Dwarse baas van centrale bank wekt woede Syriza

President van centrale bank van Griekenland

Econoom ziet levenswerk van eurolidmaatschap bedreigd door beleid van de regering.

Vrijdag moest Yannis Stournaras de Europese Centrale Bank (ECB) voor de tweede keer binnen een week toestemming vragen om Griekse banken extra noodsteun te geven. Maandag opnieuw en dinsdag wederom. De dagelijkse telefoontjes van de gouverneur van de Griekse centrale bank met Mario Draghi, baas van de ECB, behoren waarschijnlijk tot de meest fascinerende gesprekken van de crisis.

Het Griekse lidmaatschap van de eurozone is Stournaras’ levenswerk. De econoom moest, als hoofdonderhandelaar met de EU, Griekenland voorbereiden op toetreding tot de eurozone in 2001. En hij ziet dat werk serieus bedreigd door de huidige regering van zijn land. Gefrustreerd bedient hij samen met de ECB het infuus waarmee de Griekse banken ternauwernood overeind gehouden worden. Druppelsgewijs dienen ze emergency liquidity assistance (ELA) toe.

De huidige Griekse regering, geleid door het linkse Syriza, had graag gezien dat dit zware wapen in handen was van een politieke vriend. Iemand die het minder openlijk met ze oneens is. Voor Syriza geldt hij als een van de hoofdschuldigen in de crisis.

„Je bruisende optimisme maakte dat je in 1994 geloofde, in tegenstelling tot vrijwel iedere andere analist binnen of buiten Griekenland, dat Griekenland tot de eurozone kon worden toegelaten. Dat geloof van je zette je bijna eigenhandig om in werkelijkheid,” schreef de huidige minister van Financiën Yanis Varoufakis in 2012 in een open brief aan Stournaras.

Toen Stournaras in 2012 tot minister van Financiën werd benoemd vond Varoufakis het nodig hem te waarschuwen. De realiteit in Europa is nu een andere dan toen je met een ‘losse interpretatie van de regels’ Griekenland de euro in kreeg, schreef hij. „Europa is aan het desintegreren.”

Inmiddels zijn de spanningen tussen de bankgouverneur en de regeringspartij uitgegroeid tot een openlijk conflict. De directe aanleiding is een noodkreet van Stournaras vorige week in een rapport over monetair beleid. „Zonder akkoord begint een pijnlijk traject dat eerst tot faillissement zou leiden, uiteindelijk tot vertrek uit de eurozone en – zeer waarschijnlijk – ook de Europese Unie”, staat in het rapport.

Het is ongebruikelijk dat het hoofd van een centrale bank zich zo politiek uitlaat. Mogelijk droeg het ertoe bij dat het tempo waarin Griekse banktegoeden werden opgenomen versnelde tot een miljard euro per dag. Zoï Konstantopoulou, de voorzitter van het Grieks parlement weigerde theatraal het rapport in ontvangst te nemen.

Donderdag diende Syriza-parlementslid Rachil Makri een aanklacht in tegen Stournaras. Makri denkt dat Stournaras zijn positie misbruikt om de druk op de regering te verhogen om Syriza tot een akkoord met de geldschieters te dwingen. Maandag demonstreerde de Syriza-jeugdbeweging voor zijn aftreden.

De parlementsvoorzitter eist dat Stournaras in het parlement verschijnt, zodat zij hem kan verhoren over een al lang slepende corruptiezaak. De gouverneur heeft laten weten daar uiteraard toe bereid te zijn. Alleen nu even niet.