Opinie

Bij de strot gegrepen om ‘smakelijke taal’

Voorlichter en directeur ‘De Bond tegen Vloeken’
Voorlichter en directeur ‘De Bond tegen Vloeken

Om meerdere redenen is het gepast dat de EO de documentaire De Bond tegen Vloeken (2DOC) van Luuk Bouwman gisteren uitzond. Beide organisaties struikelen immers nogal eens in het vinden van de juiste vorm om een impopulaire boodschap te populariseren.

En dan noemt de film nog niet eens de curieuze beslissing van de Bond om het internetdomein godverdomme.nl te verwerven: wie dat intikt komt op de site terecht van de in 1917 opgerichte organisatie tegen het ijdel gebruiken van de naam van de Heer.

Orthodoxe opvattingen vereisen in de huidige tijd onorthodoxe oplossingen. De EO lokt hufterige montagetrucs uit in het programma Hufterproef dat juist zulk gedrag aan de kaak wil stellen. De Bond tegen Vloeken deelt snoepgoed uit in winkelstraten met een wikkel, die de gebruiker ‘smakelijke taal’ toewenst. Een voorbijgangster weigert het in ontvangst te nemen omdat suiker gif is. „Maar dan kunt u het toch aan iemand anders doorgeven?”, probeert de propagandist, die duidelijk de nieuwe taboes slechter beheerst dan de oude.

Op een scholingsbijeenkomst van de bond wordt wel scherp het probleem geformuleerd: „Ga maar eens aan een seculier uitleggen dat God met respect te maken heeft.” Al brainstormend belanden de kruisridders snel in een moeras van metaforen: „Respect is jouw rugzak, die een ander vult.”

De film is een aaneenschakeling van beelden die roependen in de woestijn laten zien. Als de directeur en de voorlichter in Den Haag een persconferentie beleggen over het voornemen smalende godslastering uit het wetboek van strafrecht te halen, komt er niemand opdagen. Op de meeste persberichten reageert alleen PowNews , die dan weer provocerend de arme voorlichter enkele vloeken in het gezicht gooit.

Maar ook de oude achterban laat de Bond in de steek. Waarom is de rode papegaai („wees geen naprater!”) van de stationaffiches verdwenen? En een algemene oproep tot meer respect en het mooier maken van de taal, zonder woorden als ‘mongool' of ‘kanker’, daar doneer je als christen toch niet voor?

Tot overmaat van ramp zijn er zelfs gelovigen die in de toename van grof taalgebruik slechts een welkom teken zien dat de eindtijd nadert: het zal alleen maar nog erger worden!

De documentaire laat de activisten in hun waarde, maar kan natuurlijk niet verhullen dat ze tegen de bierkaai vechten. Je kunt niet een beroep doen op het respecteren van wat heilig is als bijna niemand meer weet wat dat betekent.

In het geluid van een straatgesprek met een oudere heer zit een lange piep, na de woorden; „Je mag het niet zeggen, maar...” Direct wordt er gesneden naar een islamitische basisschool, waar een propagandist met de kinderen een rap over respect zingt. In de woorden van directeur Wilfried Verboom: „We gaan Nederland bij de strot pakken, dat goede taal goed is!”

Agressiviteit en een verwaterde boodschap, ziedaar de wanhoop van orthodoxe evangelisten in een seculier en hufterig universum. Je zou ze iets beters wensen, maar ze zeggen zelf in de brainstorm dat ‘de media’ hun ‘vijand’ zijn.