Stakingsrecht is geen vrijbrief

Stakingen zijn zeldzaam in Nederland. En zeker zeldzamer dan in ons omringende landen. In de Nederlandse arbeidsverhoudingen staat consensus voorop. Dat komt tot uiting in onderhandelingen tussen bonden en werkgevers over collectieve arbeidsvoorwaarden, in het bestaan van instituties zoals de Sociaal Economische Raad en in de arbeidsrust. De harmonie is gunstig voor het vestigingsklimaat voor buitenlandse investeerders.

De economische crisis en het alsmaar dalende percentage werknemers dat lid is van een vakbond hebben dit beeld niet wezenlijk veranderd. Twee jaar geleden sloot het kabinet bijvoorbeeld nog een verreikend sociaal akkoord met werkgevers en vakbonden.

De sociale rust ging langdurig hand in hand met politieke onmacht om het stakingsrecht wettelijk te verankeren. Tussen 1903 en 1979 gold een stakingsverbod voor ambtenaren.

De politieke patstellingen gaven anderen ruim baan. De basis voor ons stakingsrecht zijn het Europees Sociaal Handvest (geratificeerd in 1980) en uitspraken van rechters over concrete stakingsacties.

De Hoge Raad heeft in een arrest vorige week het stakingsrecht verder verruimd. De concrete aanleiding waren drie werkonderbrekingen die vakbond AbvaKabo FNV hield bij onderhandelingen bij de Amsterdamse zorginstelling Amsta. De meest prikkelende opmerking van de Hoge Raad is dat een collectieve actie niet per se alleen als uiterste middel mag worden ingezet, zoals tot nu toe de norm was. Ook als de actie „redelijkerwijs kan bijdragen” aan de doeltreffende uitoefening van het recht op onderhandelingen is het toelaatbaar.

Het arrest leest niet als een vrijbrief voor bonden en stakers om hun gang te gaan. De Hoge Raad herhaalt eerder geformuleerde spelregels, zoals de verhouding tussen de actie en het nagestreefde doel en de veroorzaakte schade. De rechters wijzen ook op het feit dat kwetsbare groepen, zoals ouderen of mensen in zorginstellingen, op extra bescherming kunnen rekenen.

De verruiming van het stakingsrecht komt op een interessant tijdstip. De verhoudingen tussen werkgevers en vakbonden zijn stroef. Onderhandelingen over talloze cao’s zitten vast. Politiebonden voeren prikacties. Werkonderbrekingen zijn in de metaalsector al ingezet. Er volgen er meer als volgende week ook rijksambtenaren in het geweer komen tegen het vastlopen van hun cao-overleg.

Dit arrest verlaagt de drempel voor acties. Maar de bonden zullen hun knopen moeten tellen. Hoeveel leden hebben zij om effectief actie te voeren? Als rasonderhandelaars moeten zij weten dat een mislukte actie alleen maar verliezers kent.