Thé Lau gaf de Nederlandstalige rock een ziel

Met liedjes als ‘Iedereen is van de wereld’ zette Thé Lau een nieuwe standaard voor Nederlandstalige rock. Bij de dood van een bijzondere rocker, schrijver, bandleider en componist.

Thé Lau was een van de grote gangmakers van de Nederlandse rockmuziek. Als eerste gaf hij  popteksten in de eigen taal een ziel en een ritme in songs als Open en Iedereen is van de wereld. Als zanger en gitarist van The Scene vond hij dat zijn stem altijd een beetje moest wringen en schuren. Je herkende hem al na twee noten: de cadans van zijn stuwende rockpoëzie kon een zaal vol mensen omhoog tillen.

Rocker, schrijver, bandleider en componist Thé Lau, die dinsdagavond op 62-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleed aan de gevolgen van longkanker, spiegelde zich graag aan zijn held John Lennon. Die had ook geen tijd voor bullshit, zei Lau toen hij in april vorig jaar de onheilstijding naar buiten bracht dat hij niet lang meer te leven had.

Hij was genezen verklaard van keelkanker, maar „er zat nog ergens een duiveltje dat naar mijn longen is ontsnapt”.

Zijn laatste jaar gebruikte Thé Lau om met een bewonderenswaardig doorzettingsvermogen alles te doen wat nog op zijn verlanglijst stond.  Hij speelde met The Scene op Pinkpop 2014 en gaf gedenkwaardige afscheidsconcerten in de HMH en twee zalen in België, waar hij misschien nog wel meer dan in Nederland op handen werd gedragen. 

Thé Lau publiceerde zijn autobiografische roman Juliette, geënt op het kunstenaarsleven in het Noord-Hollandse Bergen dat hij van dichtbij had meegemaakt. Zijn grote trots was het in juni 2014 verschenen soloalbum Platina blues, een conceptueel meesterwerk over een nacht die hij tijdens zijn chemotherapie in het ziekenhuis doorbracht. Het album werd verfilmd en verscheen ook in een Engelstalige versie.

Gitaarwonder  

Begin jaren zeventig begon Lau als sologitarist bij de groepen Tortilla en Music Garden. Eric Clapton en Jimi Hendrix waren zijn grote voorbeelden. Als aanstormend gitaarwonder werd hij in 1974 binnengehaald bij Neerlands Hoop Express van Freek de Jonge en Bram Vermeulen, waar hij onderdeel werd van „een onverstaanbaar goede show”. 

Pas later ontwikkelde Lau de swingende, afgepaste stijl die de muziek van The Scene definieerde. Punk en new wave zorgden voor een frisse impuls die hij omarmde. Thé Lau wisselde zijn solo’s in voor economisch en priemend gitaarspel. 

In The Scene speelde hij vanaf 1979 met wisselende, bij voorkeur jonge muzikanten. Aanvankelijk zong hij zowel in het Engels als Nederlands, om zijn opties voor een buitenlandse carrière open te houden. Als hij een demo opstuurde naar Engeland kwam het gerucht terug dat de muziek oké was, maar de teksten onder de maat. Omdat hij naar het voorbeeld van Lennon oprecht en doorleefd wilde klinken, koos hij steeds vaker voor het Nederlands. „Mijn soort rockmuziek vraagt om snappy taal”, lichtte Thé Lau die keuze vorig jaar toe. Maar hij bleef het spannend vinden om „yeah yeah yeah” te zingen in een Nederlandstalig nummer.

Met Blauw, open, zuster en het in de tipparade gestrande Iedereen is van de wereld introduceerde Lau een nieuwe standaard voor bezielende Nederlandstalige rockmuziek. Hij werkte intensief samen met Tröckener Kecks en de muziek van The Scene was later van grote invloed op groepen als Bløf.

De sterbezetting van The Scene met bassiste Emilie Blom van Assendelft, toetsenman Otto Cooyman, drummer Jeroen Booy en tweede gitarist Eus van Someren werd een vlammende podiumattractie. In 1993 won The Scene de Popprijs en drie jaar later in 1996 de Gouden Harp.

Geen groepsmens 

Na 2002 richtte Thé Lau zich op een solocarrière die onder meer de albums De God van Nederland en Tempel der liefde opleverde. Hij maakte theatertournees met het tangostrijkkwartet Pavadita en met fadozangeres Maria de Fátima, maar vooral ook solo want, zo zei hij: „Eigenlijk ben ik nooit zo’n groepsmens geweest. Bij The Scene liep ik gespannen als een veer door het leven, omdat er telkens weer een nieuwe hit gescoord moest worden.”

In 2000 debuteerde Thé Lau als schrijver met de verhalenbundel De sterren van de hemel, gevolgd door de romans Hemelrijk, Juliette en de rock-’n-roll- memoires In de dakgoot. Het duet Zing voor me met Lange Frans werd een hit in 2005.

Thé Lau was een nuchter man die vond dat zijn muziek nooit bedoeld was voor een groot publiek.

Het onthutsende nieuws van zijn naderende dood bracht een nieuwe golf van belangstelling van mensen die hem wilden eren om zijn voortrekkersrol in de Nederpop. Paskal Jacobsen van Bløf, Tom Barman van dEUS en Jacqueline Govaert van Krezip stonden hem bij toen The Scene vorig jaar een viertal gedenkwaardige concerten gaf waarbij Lau nog eenmaal schitterde.

Hij had zich neergelegd bij het feit dat hij zijn ziekte waarschijnlijk te danken had aan een leven van roken en drinken, en liet zich de les niet lezen over zijn slechte gewoontes. Aan zelfbeklag deed hij niet, want dat vond hij alleen maar destructief.

Met Platina blues leverde hij een briljant slotakkoord van een rijk muzikantenleven. Thé Lau was een van de grote oorspronkelijke rockzangers van Nederland; een man met een warme persoonlijkheid en onnavolgbaar eigen stijl.