Opinie

Wie redt de Tesla-rijder?

Het is maar goed dat Tesla-rijders deze zomer een ‘autopilot’ softwareupdate krijgen die hun limousine keurig binnen de lijntjes houdt. Vorige week zwabberde er weer eens een Tesla Model S over twee baanvlakken van de A2, omdat de bestuurder zijn ogen niet gericht had op de weg maar op 1) de smartphone in zijn hand, 2) een iPad op het dashboard en 3) het 17 inch-computerscherm dat als boordcomputer functioneert.

High tech-entertainment en honderd kilometer per uur, het blijft een gevaarlijke combinatie. Zeker als je in de Tesla P85D zit, een soort rijdende revolver. Onlangs mocht ik een rondje sturen in deze elektrische auto die je in 3,4 seconden naar de 100 km/u afvuurt. 700 PK, van twee elektromotoren tegelijk. Alsof je een klap in je gezicht, maag en rug tegelijk krijgt – je moet er wat voor over hebben om het milieu te redden.

Amsterdam en omgeving kennen een hoge Tesla-dichtheid. Er zwermen 167 Tesla-taxi’s rond Schiphol en er wonen relatief veel zakelijke rijders die een auto van 80.000 euro (100.000 euro met wat opties en 115.000 voor die raketversie) kunnen betalen. Natuurlijk omdat het een milieuvriendelijk voertuig is. Maar vooral omdat deze 2.000 kilo zware auto wordt gesponsord met subsidies en je voorrang krijgt bij parkeervergunningen. Bovendien wordt je bij een Tesla-servicecenter net zo lekker gepamperd als in een Apple Store – raar, zo’n garage die niet naar olie en benzine ruikt.

De formule werkt: in 2013 werden in Nederland 1.200 Tesla’s verkocht, in 2014 1.500 en in de eerste 5 maanden van dit jaar al meer dan 600. Dat is veel voor een nieuw merk in deze prijsklasse.

Het Tesla-sprookje is wel bijna voorbij. Door nieuwe regelgeving verdwijnt een groot deel van de fiscale voordelen op elektrische en hybride voertuigen. Boven de 50.000 euro krijg je straks geen subsidie meer en dat voelen Tesla-rijders in hun portemonnee. Ze moeten over het bedrag boven de vijftig mille (vijftig ‘K’, zeggen ze in die kringen) 22 procent bijtelling betalen.

Medelijden hebben met mensen die zich zo’n auto kunnen veroorloven, dat is niet nodig. De meesten zullen eieren voor hun geld kiezen: een auto met benzinemotor wordt voordeliger door het afbouwen van de bpm vanaf 2017. Dat milieu komt later wel een keertje.

De Tesla wordt een zeldzaamheid op de Nederlandse wegen, tenzij het merk erin slaagt tijdig een goedkoper model op de markt te brengen. Laten we het hopen, al was het maar zodat professioneel Tesla-liefhebber Vincent Everts nog even kan blijven rondrijden. Met deze kale trendwatcher word ik vaak verward. Geen Tesla voor mij echter; ik ben al blij met een auto met elektrisch bedienbare ramen.

De nieuwe autobelastingen trekken ook een streep door de grootste leugen op vier wielen: dat van de ‘zuinige’ hybride SUV’s en stationwagens. Autofabrikanten schroeven een accu en een elektromotor in een bestaand model en plakken een i, een e of een blue-icoontje op de achterklep. Vervolgens wachten ze af hoe subsidies de verkoopcijfers omhoog jagen.

Milieuorganisatie Natuur & Milieu is woedend over het schrappen van de financiële prikkels om (deels) elektrisch te rijden. Terecht, want zonder subsidie is de plugin-markt tot mislukken gedoemd. Uit cijfers van leasemaatschappijen blijkt echter dat zulke auto’s veel meer verbruiken dan de fabriek opgeeft. Dat ligt vooral aan rijstijl; bestuurders nemen niet de moeite om de accu tijdig op te laden want haast-haast en druk-druk-druk. Ze rijden op benzine in een relatief zwaar voertuig. Je kunt wel de auto veranderen, maar niet degene die achter het stuur zit.