Het terrorisme in de VS komt van rechts, niet van buiten

Na de moordpartij in South Carolina realiseren de VS zich opnieuw het gevaar van binnenlandse terreur. Het komt elke maand wel een keer voor. Veel vaker dus dan islamitisch geweld.

Twee mannen omhelzen elkaar voor de Emanuel AME Church in Charleston, waar 'white supremacist'Dylann Roof vorige week negen zwarte mensen doodschoot. Foto AFP
Twee mannen omhelzen elkaar voor de Emanuel AME Church in Charleston, waar 'white supremacist'Dylann Roof vorige week negen zwarte mensen doodschoot. Foto AFP

Aan Dylann Roof is weinig opmerkelijks, zegt Daryl Johnson. De voormalige hoofdanalist van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid kwam jongens als hij de afgelopen jaren zo vaak tegen. Geradicaliseerde eenlingen, gevoed met ideeën over blanke superioriteit, dromend van de dag dat ze een daad kunnen stellen, liefst op een symbolisch beladen plek.

In het geval van Dylann Roof was dat de beroemde Emanuel AME Church in Charleston, waar hij vorige week woensdag negen zwarte kerkgangers doodschoot. „Het aantal slachtoffers lag deze keer veel hoger, maar verder was Roof een extreem-rechtse terrorist zoals er zo veel zijn. Alleen: hun daden vallen minder op.”

Het is niet modieus om te zeggen, zegt Johnson, maar de grootste dreiging van terrorisme in de Verenigde Staten komt uit extreem-rechtse hoek. „Iedereen concentreert zich op islamitisch extremisme, en deels is dat terecht. Al-Qaeda of de Islamitische Staat zijn bedreigingen van buitenaf, die eens in de vijf tot tien jaar groot kunnen toeslaan. Maar wat iedereen lijkt te vergeten, is dat extreem-rechts terrorisme iedere maand voorkomt, of wordt verijdeld. De moordpartij in Charleston staat niet op zichzelf.”

Zes jaar geleden schreef Daryl Johnson een alarmerend rapport. Het ministerie van Binnenlandse Veiligheid, opgericht na de aanslagen van 11 september 2001, moest uitzoeken uit welke hoek een mogelijke aanslag te verwachten was.

Rechtse groepen bereiken steeds meer mensen op internet

Rechtse groepen en individuen slagen er op internet in steeds meer mensen te bereiken, aldus Johnson in zijn rapport. En ze radicaliseren. De verkiezing van Barack Obama als eerste zwarte president in 2008, de economische instabiliteit, het debat over vuurwapenwetten creëerden een voedingsbodem voor extreem-rechtse dreiging.

Het rapport lekte uit – en het kostte Johnson zijn baan. Op talkradiostations werd zijn afdeling ervan beschuldigd president Obama te willen helpen. Met zo’n rapport zou Obama rechts-conservatieve groepen willen aanpakken. De Republikeinen in het Congres namen die beschuldiging over. De regering-Obama, die net was aangetreden, had geen zin in gedoe. Johnsons studie verdween in de krochten van het ministerie, zijn afdeling werd opgeheven.

Johnson, zelf een conservatieve Republikein, was geschokt door de tegenwerking. Hij is tegenwoordig consultant in Washington. „Je merkt bij Obama een grote angst om extremisten in de kaart te spelen. Als hij mijn conclusies had overgenomen, had hij meteen het verwijt gekregen dat hij de strijd met blanken aangaat. Dat besef maakt hem voorzichtig.”

Het gevolg is wel dat extreem-rechts geweld de afgelopen jaren volledig uit beeld is verdwenen, zegt Johnson. Het terrorismedebat in Amerika gaat vrijwel alleen nog over moslimextremisme, terwijl dat zeldzaam is in de VS. Volgens een onderzoek van het Combating Terrorism Center van het Amerikaanse leger zijn in de tien jaar na ‘9/11’ 254 mensen omgekomen bij 337 extreem-rechts gemotiveerde aanvallen. Islamitisch geïnspireerde aanslagen op Amerikaans grondgebied eisten volgens onderzoek van Duke University tussen 2002 en 2014 vijftig doden.

Extreem-rechts terrorisme verandert sterk, zegt Daryl Johnson. „Groepen als de Ku Klux Klan hebben sinds de jaren tachtig praktisch geen invloed meer. Andere groepen kiezen er bewust voor om niet meer samen te komen, omdat dat de kans op infiltratie groter maakt. Individuen gaan zelf op internet op zoek naar ideeën, radicaliseren in hun eentje en plannen zelf een aanslag. Het goede nieuws is dat ze, omdat ze alleen zijn, vrijwel nooit veel slachtoffers maken. Maar ze zijn ook veel moeilijker in kaart te brengen.”

Volgens burgerrechtenorganisatie Southern Poverty Law Center waren er een paar jaar geleden 1.018 zogeheten hate groups actief in de VS. Dat was een flinke toename sinds 2000, toen er 602 groepen werden geteld. Johnson: „Daar komen nog duizenden individuen bij, van wie we nauwelijks iets weten.”

White supremacist in opkomst

De actieve groepen hebben volgens Johnson verschillende agenda’s. Soms werken ze samen, maar meestal niet. De klassieke hate groups zijn de paramilitaire zuidelijke milities, die zich vooral inzetten voor vrij wapenbezit en vrijheid voor de zuidelijke staten. Die groepen zijn op hun retour, zegt Johnson. Er zijn radicaal-religieuze groepen en individuen als anti-abortusactivist Scott Roeder, die in 2009 abortusarts George Tiller doodschoot. Sterk in opkomst zijn de white supremacists, zoals Roof.

En de mensen die geloven dat de federale overheid een complot beraamt en dat verzet nodig is. De FBI-aanval op de Texaanse sekte van David Koresh in 1993 maakte een militant wantrouwen jegens de overheid los, zegt Johnson. „Opeens had je overal groepen die de wapens wilden opnemen tegen Washington.” Er is weinig samenwerking tussen de verschillende groepen, zegt Johnson, wat hun acties doorgaans kleinschalig maakt.

In 1995 pleegde Timothy McVeigh een grote bomaanslag in Oklahoma City. Sinds die tijd, zegt Johnson, was extreem-rechts op zijn retour, ook omdat de FBI het serieus begon te nemen. Maar in 2008, toen Obama werd gekozen, kregen extreem-rechtse hate groups nieuwe energie.

Charleston, zegt Daryl Johnson, is het bewijs dat de lone wolf nooit onderschat mag worden. „Ook eenlingen weten heel goed wat ze willen: met geweld een politieke agenda doordrukken. Dylann Roof is daar een goed voorbeeld van. Hij koos niet zomaar een kerk, maar de eerste zwarte kerk in het zuiden.”

Roof beklaagde zich in een aan hem toegeschreven manifest dat extreem-rechts zo versnipperd is. In South Carolina, schreef hij, „hebben we geen skinheads, geen echte Ku Klux Klan. Niemand doet iets, behalve praten op internet. Nou, iemand moet het maar eens in de praktijk brengen. Ik denk dat ik dat ben.”