De groetjes (en een verzoeknummer)

De werkelijkheid kan absurdistischer zijn dan fictie. Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

Terwijl de zoon op zijn kamer zit, is zijn moeder op de radio. Via de radio doet ze de groeten aan haar zoon.

„Waar is uw zoon?” Een gelegitimeerde vraag van de radiopresentator. Mogelijk zit haar zoon in een internaat of, erger nog, een gevangenis. Of in een oorlogsgebied, dat hoor je ook steeds vaker. De radiopresentator kijkt nergens meer van op. Hij heeft ooit de broer van een bosjesman aan de lijn gehad, opbellend vanuit een regenwoud. Misschien zit de zoon wel in een reservaat.

„Mijn zoon zit op zijn kamer, beneden”, zegt moeder. „Bij dezen doe ik hem de groeten!” „Uw zoon is dus gewoon thuis”, hervat de presentator zich.

Een korte stilte. „Hoe heet uw zoon”, vraagt hij snel. „O, dat kan ik niet zeggen, mijn zoon neemt heimelijk muziek op van de radio.”

„Meent u dat nou? Mevrouw, dat is ongeoorloofd!” Het is gespeelde ernst van de presentator, die geroutineerd en zonder uitzondering door elk nummer heen praat.

Ondertussen krimpt de zoon ineen, ergens in een hoekje onder het trappengat, alsof een atoomaanval aanstaande is.

Voor de zekerheid heeft hij de deur naar de tuin nog een keer extra op slot gedraaid en het klapraampje erboven gesloten. In de betonnen vijver zag hij nog een glimp van zijn maatjes, net onder het wateroppervlak. Eten vissen regendruppels?

„Wilt u een verzoeknummer aanvragen voor uw zoon?” besluit de presentator die vermoedt dat alles op band is opgenomen.

I have a dream”, zegt moeder.

„Van ABBA?”

„Van ABBA.”