Opinie

Je beste tijd voorbij

Met schatrijke popmuzikanten als Jackson Browne hoef je niet te snel medelijden te hebben, maar toch zat er een tragisch randje aan zijn optreden deze week in de Heineken Music Hall in Amsterdam. Zijn trouwe publiek – de hal was niet uitverkocht, maar wel goed gevuld – wilde voornamelijk de muziek horen die hij veertig jaar geleden maakte. Voor een artiest van 66 jaar, die zijn best heeft gedaan zich te vernieuwen, moet dat een hard gelag zijn.

Het publiek kan, zonder het te beseffen, wreed zijn. Gedurende het hele concert eiste het zijn geliefde songs op. „Rosie!” „The Load – Out!” , „Late for the sky!” Soms willigde Browne zo’n eis in, vaker niet. Hij plaagde er zijn publiek een beetje mee. Ze moesten hun hand opsteken: „Wie wil Rosie horen?” Vervolgens: „Wie wil Rosie níét horen?” Uiteindelijk liet hij Rosie vallen en voegde hij zijn publiek toe: „The question is: what do I (klemtoon) want to play?”

Hij koos liever zijn nieuwste repertoire, te beluisteren op zijn laatste cd Standing in the Breach. Daarom werd zijn concert voor mij een teleurstelling – en niet alleen voor mij, getuige de matte stemming in de zaal; pas tegen het einde, te laat dus, leefde het concert op en kwam het publiek uit zijn stoelen. Browne klaagde enkele malen dat het publiek zo rustig was, maar dat lag aan hém, en niemand anders.

Ik had hem nooit eerder zien optreden en besefte tevoren dat er een risico aan verbonden was. Misschien was zijn stem ernstig verzwakt, misschien was er van zijn bevlogenheid weinig meer over. Maar dat was het probleem niet; hij zong voor een man van zijn leeftijd nog verrassend krachtig en hij werkte zich ruim twee uur met zijn uitstekende band uit de naad. Het probleem was zijn repertoire.

Jackson Browne is als songwriter een kortbloeier. Hij bracht halverwege de jaren zeventig drie platen uit die ik nog altijd tot het beste uit de popmuziek reken: Late for the Sky, The Pretender, Running on Empty; lange, melodieuze, gevoelige songs van eigen makelij, gezongen met grote gedrevenheid.

Late for the Sky is de beste van die trits, het is alsof hij de melancholie van een nieuwe generatie verwoordt als hij in Fountain of Sorrow zingt: When you see through life’s illusion there lies a danger/ And your perfect lover just looks like a perfect fool/ So you go running off in search of a perfect stranger/ There’s this loneliness springing up from your life/ Like a fountain from a pool/ Fountain of sorrow.

Helaas, na die drie platen wilde het niet of nauwelijks meer. Hij bracht er nog negen uit, maar er stonden geen liedjes meer op die het oude werk konden evenaren; ze leken er hooguit op, in de verte.

Je beste tijd voorbij, zo gauw al? Het is voor geen enkele kunstenaar een te accepteren werkelijkheid, hun beste werk is hun nieuwste werk, vinden ze. Daarom viel Jackson Browne ons er, vooral voor de pauze, te veel mee lastig; we moesten en zouden luisteren naar de middelmaat van zijn nieuwste cd. Maar wij wilden alleen maar terug naar die glorieuze songs van weleer.

Zanger en publiek hadden conflicterende belangen. Hij wilde vooruit, zij achteruit.

Toch had ik geen spijt van mijn bezoek, want áls hij zijn evergreens zong, klonk hij nog altijd als de jonge man die hij was toen hij ze schreef. En ik voelde me weer even die jonge man die ze voor het eerst hoorde.