Reuzenalk

In juni 1844 werd het laatste paartje reuzenalken (Pinguinus impennis) op het eilandje Eldey bij IJsland door mensenhanden gewurgd. Daarmee was de soort uitgestorven. De vogel kon niet vliegen. Dat maakte de ‘Pinguïn van het Noorden’ een gemakkelijk prooi voor mensen die uit waren op zijn veren, vet en vlees. Hoewel er ongeveer 80 opgezette reuzenalken in museumcollecties worden bewaard, zijn van de laatste twee de huiden zoekgeraakt en bereikten slechts de organen het Zoölogisch Museum in Kopenhagen. Daar drijven vier ogen en twee harten in alcohol.

In Nederland zijn skeletresten gevonden bij opgravingen uit de Romeinse Tijd en werd er in 1981 een botje gevonden op de Maasvlakte. Nieuwe strandvondsten wijzen er nu op dat de reuzenalk vaker in Nederland voorkwam, vermoedelijk als wintergast. Dat meldt biologiestudent Bram Langeveld in het juninummer van Cranium. Hij ontdekte tussen de vogelbotjes die fossielenverzamelaars op de stranden van ’s-Gravenzande, Hoek van Holland en de Maasvlakte opraapten inmiddels dertien skeletfragmenten – voornamelijk vleugelbotjes. Een C14-datering mislukte, maar de lichte fossilisatie en de zwarte tot grijze verkleuring wijst op een ouderdom jonger dan 7.500 jaar. Langeveld hoopt op meer vondsten om dat te kunnen aantonen.