Groen licht voor beursgang ABN Amro

De Tweede Kamer is akkoord met de rentree op de beurs. Wel was er kritiek op de beschermingsconstructie.

Minister Dijsselbloem maakte gisteren korte metten met het voorstel van oppositieleden om ABN Amro langer in staatshanden te houden en zo extra dividend op te strijken. ''Dat is speculeren.''
Minister Dijsselbloem maakte gisteren korte metten met het voorstel van oppositieleden om ABN Amro langer in staatshanden te houden en zo extra dividend op te strijken. ''Dat is speculeren.'' Foto Phil Nijhuis

Zeven jaar heeft ABN Amro ernaar gesmacht: een terugkeer naar de beurs. En nu is het zover. De Tweede Kamer ging gisteren met een ruime meerderheid akkoord met een beursgang, zoals minister Dijsselbloem (Financiën, Pvda) eerder voorstelde. Als de omstandigheden goed zijn, kan de bank eind dit jaar terug.

Het slotdebat gisteren was formeel de laatste horde die ABN Amro nog scheidde van een rentree op de beurs. De bank heeft hier lang op gewacht. De nationalisatie in 2008 werd ervaren als een van de grootste vernedering in de geschiedenis van de bank Voor de nationalisatie was ABN een van de meest toonaangevende banken van Nederland, van de wereld.

Niet dat het nog twijfelachtig was dat er groen licht zou komen. Dijsselbloem zou een beursgang niet voorleggen aan de Kamer als hij niet al de steun van de regeringspartijen op zak had. De ‘constructieve’ oppositiepartij D66 had eerder al laten weten een beursgang te steunen. Gisteren kwam het CDA daar nog bij.

Miljardenverlies

Oppositiepartijen PVV, SP, GroenLinks en ChristenUnie waren tegen. Die wilden in ieder geval dat de minister nog even zou wachten, opdat de bank meer waard zou worden en er nog een paar jaar dividend opgestreken kon worden (de SP pleitte zelfs voor een permanente staatsbank). Zo zou het verlies op de verkoop verder beperkt kunnen worden. Dat wordt geschat op 7 á 9 miljard euro.

Maar Dijsselbloem maakte daar korte metten mee. Het is helemaal niet zeker dat ABN Amro ook de komend jaren dividend blijft uitkeren en meer waard wordt. De bank langer in staatshanden houden, kwam dan ook neer op „speculeren”. Dat moet de staat niet willen. „Als ik al zou willen beleggen met belastinggeld, dan misschien liever in iets anders dan een bank”, aldus Dijsselbloem.

Volgens hem was de enige reden dat de staat ooit geld in de bank stak dat zij anders zou omvallen. Inmiddels is ABN Amro weer sterk genoeg om op eigen benen te staan. En dus is er geen reden meer om de bank langer staatsbezit te laten zijn. „De keuze om ABN Amro nu terug naar de beurs te brengen, is géén politieke keuze.”

Beschermingsconstructie

Zonder twijfel het meeste heikele punt: de gekozen beschermingsconstructie voor ABN Amro. Vrijwel de hele Kamer, ook de VVD en PvdA, vroegen zich af of die niet te zwaar is en daarmee de opbrengst te veel zal drukken. Dijsselbloem heeft gekozen voor een constructie die door maar weinig beursfondsen wordt gebruikt.

Ook vroegen de Kamerleden zich af deze bescherming werkelijk is gekozen omdat een andere optie, waar de voorkeur naar uitging, niet haalbaar was vanwege „bureaucratische” problemen. Voor die variant kon voorafgaand aan de beursgang geen toestemming worden verkregen van toezichthouder ECB.

Dijsselbloem probeerde daarop de Kamer te overtuigen dat de gekozen constructie de opbrengst echt niet zo zal drukken als wordt gesteld. Over het ‘probleem’ met de ECB herhaalde hij dat het ministerie in Frankfurt heeft gepolst of hun redenering klopte dat vooraf toestemming krijgen onmogelijk was. „Dat is bevestigd.”

Maar de Kamer nam daar geen genoegen mee. De VVD is er blijkbaar niet gerust op dat de constructie de prijs niet al te veel zal drukken en verzocht Dijsselbloem om toch nog eens Frankfurt te vragen of het écht niet kan. Die toezegging deed hij.