Op mijn veertiende droomde ik al over een vintage kledingwinkel

Stefanie Hoebert (31) heeft samen met haar moeder een vintage kledingwinkel in Amsterdam. Ze woont met haar vriend in een huurhuis in Amsterdam. „Om rond te komen werk ik ook nog in Holland Casino.”

Foto Bob van der Vlist

IN

‘Ik doe wat ik het liefste doe, maar ik verdien er nauwelijks geld mee. Sinds mijn veertiende was een vintage kledingwinkel mijn droom, en mijn moeder deelde die droom. Ik liep sinds groep acht al vaak rond in tweedehands kleren, meestal uit de jaren 60 en 70. Leeftijdsgenoten keken me soms wel raar aan, maar dat kon me niets schelen. De liefde voor oude spullen heb ik van mijn ouders, die waren altijd bezig met oude auto’s, retro meubels en dus ook kleding. Ons huis lag vaak vol met allerlei oude jurken en schoenen en mijn vader noemde het weleens gekscherend: ‘Het lijkt hier wel de firma Tut & Hola’. Daarom hebben we de winkel zo genoemd.

Helaas verdienen we nog niet veel aan de winkel, wat er binnenkomt gaat terug in de zaak.

„Daarom werk ik ook in de horeca van het Holland Casino. Ik ben daar ooit vanuit een stage begonnen en ben nooit meer weggegaan. De cao is goed. Ik verdien 17,50 netto, voor de horeca is dat best veel. Bovendien krijg ik elke dienst een half uur pauze, ik werk maar 8 uur per dag en ik krijg vakantiedagen en vakantiegeld. Allemaal zaken die je in een gewoon restaurant of café bijna niet krijgt. Maar omdat ik het merendeel van de tijd in de winkel sta, werk ik maar 48 uur per maand in het casino. Toch zou ik willen dat ik dat niet meer hoefde te doen, dat ik rond kon komen van de winkel en dat we er wellicht een tweede filiaal naast konden openen.”

UIT

‘Omdat ik maandelijks niet erg veel verdien, betaalt mijn vriend het meest: ik stort elke maand 500 euro en hij 800 euro in de gezamenlijke pot. Mijn vriend zou het wel leuk vinden als ik net als hij genoeg zou verdienen, maar hij kan het ook waarderen dat ik doe wat ik echt leuk vind.

Heel lang woonden we in de straat van onze winkel, maar toen dat appartement werd verkocht en de nieuwe eigenaar een hogere huur wilde vragen, heeft hij ons uitgekocht. Nu zijn we op zoek naar een koophuis en tot die tijd wonen we in het huis van een vriend. We mikken met 250.000 euro op de startersmarkt en blijkbaar zijn er heel veel mensen die dat momenteel doen. We hebben al minstens zes keer een bod gedaan, maar telkens werden we overboden.

„Meestal hou ik een paar honderd euro over om kleding van te kopen en iets leuks van te doen. Via de winkel kom ik vaak aan goedkope kleren. Het geld gaat eerder op aan eten buiten de deur of ergens wat drinken. Zo ga ik zeker wel twee keer per maand met vrienden kaarten in onze stamkroeg en samen met mijn vriend ga ik al snel zo’n drie keer per maand ergens wat eten. Het liefst uitgebreid, met vijf gangen en een wijnarrangement. Wat we betalen kan variëren van 60 tot 150 euro, maar ik moet eerlijk zeggen dat als het veel kost mijn vriend meestal betaalt.”