Iedereen keek weg in de zaak-Meijer

Hoogleraar Meijer verzweeg zakelijke belangen, maar hij was niet de enige die faalde.

Of de minister van Volksgezondheid nou wil weten of we ingeënt moeten worden tegen griep of dat we vrouwen beter moeten beschermen tegen baarmoederhalskanker: het antwoord wordt geformuleerd door de Gezondheidsraad. Het invloedrijke adviesorgaan staat in hoog aanzien. Oud-minister Ab Klink (CDA): „Een advies van de Gezondheidsraad neem je eigenlijk altijd over. Het zou heel arrogant zijn om daar vanaf te wijken”.

Maar de onafhankelijke raad kwam in opspraak. Emeritus hoogleraar pathologie Chris Meijer (VUmc) verzweeg zakelijke belangen bij de advisering van een nieuw bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Behalve lid van de raad was hij direct betrokken als adviseur van de raadscommissie Bestrijding Baarmoederhalskanker. Gisteren werd zijn gedwongen aftreden bekendgemaakt.

Pijnlijk, niet alleen voor de hoogleraar zelf. Het adviescollege met 175 door de kroon benoemde deskundigen beperkt de aandacht graag tot haar onafhankelijke adviezen.

De kwestie-Meijer roept de vraag op of dat gerechtvaardigd is. Er hebben zich in de afgelopen decennia belangrijke veranderingen voorgedaan. Voor elke commissie die op verzoek van de minister wordt samengesteld, is de raad afhankelijk van slechts een handvol superdeskundigen. Want wist een arts vroeger veel over een ziekte, nu weten artsen heel veel meer, maar over slechts een deel van die ziekte. Was borstkanker vroeger één ziekte, nu zijn het er bij wijze van spreken dertig.

De Gezondheidsraad zou gek zijn die kennis niet in te schakelen. Maar ook commerciële partijen weten deze superdeskundigen te vinden. Sterker, het overheidsbeleid is al jaren gericht op medefinanciering van wetenschappelijk onderzoek door het bedrijfsleven én zogenaamde valorisatie: het omzetten van wetenschappelijke kennis in maatschappelijk nut. Topwetenschappers en fabrikanten kennen elkaar al lang.

Dat hoeft niet tot problemen te leiden. Zolang de commercie niet de wetenschappelijke uitkomst bepaalt én wetenschappers volledig transparant zijn over zakelijke belangen. Bij het laatste ging het bij Meijer zeker mis.

Verbazingwekkender is dat zijn rollen en belangen wel bekend waren maar niet tot achterdocht leidden. De hoogleraar deed normstellende studies naar het screenen van vrouwen op het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Hij publiceerde meer dan 800 wetenschappelijke artikelen en begeleidde ruim 100 promovendi. Hij maakte internationale richtlijnen, ontwikkelde virustests en haalde miljoenen aan onderzoeksgeld binnen voor zijn afdeling.

Maar Meijer was en is ook adviseur van farmaceuten, directeur en aandeelhouder van een bedrijf dat tal van tests verkoopt. Hij is een veelgevraagd spreker op internationale congressen waar hij niet naliet zijn producten te promoten. Openbare en alom bekende informatie die niet leidde tot vragen. Laat staan tot kritiek.

Terwijl de hoogleraar al jaren pleitte voor een nieuw bevolkingsonderzoek, vond niemand het een probleem dat juist hij betrokken was bij het raadsadvies over de wenselijkheid daarvan. Evenmin dat hij belangen had bij de uitkomst. Het is zelfs onvermijdelijk, stelt Pim van Gool, voorzitter van de Gezondheidsraad. Als deskundigen niet meer mogen profiteren nadat ze advies hebben gegeven, „zouden we heel veel moeite hebben om nog mensen te vinden voor de raad”.

Zo kon de hoogleraar probleemloos een grote wetenschappelijk studie opzetten waaraan hij verdient én meedoen met een aanbesteding voor het leveren van alle virustests voor het bevolkingsonderzoek. Directe uitkomsten van het raadsadvies.

Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) toonde zich gisteren onverminderd enthousiast over samenwerking tussen overheid, wetenschap en industrie. Wel wil ze dat de raad deskundigen met zakelijke belangen voortaan meer op afstand plaatst.

Zou het uitmaken? Meijer had als adviseur geen stemrecht, maar hij woonde de vergaderingen bij en hield een presentatie. Overigens net als twee van zijn zakenpartners. Het uiteindelijke advies van de raad was geheel in lijn met wat hij al jaren verkondigt. Meijer was in deze raadscommissie, met elf leden en zes adviseurs, de onbetwiste superdeskundige.

De Gezondheidsraad is door de hoogleraar misleid. De vraag is of de raad, het ministerie en de Nederlandse pathologenvereniging – waarvan Meijer erelid is – zich in de aanloop naar een nieuw bevolkingsonderzoek ook niet hebben láten foppen, door de ogen te sluiten voor Meijers duizelingwekkende hoeveelheid petten.