Abstracte kunst uit de retro knutselwinkel

Koen Taselaar, Zonder titel, 2015, staal en verf, 270 x 180 x 90 cm.
Koen Taselaar, Zonder titel, 2015, staal en verf, 270 x 180 x 90 cm. foto Jhoeko

En bedankt. Werk je als kunstenaar aan een serieus oeuvre, rond kwesties van authenticiteit en geometrische abstractie, word je met badkamertegeltjes vergeleken. Drie relatief jonge abstract werkende kunstenaars zijn door kunstruimte Nest samengebracht in de tentoonstelling Neometrism, met als beeldmerk nostalgisch oranje-bruine badkamertegeltjes.

Natuurlijk, die vergelijking is wat vals, maar nostalgie is voelbaar bij Babette Kleijn, Thomas Raat en Koen Taselaar. Loop langs hun ontwerpen van monochrome vlakken, elkaar ontmoetende vierkanten, en je herkent zowel Mondriaan en Lissitzky als seventiesdesign.

Kleijn maakt oogstrelende assemblages van spijkertjes die ze in muren prikt en waar ze ragfijne draden tussen spant. De ontstane vlakken volgt en vult ze met potlood. Cirkels en lijnen, uiterst scherp en precies, ogen als een ode aan El Lissitzky. Maar in tegenstelling tot de avant-gardisten lijkt zij niet zozeer de kosmos te willen omvatten, als wel persoonlijke precisieoefeningen op te zetten.

Ook Taselaar tekent gedetailleerd: patronen van letters, voor hem als dyslecticus behoorlijk abstract. Maar hij smokkelt, want als ondergrond gebruikt hij voorgeprint kaftpapier met dessins – na een eeuw abstractie ligt er zo veel in de winkel, ready mades waiting to happen. Nog meer prefab zijn zijn schilderijen van plakband – deed Mondriaan ook – en van geblokt keukenzeil waar hij slechts de schaar in hoefde te zetten.

Kant-en-klare dessins lenen doet ook Raat, de meest conceptuele van het stel. Zijn monochrome schilderijen zijn enkel opgespannen lappen skaileer, in industriële tinten. Andere schilderijen zet hij op pootjes alsof het bedden of tafels zijn, glasplaten beschildert hij met abstracte dessins. Die gestileerde aanpak maakt deze tentoonstelling zo smaakvol dat je er ongemakkelijk van wordt. Alsof het design is dat te graag kunst wil zijn. Of juist kunst die geen kunst wil zijn?

Al zijn het getalenteerde kunstenaars, deze tentoonstelling tilt hen verder op. Als acrobaten staan ze op elkaars schouders betekenislagen op te stapelen en te balanceren. In de postmoderne jaren tachtig zouden zo veel historische verwijzingen gelden als een failliet van de kunsten: alles is al gedaan, hou maar op. In deze YouTubetijden is het verleden als inspiratiebron volop oproepbaar en vol kansen. Retro is niet langer melancholisch, het verleden ligt in het heden. Dat maakt deze expositie toch fonkelnieuw, zelfs al lenen de kunstenaars alles was ze te pakken krijgen.