Gaskraan verder dicht, maar een alternatief is nog ver weg

Stap voor stap draait minister Kamp (Economische Zaken, VVD) de gaskraan in Groningen een stukje verder terug. Tegelijk wordt duidelijk dat de twee uitgangspunten die de minister daarbij hanteert, steeds lastiger te combineren zijn.

Het eerste uitgangspunt is de veiligheid voor de Groningers. Die weegt, zoals Kamp aan de Tweede Kamer schreef, „zwaar”. Niemand die dat zal betwisten. Het tweede uitgangspunt is de leveringszekerheid van energie, ook in koude winters. Hoeveel kubieke meter dat per jaar aan gas vergt: daarover zijn de meningen verdeeld. Dat is lastig; ruzie over cijfers is zelden productief.

Aan zijn belangrijkste adviesorgaan heeft de minister niet zoveel als het om duidelijkheid gaat. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) kan „niet scherp” aangeven bij welke combinatie van jaarproductie, productieverdeling en gebouwenversterking de veiligheid op een acceptabel niveau is. Wel dat dit, voor wat betreft het Groningse gas, „aanzienlijk lager” is dan 33 miljard kubieke meter per jaar. Een ander adviesorgaan, de commissie-Meijdam, heeft er een prozaïsche opvatting over: de kans op instorting van een huis in Groningen als gevolg van een aardschok mag niet groter zijn dan elders in Nederland bij een storm.

Evenmin kan het SodM vertellen hoeveel productie leveringszekerheid vergt. Kamp houdt het erop dat 33 miljard nodig is om huizen en andere gebouwen in koude winters te kunnen verwarmen. Hij laat de Groningse productie dit jaar terugbrengen tot 30 miljard en haalt 3 miljard uit een veld bij het Drentse Norg. Dat laatste kan maar één keer. Voor later jaren is er nog geen oplossing.

Dat doet uitzien naar een structureel voorstel van Kamp, dat voor eind van dit jaar te verwachten is. Vooral als hij serieus werk maakt van de suggestie om Groningen niet meer de belangrijkste leverancier van aardgas te laten zijn, maar slechts bron van een aanvulling op wat hoofdzakelijk uit het buitenland wordt geïmporteerd. Met alle geopolitieke consequenties van dien: meer invoer van Russisch gas komt in beeld. Voor Nederland geldt dan wat ook andere lidstaten van de Europese Unie weten: een economische boycot van Rusland stuit op zijn grenzen zodra het energielevering betreft.

Andere, duurzame energiebronnen vormen het echte alternatief, maar zijn vooralsnog een vergezicht. Degenen die kritiek hebben op Kamps tempo bij het beperken van de aardgaswinning in Groningen zijn nogal spaarzaam als het gaat om het aangeven van snel realiseerbare alternatieven. Maar behalve over de stelling dat er niets gaat boven de veiligheid van de Groningers moet het politieke debat ook daarover gaan: hoe verwarmen we Nederland straks?