Gaswinning minderen helpt, maar hoeveel minder precies?

Minister Kamp heeft de gaskraan in Groningen verder dichtgedraaid uit angst voor bevingen. Maar leidt lage gasproductie op de lange termijn tot minder bevingen?

Verschil in gasproductie tussen '13/'14 en '14/'15
Verschil in gasproductie tussen '13/'14 en '14/'15

Het terugschroeven van de Groningse gasproductie vermindert er de kans op aardbevingen, de komende jaren. Daarvan is toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) overtuigd, net als de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), die het gasveld exploiteert. Maar over de bevingskansen op langere termijn verschillen ze nog steeds fundamenteel van mening. De vraag is: levert vijftig jaar van lage gasproductie in totaal evenveel en even zware bevingen op als twintig jaar hoge gasproductie, uitgesmeerd over een langere periode? De NAM denkt van wel, SodM van niet. „Ondanks alle nieuwe, recente meetgegevens zijn we daar nog niet uit”, zegt Jan van Elk van de NAM.

Sinds de zware beving bij Huizinge in oktober 2012 – magnitude 3,6 – heeft de NAM een groot onderzoeksprogramma opgezet, en Van Elk leidt dat programma. Het bedrijf werkt samen met 25 onderzoeksgroepen en instituten over de wereld. Gisteren presenteerde de NAM, op het kantoor in Loppersum, tussentijdse resultaten. Ze zijn ook terug te vinden in de gisteren gepubliceerde rapportage van SodM.

De NAM heeft voor deze rapportage de dreiging van aardbevingen in kaart gebracht, voor de periode 2015 tot 2017, uitgaande van drie productieschema’s: 45, 39,4 en 33 miljard m3 per jaar. Dat deed de NAM eveneens voor de periode juli 2016-juli 2021, voor de scenario’s van jaarlijks 39,4, 33 en 20 miljard m3. Dat minister Kamp (VVD) van Economische Zaken nu heeft besloten de productie terug te schroeven tot 30 miljard m3 komt „als een verrassing”, zegt Van Elk.

Het gasveld is niet veranderd

De NAM concludeert dat het risico op aardbevingen, in de onderzochte periode, flink afneemt bij verminderde gaswinning. Zoals verwacht. Want minder gaswinning per jaar betekent een minder snel drukverlies in de ondergrond en een trager inzakken van de bodem. Dus minder bevingen. De komende vijf jaar in ieder geval. Precieze cijfers worden niet gegeven. Maar het kaartje van het gaswinningsgebied is bij het laagste niveau van gasproductie beduidend minder rood (rood staat voor een grotere aardbevingsrisico) dan de andere.

Ook de maximale grondversnelling – de mate waarin de bodem aan het oppervlak in trilling wordt gebracht – neemt af bij vermindering van de gaswinning. En dat is weer van belang voor het bepalen van de te verwachten schade aan gebouwen.

Volgens Van Elk is het beeld van het gasveld niet wezenlijk veranderd door de recente metingen. Het aardgas bevindt zich in een zandsteenformatie op zo’n 3 kilometer diepte. Op de ene plek is de formatie poreuzer dan op de andere, en op die poreuzere plekken zakt de bodem makkelijker in, en zijn er meer aardbevingen. Bij Loppersum bijvoorbeeld. Daar is de bodem de afgelopen decennia het meest ingeklonken, circa 30 centimeter.

Het terugschroeven van de gaswinning bij Loppersum vorig jaar heeft sneller dan verwacht effect gehad, schrijft SodM in haar rapportage. Al binnen drie tot vier maanden verminderde het aantal aardbevingen lokaal. Dat effect was pas binnen 1 à 1,5 jaar verwacht.

Om het risico in het gebied rond Loppersum, in de onderzochte periode, verder te verlagen, zou de productie flink omlaag moeten. Een vermindering naar 33 miljard m3 heeft volgens SodM slechts een gering effect. Dat komt doordat de drukverlaging in andere gebieden met een vertraging van enkele jaren doorwerkt op de ondergrond bij Loppersum en daar ook voor drukverlaging zorgt (dat houdt verband met de porositeit). Maar bij een verlaging naar 20 miljard m3 neemt de bevingsdreiging in de onderzochte periode wel verder af.