Garanties zijn er nog steeds niet

Minder gaswinning leidt tot minder bevingen, is nu bewezen. Maar wat dat betekent voor de veiligheid blijft de vraag.

Medewerker van de NAM op locatie in Zeerijp, waar het bedrijf putten boort om extra onderzoek te doen naar de ondergrond bij de gaswinning.
Medewerker van de NAM op locatie in Zeerijp, waar het bedrijf putten boort om extra onderzoek te doen naar de ondergrond bij de gaswinning. Foto Kees van de Veen

Het terugschroeven van de Groningse gasproductie vermindert er de kans op aardbevingen, de komende jaren. Dat concludeert toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in een gisteren gepubliceerde rapportage. Het vormde de onderbouwing van het besluit van minister Kamp (VVD) van Economische Zaken om de gasproductie dit jaar te reduceren tot 30 miljard m3, in plaats van de geraamde 39,4 miljard m3.

Veel gegevens voor deze rapportage kwamen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), die het Groningse gasveld exploiteert. Ook de NAM ziet het effect van een verminderde gasproductie. Op korte termijn. Maar over de bevingskansen op langere termijn verschillen de NAM en SodM nog steeds fundamenteel van mening. De vraag is: levert vijftig jaar van lage gasproductie in totaal evenveel en even zware bevingen op als twintig jaar hoge gasproductie, maar dan uitgesmeerd over een langere periode? De NAM denkt van wel, SodM van niet. „Ondanks alle nieuwe, recente meetgegevens zijn we daar nog niet uit”, zegt Jan van Elk van de NAM.

Sinds de zware beving bij Huizinge in augustus 2012 – magnitude 3,6 – heeft de NAM een groot onderzoeksprogramma opgezet, naar het gedrag van de ondergrond, het aardoppervlak en de gebouwen. Van Elk leidt dat programma. Het bedrijf werkt samen met 25 onderzoeksgroepen en instituten over de wereld. Gisteren presenteerde de NAM op het kantoor in Loppersum de tussentijdse resultaten.

De NAM heeft voor de gisteren gepubliceerde rapportage de dreiging van aardbevingen in kaart gebracht, voor de periode 2015 tot 2017, uitgaande van drie productieschema’s: 45, 39,4 en 33 miljard m3 per jaar. Dat deed de NAM eveneens voor de periode juli 2016-juli 2021, voor de scenario’s van jaarlijks 39,4, 33 en 20 miljard m3.

De NAM concludeert dat het risico op aardbevingen flink afneemt bij verminderde gaswinning. Zoals verwacht. Want minder gaswinning per jaar betekent een minder snel drukverlies in de ondergrond en een trager inzakken van de bodem. De komende vijf jaar in ieder geval. Precieze cijfers worden niet gegeven. Maar het kaartje van het gaswinningsgebied is bij het laagste niveau van gasproductie beduidend minder rood (rood staat voor een grotere aardbevingsrisico) dan de andere.

Ook de maximale grondversnelling – de mate waarin de bodem aan het oppervlak in trilling wordt gebracht door een beving – neemt over de onderzochte periode af bij vermindering van de gaswinning. En dat is weer van belang voor het bepalen van de te verwachten schade aan gebouwen.

In Loppersum legt Van Elk uit dat de NAM de maximale grondversnelling op lange termijn te hoog heeft ingeschat. Recente metingen tonen aan dat aardbevingen die zijn geïnduceerd door gaswinning korter duren dan natuurlijke aardbevingen (die eerst sterk meewogen in de computermodellen). En dus het aardoppervlak minder lang dan gedacht laten trillen.

SodM voegt daar in haar rapport aan toe dat de kwetsbaarheid van de gebouwen tot nog toe juist te laag is ingeschat. Hoe het een tegen het ander opweegt is nog niet duidelijk. Dat is een rode draad: de vele onzekerheden die er nog zijn in dit dossier.

Wel duidelijk is dat het terugschroeven van de gaswinning bij Loppersum vorig jaar sneller effect heeft gehad dan verwacht. Al binnen drie tot vier maanden daalde het aantal aardbevingen. Dat effect was pas binnen 1 à 1,5 jaar verwacht.

Om het risico rond Loppersum – het meest kwetsbare gebied – in de onderzochte periode verder te verlagen, zou de productie flink omlaag moeten. Een vermindering naar 33 miljard m3 heeft volgens SodM slechts een gering effect. Dat komt doordat de drukverlaging in andere gebieden met een vertraging van enkele jaren doorwerkt op de ondergrond bij Loppersum en daar ook voor drukverlaging zorgt. Maar bij een verlaging naar 20 miljard m3 neemt de bevingsdreiging in de onderzochte periode wel aanzienlijk af. Minister Kamp heeft voor dit jaar gekozen voor een productieplafond van 30 miljard m3. Voor volgend jaar is het winningsplan nog niet geschreven.

In de tussentijd loopt het programma voor de versterking van gebouwen gewoon door. Net als alle onderzoeken van onder meer de NAM. Het bedrijf boort in Zeerijp twee putten die over een paar maanden worden vol gehangen met apparatuur om nog nauwkeuriger bevingen en inklinking van de ondergrond te meten. En in een lab in Italië wordt eind dit jaar een huis nagebouwd, met hulp van een Groningse metselaar. Op een speciale schudtafel wordt het blootgesteld aan allerlei krachten.

Het onderzoek moet meer duidelijk maken over de relatie tussen gasproductie, aardbevingen en schade. En misschien wordt duidelijk wie gelijk heeft, SodM of de NAM.