De Fransen dachten het al: NSA luisterde mee

Chirac, Sarkozy én Hollande werden bespioneerd door de VS. De onthulde documenten bieden vooral een aardig kijkje in de keuken.

De reacties op het nieuws dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA ook Franse presidenten heeft afgeluisterd, klinken haast plichtmatig. President François Hollande heeft een speciale vergadering gelast van zijn Defensieraad. De Amerikaanse ambassadeur moet zich melden bij minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius en oud-president Nicolas Sarkozy laat via zijn entourage weten dat spionage „in het algemeen onacceptabel is, en tussen bondgenoten in het bijzonder”.

Dat de NSA tussen 2006 en 2012 de telefoons van de presidenten Jacques Chirac, Nicolas Sarkozy en François Hollande en hun naaste adviseurs heeft afgetapt, kan voor weinig Franse politici als een verrassing komen. In 2013 werd al bekend dat de mobiele telefoon van de Duitse bondskanselier Angela Merkel naar alle waarschijnlijkheid jaren door de Amerikanen is afgeluisterd en in februari 2014 zou Hollande de kwestie met Obama hebben opgenomen. Daar komt bij dat de Franse inlichtingendiensten volgens kenners over dezelfde technische middelen beschikken, hoewel onduidelijk is of die ook daadwerkelijk worden toegepast.

„Ik ben er altijd van uitgegaan dat ik werd afgeluisterd, en niet alleen door onze Amerikaanse vrienden en partners”, zei Sarkozy’s voormalige adviseur Jean-David Levitte in de krant Libération. Chiracs oud-minister van Defensie Michèle Alliot-Marie reageerde ook gelaten: „We zijn niet naïef.” De vijf door WikiLeaks in samenwerking met onderzoekssite Mediapart en Libération naar buiten gebrachte documenten onthullen geen staatsgeheimen, maar geven een aardig inkijkje in het Franse internationaal opereren.

Het eerste document beschrijft hoe Hollande al direct na zijn beëdiging als president in 2012 geheime bijeenkomsten wilde beleggen om de gevolgen voor Frankrijk en zijn banken van een Grieks vertrek uit de eurozone in kaart te brengen. Merkel zou Griekenland volgens Hollande al hebben „opgegeven”, schrijven de analisten van de NSA. Als hij ook met de Duitse (destijds) oppositiepartij SPD achter de rug van Merkel gesprekken wil aanknopen, wordt hij gewaarschuwd door zijn premier, de oud-leraar Duits Jean-Marc Ayrault: zoiets kan tot „diplomatieke problemen” leiden.

Voorganger Nicolas Sarkozy, zo blijkt uit een bericht in 2008, zag zichzelf volgens de Amerikanen „als de enige” die „de financiële crisis kan oplossen”. De economische problemen waren volgens hem „het gevolg van fouten van de Amerikaanse regering, maar hij gelooft dat Washington nu acht slaat op zijn advies”.

Voor Sarkozy zijn de onthullingen extra pijnlijk: hij staat bekend als zeer pro-Amerikaans en ging prat op zijn goede verstandhouding met Washington. Uit een gesprek tussen Sarkozy’s adviseur Levitte en de Franse ambassadeur in de VS zou nota bene blijken dat Sarkozy bij president Obama zijn beklag wilde doen over het afketsen van een samenwerkingsverdrag tussen Franse en Amerikaanse inlichtingendiensten, terwijl het hem irriteerde dat de Amerikanen wel in Frankrijk wilden blijven afluisteren.

Die samenwerking is er nu wel en verklaart deels de terughoudende reacties. Om de militaire operaties van Frankrijk in het Midden-Oosten, maar vooral in Afrika tot een goed einde te brengen is een goede relatie met de Amerikanen, de inlichtingendiensten incluis, van levensbelang.