En weer is na één dag de accu leeg

Ergernis nummer één onder smartphonebezitters: een lege batterij. Toch worden accu’s wel degelijk beter. We eisen alleen steeds meer van onze mobieltjes.

Ach ja, die mobieltjes met accu’s die maar niet leegwilden. Als vanzelf denk je dan aan een Nokia 3310 of die andere klassieker, de 6310i. Vaker dan twee keer per week hoefde je die niet op te laden.

Met de komst van de iPhone in 2007 was dat afgelopen. Een volle accu hield het in de meeste gevallen wel een dag uit, maar zware gebruikers konden beter een oplader bij zich hebben. Een accuduur van één dag geldt sindsdien als standaard voor smartphones.

Smartphones zijn een stuk complexer dan oude mobieltjes: ze hebben bijvoorbeeld een groot kleurenscherm, een gps-chip voor plaatsbepaling en navigatie en een bewegingssensor. Al deze onderdelen gebruiken stroom, en des te meer wanneer ze actief worden gebruikt.

Dankzij de internetverbinding wordt het mobieltje tijdens een dag bovendien veel intensiever gebruikt dan voorheen. „Vóór de smartphone had je een compleet ander gebruikspatroon”, constateert Sander Almekinders van technologiewebsite Hardware Info. „Mailtjes schreef ik vroeger op de laptop, op een telefoon was dat best wel pielen. Nu gebruik ik de laptop alleen nog als ik echt iets moet uitzoeken. De beste deal voor een nieuwe fiets, of zoiets.”

Energieslurpende schermen

Dat verklaart het verschil tussen de smartphone en de voorgangers met de kleine korrelige zwart-wit-schermpjes. Maar hadden betere accu’s de schade intussen niet kunnen inhalen?

Was het maar waar. Sinds 2007 zijn smartphones alleen maar gulziger geworden. De schermen groeiden van 4 inch naar 5 of 6 inch. En omdat het oppervlak van het scherm het energiegebruik bepaalt, betekent een 25 procent grotere diagonaal meer dan anderhalf keer zoveel verbruik. Verder is de tijd dat we naar dat schermpje staren geëxplodeerd, dankzij sociale media en de populariteit van videosites als YouTube en Netflix.

„Bij zware gebruikers is het scherm verantwoordelijk voor 80 procent of meer van het energiegebruik”, zegt Almekinders. „En vergeet niet dat steeds meer apps continu meedraaien.” Weerapps, stappentellers, berichtenapps als Whatsapp en Snapchat, allemaal doen ze een greep in de inhoud van de accu omdat ze permanent actief zijn en daarbij allerlei onderdelen van de telefoon bezighouden.

Fabrikanten van smartphones wringen zich in bochten om de accuduur van één dag te handhaven, waar consumenten aan gewend zijn. Almekinders: „Gps, de bewegingssensor en andere chips zijn veel zuiniger geworden.” Sommige camera’s hebben intussen hun eigen processor, die alleen in actie komt als de camera wordt gebruikt. Dat is ook weer zuiniger. In de standbystand kan de accu het zo dagen of zelfs weken uithouden.

Een van de manieren waarop smartphone-makers de energiehonger van hun producten stillen is méér accu erin stoppen. In het begin van deze eeuw hadden mobieltjes ongeveer 10 cc (kubieke cm) accu aan boord. Dat is intussen gegroeid naar het dubbele.

„Als je de toestellen dikker zou maken, werd het een stuk makkelijker om de batterijduur te verlengen”, aldus Almekinders. Maar fabrikanten kiezen daar zelden voor: het lijkt een prestigekwestie om een zo dun mogelijke smartphone te produceren.

Lithium-zwavelaccu’s

Het gebruik van zuinige onderdelen heeft wél succes gehad. De laatste modellen kunnen zich daardoor zelfs accu’s met een iets lagere capaciteit veroorloven. De Galaxy S6 heeft bijvoorbeeld 2.550 mAh (milliampèreuur), terwijl de Galaxy S5 2.800 had. Samsung lijkt een dun toestel dus een beter selling point te vinden dan een gebruiksduur van meer dan een dag.

En worden de accu’s zelf nou nog beter, of niet? Kun je nu méér energie in dezelfde ruimte stoppen? Dat blijkt wel degelijk het geval. Voor dit artikel is een groot aantal mobieltjes opgediept, met bouwjaren van 2000 tot en met 2015 (zie illustratie). De accu’s werden opgemeten en de capaciteit in mAh werd gedeeld door het volume in cc. Zo bleek dat de accucapaciteit die fabrikanten in één cc weten te krijgen, in vijftien jaar is verviervoudigd.

Daar kan nog wel wat bij, denkt Marnix Wagemaker, universitair docent materialen voor energieopslag aan de TU Delft. „De capaciteit van een accu wordt bepaald door de hoeveelheid actief materiaal. Die is op dit moment minder dan 50 procent, maar dat moet naar 80 procent kunnen.”

Dat geldt voor de huidige accu’s van het lithium-ion-type. Volgens Wagemaker is een nieuw type, lithium-zwavel, gauw verkrijgbaar: „Je kunt er al prototypes van kopen.”

Of dat leidt tot een langere gebruiksduur, nóg dunnere toestellen of tot nieuwe energieslurpende toepassingen – dat moeten consumenten en fabrikanten onderling uitmaken.