‘In Azië is 90 procent van de jongvolwassenen bijziend’

Dat zei oogonderzoeker Virginie Verhoeven in nrc.next

illustratie Jet Peters
illustratie Jet Peters

De aanleiding

Lange tijd dachten we dat bijziendheid genetisch bepaald is. Maar de afgelopen jaren zien we plotseling een flinke toename in het aantal mensen dat bijziend is. Volgens wetenschappers komt dat omdat we vaker naar een scherm kijken, en minder vaak buiten zijn. Dat is slecht voor je ogen, want die ontspannen zodra ze verder weg kunnen kijken. Bovendien is buitenlicht goed voor je ogen.

Oogonderzoeker Virginie Verhoeven, die in Rotterdam in het Erasmus Medisch Centrum op het onderwerp promoveerde, verwacht dat in 2020 tussen de 10 en 20 procent van de Nederlandse jongeren hoogbijziend is, wat wil zeggen dat ze een bril dragen met een lenssterkte van -6 of meer. Volgens Verhoeven gaat Europa Azië achterna. „In Azië is zelfs al 90 procent van de jongvolwassenen bijziend”, zei ze vorige week dinsdag in nrc.next. Zij zijn niet per se hoogbijziend, maar 9 op de 10 Aziatische jongeren zou wel een bril moeten dragen. Dat lijkt onwaarschijnlijk veel, klopt dat wel?

Waar is het op gebaseerd?

Verhoeven promoveerde dinsdag 16 juni op de oorzaken van bijziendheid. In haar proefschrift noemt Verhoeven specifiek Singapore. Daar is tussen de 80 en 90 procent bijziend, stelt ze. Zelf deed Verhoeven ook onderzoek in de stadstaat. „De mensen in Singapore komen soms niet meer dan een half uur buiten. Schrikbarend weinig”, aldus Verhoeven in nrc.next.

Verhoeven haalt in haar studie bovendien meerdere onderzoeken aan waaruit blijkt dat grote meerderheden van de schoolkinderen in Oost-Azië, onder meer Singapore, China, Taiwan en Zuid-Korea, bijziend zijn. Ze laat nrc.next desgevraagd weten dat ze in het interview doelde op de stedelijke gebieden.

En, klopt het?

De laatste decennia is in Zuidoost-Azië vrij veel onderzoek gedaan naar bijziendheid. In die onderzoeken werden de ogen van bijvoorbeeld schoolkinderen opgemeten. In landen waar dienstplicht nog bestaat, zoals Taiwan en Singapore, zijn ook militaire gegevens gebruikt. Sommige onderzoekers gingen van deur tot deur om te vragen of bewoners mee wilden doen aan het onderzoek.

Professor Ian Morgan van de Australian National University in Canberra, gespecialiseerd in bijziendheid, verzamelde deze onderzoeken om het probleem in kaart te brengen.

In Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Singapore en de stedelijke gebieden van China is 90 procent van de jongvolwassenen inderdaad bijziend, blijkt uit de onderzoeken. Maar er kunnen grote verschillen zijn tussen de verschillende regio’s binnen landen, schrijft Morgan in antwoord op vragen van nrc.next. Zo is aan de oostkust van China, waar de meeste grote steden liggen, rond de 90 procent van de jongeren bijziend. Verder in het binnenland, waar minder economische ontwikkeling is, kan het percentage tientallen procenten lager liggen.

De verklaring ligt volgens Morgan in het competitieve schoolsysteem. Wie een universitaire studie heeft afgerond, heeft in China veel meer kansen op een beter bestaan. Ouders in Chinese steden willen daarom dolgraag dat hun kind op de universiteit wordt toegelaten. Daar wordt het leven van de kinderen van jongs af aan op ingericht. Deze kinderen maken dus veel huiswerk, waardoor ze veel lezen en er minder tijd overblijft om buiten te spelen. Een combinatie die bijziendheid in de kaart speelt.

Waar in China grote regionale verschillen zijn, zijn jongeren in Zuid-Korea ook in de buitengebieden vaak bijziend. In Seoul gaat het om ruim 95 procent van de 19-jarigen. Op Jeju-eiland, een wat meer landelijk gebied met een warmer klimaat, is dat zo’n 86 procent. Ook hier – net als in andere delen van Azië met een hoog percentage bijzienden – speelt het onderwijssysteem een grote rol, denkt Morgan.

Conclusie

In delen van Oost-Aziatische landen, vooral de stedelijke gebieden, is inderdaad rond de 90 procent van de jongvolwassenen bijziend. We beoordelen de uitspraak als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langs komen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl.