ruzie in de jury, omdat één jurylid zijn zin niet kreeg – Volkskrant-recensent Patrick van den Hanenberg, die ook zijn naam onder het boven aangehaalde citaat zette.

Verder stelt Wertheim dat de VSCD geen geld overheeft voor cabaret, hetgeen wordt gesymboliseerd door de prijs, een spiegel die van de Xenos zou komen.

Niet alleen Wertheim en Arends zijn voor afschaffing van de Poelifinario. „Opdoeken die handel”, zegt Youp van ’t Hek, genomineerd in 2007. „Het Nederlands cabaret is al 100 jaar te divers om echt tot één prijs te komen. Het wereldje is te klein. Snap zo goed dat die jongens geweigerd hebben. Ik vind dat leuk. Hou wel van gezeik rond prijzen!”

Jan Jaap van der Wal, genomineerd voor de Neerlands Hoop (2004) en Poelifinario (2006, 2012): „De Poelifinario is al vijf jaar een helletocht. Daar moeten we niet mee doorgaan.” Van der Wal stoort zich eraan „dat de jury elk jaar nieuwe criteria lijkt te verzinnen” om cabaretprogramma’s te beoordelen. „Toen Richard Groenendijk won, was dat volgens de jury omdat hij een duidelijke stap in zijn ontwikkeling had gemaakt. Dat is het criterium voor de Neerlands Hoop, niet voor de Poelifinario.”

Bovendien spelen volgens Van der Wal genomineerden al in volle zalen en hebben zij de prijs niet nodig. Maar Groenendijk, winnaar in 2012, speelde voor halfvolle zalen en dankt zijn succes aan de prijs, zei hij eerder in NRC. „Door die prijs kwam ik bij tv en door de tv kwamen die zalen vol.”

Freek de Jonge (VSCD Oeuvreprijs, 2008) is kritisch op de Poelifinario, maar zegt ook: „Weigeren is larmoyant. Wat kan het je schelen? Op het toppunt van mijn roem heb ik veel prijzen geweigerd, maar als ik daar nu over nadenk was dat hoogmoedig. Maak er een feestavond van, roep nog wat boos, dan ben je het ook kwijt.” Lebbis (winnaar 2011, én nominaties in 2007, 2009, 2013): „De kritiek van Micha bevat goede punten. Maar bij prijzen en jury’s heb je altijd discussie. Reik je geen prijs meer uit, dan heb je nooit meer gezeik, maar dan wordt het leven saai.”

„Omarm de Poelifinario!”, zegt Louise Korthals (winnaar Neerlands Hoop 2013). „Kunst is geen jurysport, maar selectie speelt nu eenmaal een rol. En vergeet niet, de Neerlands Hoop, die zo belangrijk is voor beginnende cabaretiers, zou nooit zoveel publiciteit krijgen als de Poelifinario daar niet aan vast zat.”

Genomineerde André Manuel (winnaar Neerlands Hoop 2003) is blij dat zijn programma is geselecteerd. „Ik maak al heel lang dit soort theater. Mooi dat het een keer wordt opgepikt.” Over de weigeringen heeft hij nagedacht. „Het is angst. Ze zijn bang te verliezen van vrouwen. Dus ik zal mijn best doen om mijn geslacht zo goed mogelijk te verdedigen.”

Maar als hij serieus moet zijn, dan beschouwt Manuel de actie als één grote marketingtruc. „Wertheim heeft net een paar dagen in Carré gestaan. Volgend jaar wil hij een hele maand. Hij wil Youp van de troon stoten. Deze actie is ook hoe hij cabaret maakt: proberen de regels van het cabaret te ondermijnen. Daar hoort het jennen van een jury en prijsje pesten ook bij.”

De directeur van de VSCD, de in maart aangetreden Hedwig Verhoeven, erkent dat de ruzie in de jury pijnlijk was. Die jury werd daarna geheel vervangen. Ze vindt de kritiek achterhaald. „Ik sta achter onze juryleden die hun werk met toewijding, deskundigheid en met hart en ziel doen. Ons budget voor vergoeding van de jury en organisatie is bij toneel, dans, mime, klassieke muziek en cabaret hetzelfde.”

De spiegel die de winnaar krijgt, legt Verhoeven uit, is slechts een symbolisch voorschot op de echte prijs: een fotoportret door de bekende fotograaf Corbino, dat komt te hangen in de eregalerij van De Kleine Komedie. De winnaar krijgt ook een afdruk. Wertheim: „Het blijft de lelijkste kunstprijs die ik ken.” Freek de Jonge kreeg in 2008 zo’n spiegel. „Dat was te gênant voor woorden, die symboliek is triest. Die foto is een idee uit de showbusiness, maar wat heeft het voor betekenis?”

De Poelifinario is de afgelopen jaren besmet geraakt, zegt Helga Voets, directeur van Bunker Theaterzaken, dat het management voert voor Micha Wertheim en Daniël Arends. En voor de genomineerde Manuel en De Bloeiende Maagden. Toch wil ze zeggen dat de onrust over de prijs er al langer is. „Dat kun je afdoen als klachten van individuen, maar het telt op.” Voets verwacht niet dat de redding van de VSCD komt: „Het budget is nul euro. Ze hebben laten weten geen geld en geen uren beschikbaar te stellen.”

Daniël Arends heeft zijn weigering niet toegelicht, maar Voets weet wel dat Arends diep gekrenkt was op de avond van de uitreiking bij zijn nominatie voor Neerlands Hoop in 2011. „Elke genomineerde kreeg toen van de organisatie, de VSCD, een ode. Die voor Daniël werd samengenomen met die van een andere genomineerde, Daniël Samkalden, vanwege hun gedeelde voornaam. Dat was al idioot. En er werd gezegd dat ze ook hun achtergrond deelden. Daniël komt uit Indonesië en Samkalden had ook ergens een Indonesische voorouder. Als ode kregen ze dus een Indonesische dans. Theo Maassen, die erbij was, riep dat het een schande was.”

Arends is een cabaretier die in zijn werk zijn afkomst en zijn adoptie problematiseert. Voets: „Dan heb je geen idee wie je eert. Dan heb je nooit een voorstelling van hem gezien. Te vaak heb ik het idee dat de VSCD geen goed zicht heeft op hoe de cabaretsector in elkaar steekt en wie de cabaretiers zijn die de programma’s maken.”

Juryvoorzitter Jan Gras, directeur van Theater Agora in Lelystad, vindt niet dat de weigeringen de prijs raken. „Cabaretiers hebben nu eenmaal een sterke mening en er is altijd wel gelazer over die prijs. Ik moet er eigenlijk om glimlachen, al wil ik daarmee hun reactie niet declasseren. Ik geloof nog in de Poelifinario. Mede dankzij de prijs wordt cabaret erkend als kunstvorm. Op dat vlak is er nog wel wat uit te leggen aan het publiek. Daar moet de cabaretwereld nog meer werk van maken.”

Iedereen is het erover eens dat een prijs voor jonge, beginnende cabaretiers zijn nut heeft en moet blijven bestaan. Maar hoe een nationale cabaretprijs anders of beter kan, weet niemand precies. Youp van ’t Hek zegt wel: „Het moet grootser, breder. Voor mijn part juryleden uit een totaal andere sector. Niet uit dat muffe cabaretwereldje van recensenten, impresario’s in ruste en mislukte collega’s. Of maak er een goeie publieksprijs van. Maak ik ook eens een kans.”

Volgens Bunker-directeur Voets zou het verstandig zijn bij nul te beginnen: „Moet het een vakprijs zijn of een prijs die marketingdoeleinden dient? Er zitten steevast theaterdirecteuren in de jury. Die hanteren misschien als criterium dat ze iemand eens een groter publiek gunnen. Een vakprijs bekroont degene die in het vak vooroploopt en het cabaret verder brengt.”

Wertheim is niet tegen kunstprijzen. „Als de VSCD echt iets wil doen, dan zou ze kunnen beginnen de prijs bij de toneelprijzen, zoals de Theo en Louis d’Or, te voegen. De scheiding van genres is een gigantische rem op de podiumkunsten. Acteurs en regisseurs staan er open voor, bobo’s hebben er moeite mee.” Freek de Jonge, Jan Jaap van der Wal en Louise Korthals juichen het idee toe. Korthals: „Dat zou de prijs wat meer glans en glorie geven.”

VSCD-directeur Verhoeven wijst erop dat de toneel- en dansprijzen een eigen uitreiking hebben omdat Het Theaterfestival en de Nederlandse Dansdagen Maastricht de VSCD-prijzen in hun festival hebben opgenomen en zij ook de kosten dragen. „Graag ziet de VSCD de cabaretprijzen in een cabaretfestival een plek krijgen.”

Wertheim is gevraagd om in september op het Nederlands Theaterfestival te spelen. „Directeur Jeffrey Meulman heeft mij geprogrammeerd omdat hij aandacht wil voor vervagende grenzen tussen de disciplines. Dat zie ik als stimulans en prijs. Ik hoop dat hij vaker cabaret laat zien. Op die manier kun je ideeën uitwisselen, publiek mengen en inhoudelijk groeien.”

Het slotwoord is voor Lebbis, die een P.S. mailt: „Elke avond kijk ik in de slaapkamer even in mijn Xenos-spiegel met mijn naam erin en dat voelt goed.”