Nederlandse kunstbladen: inventief

Minister Zijlstra stopte subsidie aan Nederlandse kunstbladen. Er zijn nog acht over, nu de subsidiestop lijkt opgeheven

Goed nieuws voor kunst- en cultuurtijdschriften: vanaf 2017 mag weer subsidie worden aangevraagd bij de cultuurfondsen. Dat bleek eerder deze maand uit de brief van Jet Bussemaker waarmee zij het parlement informeerde over het toekomstige cultuurbeleid.

De minister corrigeerde daarmee een maatregel van haar voorganger Halbe Zijlstra. Zijn verbod op overheidssubsidie voor tijdschriften was in 2011 onderdeel van een enorm pakket aan bezuinigingen.

Bussemaker honoreerde een advies van de Raad voor Cultuur. Op het gebied van debat, reflectie en cultuurvorming spelen vaktijdschriften een belangrijke rol, concludeerde het adviesorgaan in april. En omdat het verspreidingsgebied van tijdschriften klein is en het financiële draagvlak binnen de eigen sector en doelgroep beperkt, verdienden zij volgens de raad steun.

Het Mondriaan Fonds reageerde politiek op de aangekondigde beleidswijziging. Het fonds, dat tot 2011 jaarlijks gemiddeld 4 ton steun aan cultuurtijdschriften verstrekte, onderstreepte het belang van de bladen. Maar hoe moet het straks weer structureel subsidie verlenen als de minister daarvoor geen geld beschikbaar stelt? Een woordvoerder: „In deze cultuurplanperiode is liefst 35 procent gekort op ons budget voor beeldende kunst en cultureel erfgoed. Op dit moment zien we niet hoe we geld voor tijdschriften kunnen vrijmaken.”

Voor sommige kunsttijdschriften komt de koerswijziging te laat. Mister Motley redde het zonder subsidie bijvoorbeeld niet. Het kunstblad voor jongeren verscheen twee jaar geleden voor het laatst en is daarna in afgeslankte vorm voortgezet als webmagazine (mistermotley.nl). Of de maatregel op tijd komt voor Kunstbeeld is zeer de vraag. Het 39 jaar oude blad voor hedendaagse kunst kreeg in het verleden dikwijls steun van het Mondriaan Fonds, dat reis- en verblijfskosten voor de journalisten betaalde. Uitgever Veen Media laat weten dat het juni-nummer van Kunstbeeld voorlopig het laatste nummer zal zijn. Hoofdredacteur Anna van Leeuwen is vertrokken, en Veen gaat op zoek naar een uitgever die de titel wil overnemen.

Uit een rondgang blijkt dat andere kunsttijdschriften, met en zonder subsidie, het de afgelopen jaren vaak ook lastig hebben gehad. Afnemende advertentie- en abonnee-inkomsten en stagnerende losse verkoop, hebben tot bezuinigen geleid en zoeken naar nieuwe verdienmodellen.

Neem Metropolis M, een blad over actuele beeldende kunst dat vooral door kunstenaars en andere professionals wordt gelezen, en dat stelselmatig steun kreeg van het Mondriaan Fonds. Hoofdredacteur Domeniek Ruyters reageert opgetogen op de toezegging van Bussemaker. „Bij mijn weten heeft nog nooit een minister van Cultuur gezegd dat tijdschriften een belangrijke rol spelen in de kunstwereld.”

Metropolis M heeft zware tijden achter de rug. Door het verdwijnen van de jaarlijkse overheidssubsidie raakte het blad 30 procent van zijn inkomsten kwijt. De organisatie werd flink gesnoeid en samen met de enige andere overgebleven redacteur is Ruyters „heel hard gaan werken”.

Ook Kunstschrift, het blad dat elke twee maanden aan een ander thema is gewijd, verzette de bakens. Niet omdat Kunstschrift overheidssteun kwijtraakte. „Met enige trots kan ik zeggen dat wij nog nooit enige subsidie hebben aangevraagd”, zegt hoofdredacteur Mariëtte Haveman, samen met eindredacteur Annemiek Overbeek sinds twaalf jaar de eigenaar van de titel. Haveman noemt het „mooi” dat kunsttijdschriften binnenkort weer bij de fondsen mogen aankloppen. „Al is het wel jammer dat er inmiddels tijdschriften ter ziele zijn.”

Dat het Kunstschrift goed gaat, zegt Haveman, komt vooral omdat het blad is gaan samenwerken met musea. De themanummers sluiten soms aan bij tentoonstellingen, onlangs bijvoorbeeld het nummer Beesten Buiten bij een expositie van de beeldhouwers Mendes da Costa en Joost van den Toorn in Museum Beelden aan Zee in Scheveningen. Haveman: „Meestal verkopen we tussen de 1.000 en 5.000 nummers extra bij zo’n tentoonstelling.”

Ook andere kunstbladen zijn inventief geweest. Het op verzamelaars en handelaren mikkende Tableau, dat ook wordt verspreid in de businessclass van KLM-toestellen en in hotels in Amsterdam, is na 13 jaar weer tweetalig geworden. Achter in het blad verschijnen Engelse samenvattingen van de belangrijkste artikelen. Hoofdredacteur Anja Frenkel: „Bij Tefaf in Maastricht proefden we dat ook onder buitenlandse verzamelaars onwijs veel animo bestaat voor Tableau. In de toekomst hoop ik op een tweede, volledig Engelse editie van ons blad.”

Afgezien van Metropolis M, dat door veel jonge kunstenaars wordt gelezen, hebben de meeste kunstbladen een overwegend grijs publiek, variërend van 45+-lezers bij Kunstschrift, tot gemiddeld 60+lezers bij Museumtijdschrift. Hoogopgeleide, well to do senioren , dat is het publiek dat tijd en geld heeft voor kunstuitstapjes en voor verzamelen, zeggen de hoofdredacteuren.

Met aandacht voor ‘jonge onderwerpen’ proberen sommige bladen een jeugdiger publiek aan te spreken.

Acht kunsttijdschriften is nog altijd best veel voor een taalgebied met zo’n 20 miljoen mensen, zegt Anton van der Gulik, hoofdredacteur en uitgever van Origine, een breed georiënteerd blad over kunst, antiek en design. „Kijk eens naar Weltkunst, het beste kunsttijdschrift van Duitsland. Een taalgebied met 100 miljoen mensen en een oplage van slechts 16.000 exemplaren.”